Een dividend uitkeren, is voor een in België gevestigde handelsvennootschap een fiscaal dure aangelegenheid. Het normale tarief van 33 procent van de vennootschapsbelasting, de crisisbijdrage van 3 procent en de verplichte inhouding van 25 procent roerende voorheffing hebben als resultaat dat een aandeelhouder van 100 euro vennootschapswinst netto 49,50 euro in handen krijgt. De aandeelhouder die we hier op het oog hebben, is de natuurlijke persoon, gevestigd in België, die een deel van zijn privévermogen heeft geïnvesteerd in aandelen van een Belgische vennootschap, en daarvan een dividend ontvangt.
...

Een dividend uitkeren, is voor een in België gevestigde handelsvennootschap een fiscaal dure aangelegenheid. Het normale tarief van 33 procent van de vennootschapsbelasting, de crisisbijdrage van 3 procent en de verplichte inhouding van 25 procent roerende voorheffing hebben als resultaat dat een aandeelhouder van 100 euro vennootschapswinst netto 49,50 euro in handen krijgt. De aandeelhouder die we hier op het oog hebben, is de natuurlijke persoon, gevestigd in België, die een deel van zijn privévermogen heeft geïnvesteerd in aandelen van een Belgische vennootschap, en daarvan een dividend ontvangt. Op de roerende voorheffing van 25 procent bestaat een belangrijke uitzondering. De niet-uitgekeerde, maar gereserveerde winsten die de vennootschap aan haar aandeelhouders toekent bij de ontbinding en de vereffening van de vennootschap, zijn slechts onderworpen aan een roerende voorheffing van 10 procent. De uitkering of de opneming van reserves tijdens het leven van de vennootschap -- 'going concern' -- kost 25 procent belasting; als wordt gewacht tot de liquidatie van de vennootschap, is 10 procent verschuldigd. Op 17 mei besliste de regering dat verlaagde tarief met ingang van 1 oktober 2014 af te schaffen. Vanaf die datum wordt een eenvormig tarief van 25 procent geheven op de winstuitkeringen aan de aandeelhouders. Het is niet ondenkbaar dat bedrijfsleiders die via hun vennootschap een mooi vermogen hebben opgebouwd, zouden beslissen hun vennootschap vóór 1 oktober 2014 te ontbinden, met een ontbindings- en vereffeningsgolf tot gevolg. Daarom heeft de regering een overgangsregeling ingevoerd, die vennootschappen toelaat nog te genieten van het goedkope tarief van 10 procent, zonder dat ze tot een ontbinding moeten overgaan. Die tijdelijke regeling bestaat erin dat een vennootschap haar reserves uitkeert aan haar aandeelhouders en dat het uitgekeerde dividend dadelijk wordt gebruikt om een kapitaalsverhoging te financieren. Als de vennootschap daarop ingaat, is op het uitgekeerde dividend slechts 10 procent belasting verschuldigd. Het gaat om een bevrijdende belasting. De vennootschap ontbinden of ze verder in stand houden? Het is voor de bedrijfsleiding in veel gevallen een moeilijke beslissing, waarvoor tijd moet worden genomen. Aanvankelijk zag het ernaar uit dat de vennootschappen pas tegen midden 2014 zouden moeten beslissen. De teksten die in het parlement worden besproken, luiden evenwel anders. Vooral voor de vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren -- en dat is het grootste aantal -- ziet het ernaar uit dat ze de uitkering van hun reserves, gevolgd door de kapitaalsverhoging, snel moeten organiseren. Ze moeten die verrichting doen tussen 1 juli en 31 december van dit jaar. Daarnaast wordt de overgangsregeling, die op het eerste gezicht eenvoudig klinkt en perfect legitiem is, vergezeld van een aantal bijkomende maatregelen om misbruiken tegen te gaan. De regering wil vermijden dat de overgangsregeling de vennootschap ertoe aanzet af te wijken van het dividendenbeleid dat ze de vorige jaren heeft gevoerd. Bovendien wenst ze dat de reserves waarop nu 10 procent belasting wordt geheven en die in het kapitaal van de vennootschap worden opgenomen, gedurende minstens vier jaar in het vermogen van de vennootschap behouden blijven. Voor grotere vennootschappen is zelfs in een behoud tot acht jaar voorzien. Als die voorwaarden niet vervuld zijn, worden er aanvullende belastingen geheven. Die begeleidende en corrigerende maatregelen hebben spijtig genoeg tot gevolg dat aan het parlement opnieuw een ingewikkelde tekst is voorgelegd, die nog verscheidene vragen doet rijzen. Dat is zeker geen voorbeeld van vereenvoudigde fiscale regelgeving. Luc Maes is voorzitter van de Fiscale Hogeschool en hoofdredacteur ad interim van Fiscoloog.LUC MAESHet is niet ondenkbaar dat bedrijfsleiders beslissen hun vennootschap vóór 1 oktober 2014 te ontbinden, met een ontbindings- en vereffeningsgolf tot gevolg.