Tot voor kort kwam het confectiebedrijf Mopan Alken nooit naar buiten met nieuws of met namen van de ontwerpers die er klant zijn. "Het was deur dicht en werken," zegt zaakvoerder Omer Lesire (52). Maar toen onlangs bekend raakte dat de hemden van Mick Jagger voor de komende Stones-tournee in Alken in elkaar zijn gezet, bleek dat helemaal niet zo vervelend te zijn.
...

Tot voor kort kwam het confectiebedrijf Mopan Alken nooit naar buiten met nieuws of met namen van de ontwerpers die er klant zijn. "Het was deur dicht en werken," zegt zaakvoerder Omer Lesire (52). Maar toen onlangs bekend raakte dat de hemden van Mick Jagger voor de komende Stones-tournee in Alken in elkaar zijn gezet, bleek dat helemaal niet zo vervelend te zijn. "De werknemers vinden het positief. Het geeft hun het gevoel dat ze werken aan iets wat gezien mag worden." En die waardering is hard nodig, beseft de bedrijfsleider: "Wij hebben immers veel met elkaar meegemaakt." Lesire doelt op de ontslagen begin de jaren negentig, toen er 169 mensen werden ontslagen. Met het kleine team dat overbleef, probeert hij nu op een hechte manier samen te werken. Concreet betekent dat vier keer per dag een werkoverleg in een informele sfeer, "waar ieder zijn zegje kan doen". Veertig jaar geleden was de Belgische confectiesector nog goed voor 90.000 jobs in circa 5000 bedrijven. Maar sindsdien is de werkgelegenheid (voor de voornamelijk vrouwelijke werknemers) in de sector alleen maar teruggelopen. Momenteel stelt de sector nog 16.000 mensen in zo'n 1000 bedrijven tewerk. Die ontwikkeling had alles te maken met de opening van ateliers in lagelonenlanden. Mopan Alken BVBA, opgericht in 1985 en voortgekomen uit een voormalig familiebedrijf, gaf in 1992 nog werk aan 280 mensen in België. Er werden grote series bovenkleding geproduceerd. Veel modelinnovatie was er niet. Tussen 1985 en 1991 verdubbelde de omzet van 3,5 miljoen naar 7 miljoen euro, maar in tegenstelling tot de omzet werd de winstmarge steeds kleiner. De concurrentie uit de lagelonenlanden was te sterk geworden. Er moesten keuzes worden gemaakt. "Nog groter worden en alles automatiseren? Dat zou veel te grote investeringen hebben vereist," zegt Lesire. Dus kwam er een heel ander scenario. De productie verhuisde naar Hongarije en bij Mopan Alken, vanaf dat moment nog uitsluitend een zogenaamde technische studio, bleven 30 mensen over. De vestiging in Alken legde zich toe op service, ging zich hoger in de markt positioneren en bleef kleine series zelf maken. De grote orders gingen voortaan naar het echte productieatelier in Hongarije. Sinds de overname van sectorgenoot Irico in april 2002 is er ook een productieatelier in Tunesië bijgekomen voor de lichte confectie. Verder dan Noord-Afrika en Oost-Europa wil Lesire trouwens niet gaan. In Azië produceren is geen optie voor ateliers als Mopan omdat het te ver weg is. De stoffen waar het bedrijf mee werkt, zijn daar niet te vinden. "Maar China zal ons nog wel pijn doen," waarschuwt Lesire. "Ze werken daar in continue ploegen, ze zijn goed georganiseerd en niet duur." Een wandeling door het bedrijf maakt duidelijk dat er ook op technisch vlak veel is veranderd. In een ruim lokaal zit een aantal vrouwelijke werknemers geconcentreerd achter grote computerschermen te werken. Er worden onder andere snijplannen - de meest optimale manier om de stoffen te snijden - bekeken en gekozen. Nergens is een schaar of stuk karton te bekennen. Als technische studio stuurt Mopan de buitenlandse productielijnen aan. Patroon- en snijorderinformatie worden elke nacht doorgestuurd naar een server in Ierland, die de mogelijke snijplannen genereert en terugstuurt. Het gekozen plan stuurt Mopan de volgende dag rechtstreeks door naar de snijmachines in Hongarije en elders. Dankzij die aanpak kan Mopan heel veelzijdig werken en maakt het alle mogelijke kledingstukken. En dat is precies wat de toplabels vragen. Mopan Alken werkt onder andere voor Natan, Paul Smith, Pauw, Kyuso en Scapa. Daarnaast weet ook een groot aantal Antwerpse en Brusselse ontwerpers, zoals Stones-designer Dirk Schönberger en Kaat Tilley, de weg naar de studio te vinden. "Als je eenmaal een klant hebt in een hoger gamma, dan hoort daar ook een bepaalde prijszetting en service bij," zegt Lesire. "Dat vereist veel vertrouwen. Maar als je dat waar kunt maken, trekt dat nog meer klanten aan." Extra inspanningen qua marketing en verkoop worden er totnogtoe niet gedaan. Wel werken de topmerken en -ontwerpers vaak met vaste leveranciers voor hun stoffen. Lesire verwacht dat ontwerpers in de toekomst steeds regelmatiger voor een vaste productiestudio zullen kiezen om hun kledingproducties te verzorgen. Een tweede belangrijke referentie voor Mopan is de zogenaamde corporate fashion. En dan hebben we het niet zozeer over uniformen, maar over modieuze kledingstukken die een corporate identity mogelijk maken. Zoals de kleding voor het personeel van SN Brussels Airlines, Belgacom en de uitgaanskleding van de spelers van voetbalclub Anderlecht. Daarnaast kwam Mopan begin dit jaar als winnaar uit de bus voor een aanbestedingsopdracht van Thalys. Inmiddels is er een intentieverklaring getekend en zijn de draagtests door de verschillende gebruikersgroepen aan de gang. Zonder tegenslag ligt er straks een contract van 4 miljoen euro voor de komende jaren op tafel. Marlies Klooster