De geest van de Brepolsdoctrine - tot voor een maand dood en begraven - waart weer door de gangen van het Hasseltse Justitie- paleis. Volgens deze theorie zijn formele juridische (meer bepaald: fiscaal geïnspireerde) structuren belangrijker dan de onderliggende economische verhouding. En dat is net de attitude van het parket van Hasselt in de fraudezaak rond prins Laurent.
...

De geest van de Brepolsdoctrine - tot voor een maand dood en begraven - waart weer door de gangen van het Hasseltse Justitie- paleis. Volgens deze theorie zijn formele juridische (meer bepaald: fiscaal geïnspireerde) structuren belangrijker dan de onderliggende economische verhouding. En dat is net de attitude van het parket van Hasselt in de fraudezaak rond prins Laurent. Nemen we de hypothese van ondernemer X, die woont in een huis van vennootschap Y, die het vastgoed van de hele familie bezit. Adviseur Z, die enkel voor deze ondernemer werkt, zorgt ervoor dat hij via frauduleuze renovatiewerken de waarde vermeerdert van het huis. Het gerecht komt achter het gesjoemel en ondervraagt Z. Die beschuldigt zijn patron, omdat die op de hoogte was van zijn wanpraktijken. Het gerecht doet niet de moeite X als getuige of mogelijke verdachte te ondervragen, laat hem en ook vastgoedvennootschap Y ongemoeid en daagt adviseur Z voor de rechtbank. Vervang X door prins Laurent, Y door zijn adviseur kolonel Noël Vaessen en Z door de Koninklijke Schenking, eigenaar van de Villa Clémentine (die de excellentie bewoont). Dit scenario is dan de vennootschapsrechtelijke vertaling van de financiële malversaties rond de verfraaiingswerken van de prinselijke villa, die de rechtbank van Hasselt in januari behandelt. Wist de prins niets over de financier (Defensie, via sluikwegen) van de aannemingswerken? De Hasseltse procureur des konings Marc Rubens in De Standaard: "Het parket moet Laurent niet aanpakken, want hij is niet de eigenaar van Villa Clémentine. Het is de Koninklijke Schenking die eigenaar is. Hij mag in die villa wonen, dat is alles. Je kan het vergelijken met een huurhuis. Als daar iets misloopt, moet je de eigenaar hebben, niet de huurder."Een nieuwe rechtsleer is geboren: de Rubensdoctrine. Wordt een fraudeur die werkt met stromannen en adviseurs en slechts indirect profiteert van illegale winsten, ook door het parket met rust gelaten? Zo wordt Hasselt een vrijhaven voor witteboordcriminelen. Deze filosofie staat haaks op recente tendensen bij justitie. Zo werden naar eigen zeggen naïeve bedrijfsleiders veroordeeld, omdat de prijs van de aangekochte goederen zo laag was dat ze hadden moeten weten dat hun firma een schakel was in een btw-fraude. Volgens een nieuwe wet zijn aandeelhouders aansprakelijk als ze zelfs te goeder trouw een kasgeldvennootschap verkopen aan een persoon die er fraude mee pleegt. En een bedrijf dat bij bouwwerken nietsvermoedend en onrechtstreeks een beroep doet op koppelbazen, mag de gefraudeerde RSZ-gelden betalen. Voor alle duidelijkheid: hier staat niet dat de prins een fraudeur is, noch dat hij op de hoogte was van het (nog te bewijzen) gesjoemel van zijn adviseur. We zullen nooit weten of hij zich heel slim wist in te dekken, dan wel of hij naïef was. De procureur, hoewel 'des konings', bewees Laurent dus geen dienst door hem te negeren, omdat zo de zweem van twijfel over zijn financiële bokkensprongen zal blijven hangen. Hans Brockmans