Wat is het Verdrag van Lissabon?

Het Verdrag van Lissabon, dat op 17 december 2007 ondertekend werd, is een afgezwakte versie van de Europese grondwet die in 2005 na de Franse en Nederlandse referenda naar de prullenmand werd verwezen. In het Verdrag van Lissabon werden alle verwijzingen naar een grondwet geschrapt, maar het verdrag doet wel een stap naar de verdere integratie van de Unie. Een nieuw verdrag moet de EU toelaten efficiënter te functioneren. Dat was nodig na de uitbreiding van de EU van 15 lidstaten begin 2004 tot 27 lidstaten.
...

Het Verdrag van Lissabon, dat op 17 december 2007 ondertekend werd, is een afgezwakte versie van de Europese grondwet die in 2005 na de Franse en Nederlandse referenda naar de prullenmand werd verwezen. In het Verdrag van Lissabon werden alle verwijzingen naar een grondwet geschrapt, maar het verdrag doet wel een stap naar de verdere integratie van de Unie. Een nieuw verdrag moet de EU toelaten efficiënter te functioneren. Dat was nodig na de uitbreiding van de EU van 15 lidstaten begin 2004 tot 27 lidstaten. Het Verdrag geeft meer zeggenschap aan het Europees Parlement en de nationale parlementen. Zo wordt voor 95 procent van de Europese wetgeving een medebeslissingsprocedure nodig. Concreet betekent dit dat op steeds meer gebieden het Europees Parlement samen met de Raad van Ministers moet beslissen. Het parlement krijgt daarmee directe controle over de begroting, maar ook over het landbouwbeleid dat de helft van de Europese middelen toebedeeld krijgt. Het parlement zal ook meebeslissen over justitie en migratiebeleid. De EU krijgt met Lissabon meer armslag om bijvoorbeeld de banktegoeden van internationale criminele organisaties te bevriezen. Het Verdrag betekent ook meer inspraak voor de burger. Als minstens één miljoen mensen uit een aantal lidstaten daarom vraagt, moet de Commissie een voorstel over de kwestie indienen. Het Verdrag biedt de lidstaat ook eindelijk de mogelijkheid om het EU-lidmaatschap op te zeggen. Bij stemmingen in de Raad van Ministers is voortaan de gekwalificeerde meerderheid - een soort van dubbele meerderheid - voldoende. Alleen voor buitenlands beleid, defensie, sociale zekerheid en fiscaliteit is nog unanimiteit vereist. Dat het Europees Parlement meer betrokken wordt bij de besluitvorming, wordt algemeen als een goede zaak beschouwd. Maar het parlement werkt de facto nog altijd niet zoals een nationaal parlement waarbij meerderheid en oppositie tegenover elkaar staan. Een ander voorbeeld van het democratisch deficit is dat deelstaten van lidstaten met wetgevende bevoegdheden (zoals de gewesten in België en de Duitse Länder) niet rechtstreeks kunnen meepraten over de materies waarvoor ze bevoegd zijn. De lidstaten moeten in de Raad nog altijd met één stem spreken. Dit betekent dat federale staten eerst intern een compromis moeten bereiken vooraleer ze een algemeen standpunt kunnen innemen. Europa krijgt geen echte 'president', maar wel een voorzitter van de Raad van Staatshoofden en Regeringsleiders. Wellicht wordt dit weinig meer dan een secretariaatsfunctie. Er komt ook een Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, die ook vicevoorzitter is van de Commissie. Eigenlijk wordt dat een soort van minister van Buitenlandse Zaken. Vraag is dan ook in welke mate de voorzitter van de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger en de Commissievoorzitter elkaar op het hoogste niveau voor de voeten zullen lopen. Europees commissaris Karel De Gucht (Open Vld) verklaarde al openlijk dat hij een koele minnaar is van die constructie. Hij vraagt zich ook af wat de autonomie zal zijn van de Commisie ten opzichte van de Hoge Vertegenwoordiger wanneer internationale bevoegdheden van de Commissie zoals handel en ontwikkelingssamenwerking moeten worden aangekaart. Door Alain MoutonHet Europees Parlement zal nog altijd niet werken zoals een nationaal parlement.