Voorgerecht: gepocheerd kabeljauwhaasje met gekonfijte sjalotjes

Zo uit het hoofd kunnen we maar weinig Vlaamse auteurs oplepelen die zo veel invloedrijke bedrijfsleiders, bankiers, opiniemakers of politici tot hun hondstrouwe lezerspubliek mogen rekenen als Willem Elsschot. Een tikkeltje vreemd misschien. Want geef toe. Legt Elsschot, het literaire pseudoniem van reclameman Alfons de Ridder, middels het fetisjpersonage Boorman - de sjoemelende 'koopman in het bedrukte papier van het Nieuw Wereldtijdschrift' - niet met etnografische precisie, taalkundig raffinement en ragfijne satire het perfide wezen bloot van de opportunistische kapitalist; hij die zijn ethiek in de vitrine plaatst wanneer het hem een stuivertje meer oplevert; hij die zijn goedgelovige cliëntèle het been van het lijf lijmt met naar sulfer geurende woorden?
...

Zo uit het hoofd kunnen we maar weinig Vlaamse auteurs oplepelen die zo veel invloedrijke bedrijfsleiders, bankiers, opiniemakers of politici tot hun hondstrouwe lezerspubliek mogen rekenen als Willem Elsschot. Een tikkeltje vreemd misschien. Want geef toe. Legt Elsschot, het literaire pseudoniem van reclameman Alfons de Ridder, middels het fetisjpersonage Boorman - de sjoemelende 'koopman in het bedrukte papier van het Nieuw Wereldtijdschrift' - niet met etnografische precisie, taalkundig raffinement en ragfijne satire het perfide wezen bloot van de opportunistische kapitalist; hij die zijn ethiek in de vitrine plaatst wanneer het hem een stuivertje meer oplevert; hij die zijn goedgelovige cliëntèle het been van het lijf lijmt met naar sulfer geurende woorden? Elsschot - die de jongste jaren dankzij de onverdroten inspanningen van het Willem Elsschot Genootschap (WEG) aan een tweede jeugd lijkt toe te zijn - schetst in prachtige boeken als 'Lijmen' of 'Kaas' in ieder geval niet meteen het meest flatterende portret van dé ondernemer. En toch wordt hij net door deze beroepscategorie met een zelden gezien fanatisme aan de borst gedrukt. Zo bulkt het tijdens het derde benefietdiner van het genootschap van de CEO's en PDG's, afhankelijk van hun persoonlijke voorkeur voor economische nomenclatuur. Fred Chaffart, Cyriel Van Tilborgh, Frits Bolkestein, Peter Vandermeersch, Noël Slangen, Vic van de Reijt... allen offreren ze met welwillende glimlach en intellectueel sérieux hun acte de présence op dit glamourachtig aangeklede evenement in de Boerentoren. "Toch vraag ik me af of de helft van de aanwezigen ook effectief iets van Elsschot gelezen heeft," lispelt een even hongerige als sceptische communicatiedeskundige ons in afwachting van het voorgerecht stiekem toe. Een kwajongensachtige knipoog is onze kwieke repliek. Tussen de industriële zwaargewichten, beursanalisten en mediagoeroes door ontwaren we intussen de ranke en immer stijlvolle verschijning van rockzanger en dichter Rick de Leeuw. De Leeuw - een champagnefluit nonchalant in de ene hand, zijn dichtbundel 'Planeet Jeugd' stevig in de andere - werd door Nijgh & Van Ditmar-uitgever Vic van de Reijt, tevens vice-voorzitter van het WEG, blijkbaar gevraagd om straks enkele gedichten voor te dragen. "Voelt een rockidool zich in zo'n ondernemend gezelschap wel helemaal op zijn gemak?" gooien we de sympathieke en eloquente Nederlander meteen frontaal in het gezicht. "Wel, de avond is nog jong natuurlijk," lacht De Leeuw. "Maar voorlopig voel ik me opperbest, ook al omdat ik Cyriel Van Tilborgh heb leren kennen. Een fantastische kerel. Wie verwacht van een bankier