Patrick Hoet (53) zit op de tweede verdieping van zijn atelier in het hart van Brugge. De muren en het plafond hangen volgeplakt met gestileerde zwart-witschetsen van naakte vrouwenfiguren. Samen met zijn vrouw en een medewerkster is Hoet in de weer met een knalrode vitrinekast die eerstdaags naar een optiekzaak in Spanje moet. Het strak vormgegeven gevaarte blijkt niet voldoende bestand tegen de zwaartekracht en wordt dan maar aan de kant gezet.
...

Patrick Hoet (53) zit op de tweede verdieping van zijn atelier in het hart van Brugge. De muren en het plafond hangen volgeplakt met gestileerde zwart-witschetsen van naakte vrouwenfiguren. Samen met zijn vrouw en een medewerkster is Hoet in de weer met een knalrode vitrinekast die eerstdaags naar een optiekzaak in Spanje moet. Het strak vormgegeven gevaarte blijkt niet voldoende bestand tegen de zwaartekracht en wordt dan maar aan de kant gezet. "Ik kom dat soort dingen voortdurend tegen," lacht Hoet. "Ik heb geen technische achtergrond en dan loopt er al eens iets fout. Het voordeel is dat ik daardoor een heel open geest heb en voortdurend nieuwe dingen probeer. Maar ik heb mensen naast me nodig die me helpen bij de technische kant van de zaak. Net zoals ik ook Wim (nvdr - Somers) naast me nodig heb voor de zakelijke kant. Het botst heel dikwijls tussen ons, maar behalve enkele disputen schieten we ook goed op en weten we heel goed wat we aan elkaar hebben."Somers en Hoet sloegen in 1987 de handen ineen. Hoet bricoleerde al wat met monturen, maar besloot samen met Somers een eigen brillenlijn te beginnen. Hoet werd verantwoordelijk voor het ontwerp, Somers voor de commerciële kant van de zaak. De Theobrillen werden het eerst verkocht in de eigen optiekzaken, die van Hoet in Brugge en die van Somers in Antwerpen. Maar van een leien dakje liep het niet meteen. "We zijn allebei onverbeterlijke stijfkoppen, dat heeft ongetwijfeld flink geholpen (lacht). Onze ogen zijn opengegaan toen de Zes van Antwerpen succes hadden. Wat zij kunnen met kleding, kunnen wij ook met brillen, dachten we. Het geld haalden we van onze optiekzaken. We wilden zonder bank werken, anders moesten we te veel toegevingen doen en zouden we te veel op de vingers worden gekeken. In het begin ging het natuurlijk moeilijk. We leurden als schooiers met onze modellen, maar in 1989 kenden we ons eerste succes. In dat jaar hadden we voor de eerste keer een eigen standje op de beurs van Parijs. Daarvoor stonden we altijd te verkopen op de trappen of in de bars. Toen verkochten we in vier dagen tijd 400 brillen. Dat was de eerste keer dat ik zweefde. Ik wist op dat moment dat we vertrokken waren."Twintig jaar later heeft de bokkige mentaliteit van Hoet en Somers heel wat vruchten afgeworpen. Het bedrijf boekt vandaag een omzet van 13 miljoen euro. Vorig jaar gingen 130.000 Theobrillen over de toonbank, in zowat 1700 winkels wereldwijd. Hoet ontwerpt brillen voor Theo en voor zijn eigen collecties Private Label en Eye Wear. Hij heeft ook nog twee winkels, in de Vlamingstraat in Brugge en de Dansaertstraat in Brussel, waar naast brillen ook meubels (nvdr - van Bieke Hoet, zijn dochter die ook de winkel uitbaat) worden verkocht. Tien jaar geleden verkocht hij zijn aandelen in de zaak, omdat hij de financiële kant van de zaak helemaal aan Wim Somers wou overlaten. "Van veel financieel inzicht getuigde die beslissing niet, vrees ik: het was net de periode waarin de zaak explosief begon te groeien. Maar ik heb er nog geen moment spijt van gehad. Ik heb geld genoeg en ik kan creatief grotendeels doen waar ik zin in heb. Ik ben een tevreden mens. Ik kan bij wijze van spreken morgen sterven.""Liever niet op de neus van Bush"Ambitie heeft Patrick Hoet wel nog te over. Die heeft hij altijd al gehad, maar nu op een heel andere manier dan vroeger. "Ik ben meer relaxed dan twintig jaar geleden. Ik herinner me dat ik toen altijd zei dat we onszelf met Theo niet serieus namen. Achteraf bekeken denk ik dat dit niet helemaal klopte (lacht). We namen onszelf veel serieuzer dan we dachten. We zijn groot geworden nu, dus kan ik wat meer ontspannen werken. Al moet je je daar ook niet op verkijken: de winstmarge van ons bedrijf is niet groot. Hoe groter een bedrijf, hoe kleiner die speling om fouten te maken. We kunnen ons dus niet veel uitschuivers veroorloven. Maar ik zit in een luxepositie, dat kan ik niet ontkennen. Daarom kan ik ook zonder terughoudendheid zeggen dat ik liever geen Theobrillen zie op het gezicht van een Vlaams Belangpoliticus of van Bush. Geen mooie bril op de neus van een slechte mens. Mijn verkopers horen het niet graag en krijgen er opmerkingen over in de winkel, maar ik kan het me permitteren om zulke uitspraken te doen."Info: www.hoet.be