tenslotte dat hij ook reisboeken schrijft en een Elsschot Genootschap uit de grond stampt?""De vakbonden?" proberen we gevat. Spijtig genoeg wordt de Leeuw net op dat ogenblik door een charmante dame naar zijn tafel geloodst. Terwijl onze disgenoten - een bankier, een bedrijfsleider, twee echtgenotes en, verrek, diezelfde communicatiedeskundige - hun eendenborst naar binnen smikkelen, bestijgt De Standaard-hoofdredacteur Peter Vandermeersch het zuinig boven de tafels uitkijkende podium. Na een lange introductie die de eindredacteurs bij De Standaard ongetwijfeld tot enig goedkeurend gegrom zou hebben verleid, wordt de hoofdschotel van deze literaire soiree eindelijk aangekondigd: Europees commissaris Frits Bolkestein zal alle 185 aanwezigen trakteren op zijn eigenzinnige - zij het vooraf uitgetikte en al aan iedereen in kopievorm overhandigde - visie op het werk van de grootste stilist der Nederlandse letteren. Terwijl Bolkestein zijn perfect geredigeerde tekst voordraagt, lezen de meeste toehoorders intussen aandachtig mee. In de tekst heeft Bolkestein het onder meer over de fascinerende analogieën tussen het huidige gesjoemel bij beursgenoteerde dotcombedrijven en corrupte conglomeraten (denk aan Enron en WorldCom) en de praktijken die Elsschot - als reclameman gevestigd in de wereld van handel en nijverheid - zestig jaar eerder al gedecideerd onder een satirische loep nam in het boek 'Lijmen'. "Elsschot had immers een goed gevoel voor eeuwige waarheden en kende de wereld van schijn en bedrog," zo lezen we, vocaal gesteund door de echo van Bolkestein. "Elke CEO kent bovendien deze stelregel van het kapitalisme: na levering of het verrichten van diensten moet er worden betaald," zo gaat de Europees commissaris voort. "Als aankopen of diensten groter zijn dan het beschikbare kapitaal ontstaat er een probleem. Geen enkele onderneming kan lang boven haar stand leven. Staten die dat doen, wentelen de lasten af op de volgende generaties, die op de blaren zitten na het gevoerde wanbeleid. Die stelling hoeft in België, dat ooit een staatsschuld had van 140 % van het bruto binnenlands product, geen betoog."Bolkesteins wenkbrauwen zakken met een onheilspellende dertig graden, zijn woordendebiet schiet onaangekondigd de hoogte in en zijn stem klinkt imperialer dan ooit tevoren. "Nu betalen we nog de prijs. De belastingen zijn hoog, de openbare dienstverlening is verouderd en de wegen van Brussel zitten vol gaten. Burgers van een staat betalen de prijs, maar later. Een onderneming betaalt het gelag meteen. Diensten moeten worden verricht en betaald. Zoniet verschijnen er crediteuren of erger: curators."Niemand die nog een hap binnenkrijgt. En nog is het niet gedaan. "Nu bestaat bij veel mensen de misvatting dat dit kapitalisme genadeloos is en geen enkele moraal kent," briest Bolkestein, terwijl hij als een onbarmhartige kapelaan uitkijkt over zijn kudde. "Vooral in kringen van socialisten, groenen en linkse christenen is dit de algemene opvatting. Maar dat is niet waar. Het kapitalisme kent een harde waarheid, maar die wordt gesteund door de kracht van de feiten. De waarheid heeft haar rechten, bij elke organisatie, zowel in de sector van de overheid als in het bedrijfsleven. Bedrog wordt uiteindelijk afgestraft en vormen van misplaatste ijdelheid monden uit in een ontmaskering."Een pijnlijke stilte doemt op: lepels en vorken worden weer uit de handtassen bovengehaald en zeepjes netjes terug in de toiletbak gelegd. Van een moreel gezag gesproken. "We zijn het duurste en snelst groeiende genootschap," grapt voorzitter Van Tilborgh, terwijl de donderpreek van Bolkestein intussen wordt weggespoeld met kloeke teugen St-Emilion Grand Cru. "Als je een duurder genootschap kent, bel of mail me dan. We zullen niet aarzelen om onze prijzen aan te passen."Daar heeft de versatiele Van Tilborgh uiteraard zijn redenen voor. De opbrengst van dit benefietdiner gaat immers rechtstreeks naar de dvd-uitgave van 'Villa des Roses', zoals die in 1980 is voorgelezen door Luc Philips en in 30 afleveringen werd uitgezonden op de BRT-radio. Het Willem Elsschot Genootschap, dat in 1999 werd opgericht, kan rekenen op structurele partners als Canvas, Knack, Ernst & Young en het Vlaams Fonds voor de Letteren. Het telt intussen meer dan 600 leden en heeft heel wat meer op zijn agenda staan dan het organiseren van literaire diners. Zo stelt het genootschap zich tot doel "de studie van de persoon Alfons de Ridder en van het werk van de auteur Willem Elsschot; het ontsluiten van het literair en zakelijk archief en de bekendmaking van zijn werk". Enkele voorbeelden? Zo hielp het WEG een handje bij de Franse vertaling van 'Kaas', ondersteunde het de recente uitgave van Elsschots 'Verzameld Werk' en organiseert het op regelmatige basis lezingen, poëziedagen en filmvertoningen. Om zijn doel te realiseren en zijn activiteiten te stroomlijnen, bundelt het WEG zijn uitgaven trouwens in een aparte reeks publicaties. Na dit minder subtiele gelijm ten faveure van het WEG - nodig ons uit en we doen voor u voorzeker hetzelfde - hoog tijd om onze aandacht opnieuw te richten op de wat schlemielige bühne. Als een onverschrokken dompteur staat Rick de Leeuw daar ondertussen immers de grillige woorden uit zijn gedichten te bezweren en ze in luimige strofes te jagen. Met succes trouwens. Want zelfs onze tafelgenoten - in steeds vileiner wordende discussies verwikkeld rond sujetten als het Antwerpse burgemeesterschap en de pinnige formatiegesprekken - worden zowaar heel even stil van rake oneliners als "dromen vervuld zijn dromen vergooid" en de overtuigend klinkende belofte dat "het mooiste nog moet komen". Of dat laatste ook geldt voor Fred Chaffart, de man die aan het hoofd stond van onder meer Generale Bank en Tiense Suikerraffinaderij, laten we liever in het midden. Tenslotte worden we alleen betaald om objectief verslag uit te brengen van deze avond en niet om de Madame Soleil in ons tot onbehoorlijke proporties te laten opwellen. Niettemin trippelen we na dit overigens erg geslaagde diner heel even tot bij de eretafel en polsen er Chaffart naar zijn liefde voor Elsschot. "Wat wil je. Ik ben zelf een geboren en getogen Antwerpenaar," vertouwt Chaffart ons amicaal toe. "En dus voel ik me innig verbonden met 's mans werk. Bovendien ben ik, net als hij, in de zakenwereld beland. En ik moet zeggen: hij kan als geen ander de kleine kantjes van de menselijke natuur observeren. Iedereen die ervan droomt carrière te maken in het zakenleven zou ik dan ook de lectuur van Kaas willen aanbevelen." Een wijze raad. Alleen - zo leert Elsschot ons - staan er tussen droom en werkelijkheid wel eens vaker mensen en praktische bezwaren in de weg. Dave MestdachElsschot lijkt de jongste jaren, dankzij de onverdroten inspanningen van het Willem Elsschot Genootschap, aan een tweede jeugd toe. Elsschot schetst in zijn boeken niet het meest flatterende portret van 'de ondernemer'. En toch wordt hij net door deze beroepscategorie fanatiek aan de borst gedrukt.