Trouwers kunnen een huwelijkscontract afsluiten bij de notaris. Trouwen ze zonder huwelijkscontract, dan vallen ze onder het zogenoemde wettelijk stelsel. Dat betekent dat alle eigendommen die ze tijdens hun huwelijk verwerven en alle schulden die ze maken, gemeenschappelijk zijn. Hun vermogen en hun schulden van vóór hun huwelijk vallen niet in de gemeenschap en blijven hun eigen bezit. Ook wat de echtgenoten tijdens hun huwelijk erven, wordt niet bij de gemeenschap gevoegd.
...

Trouwers kunnen een huwelijkscontract afsluiten bij de notaris. Trouwen ze zonder huwelijkscontract, dan vallen ze onder het zogenoemde wettelijk stelsel. Dat betekent dat alle eigendommen die ze tijdens hun huwelijk verwerven en alle schulden die ze maken, gemeenschappelijk zijn. Hun vermogen en hun schulden van vóór hun huwelijk vallen niet in de gemeenschap en blijven hun eigen bezit. Ook wat de echtgenoten tijdens hun huwelijk erven, wordt niet bij de gemeenschap gevoegd. Met een huwelijkscontract kunnen de echtgenoten afwijken van die algemene regel. Zo kunnen ze ervoor kiezen alle eigendommen en schulden -- zowel die van vóór als tijdens hun huwelijk -- gemeenschappelijk te maken. Of ze kunnen opteren voor een stelsel van scheiding van goederen, waarbij niets gemeenschappelijk is en alles eigendom is van de ene of de andere echtgenoot. In het huwelijkscontract kunnen ze een keuzebeding opnemen. Als een van hen overlijdt, kan de langstlevende partner met dat keuzebeding bepalen wat hij uit de huwelijksgemeenschap opneemt. Het keuzebeding is daardoor een vorm van successieplanning die mee-evolueert met de leeftijd. Ideaal is een beding dat zulke ruime mogelijkheden biedt, dat de langstlevende partner volledig vrij kan kiezen wat het beste aan zijn behoeften beantwoordt. Elke keuze heeft andere fiscale consequenties. Ook dat kan een rol spelen bij de keuze. Het keuzebeding kan dus ook worden gebruikt om de verschuldigde successierechten fiscaal te optimaliseren. Het spreekt vanzelf dat iemand die weduwe wordt op haar veertigste een heel andere keuze maakt dan iemand die haar partner verliest op haar negentigste. Een weduwe met jonge kinderen kiest er mogelijk voor om de huwelijksgemeenschap volledig op te nemen, al is dat fiscaal niet de beste keuze. Op alles waarvan ze meer dan de helft verwerft, betaalt ze immers successierechten. De negentigjarige weduwe neemt wellicht slechts een klein deel van het gemeenschappelijk vermogen op, zodat de rest onmiddellijk naar haar kinderen gaat. Dat is fiscaal voordeliger. Alles wat ze erft, wordt anders twee keer belast: eerst betaalt zij successierechten, en na haar overlijden dragen haar kinderen successierechten af op wat overblijft. Beide weduwen kunnen die keuze alleen maken als ze een huwelijkscontract met een ruim keuzebeding hebben dat hen de mogelijkheid geeft die keuze vrij te maken. Keuzebedingen in een huwelijkscontract stellen geen juridisch probleem. Het artikel 1451 van het Burgerlijk Wetboek stelt duidelijk dat echtgenoten kunnen overeenkomen dat hun gemeenschappelijk vermogen in ongelijke delen wordt verdeeld als een van beiden overlijdt. Het artikel 1461 bepaalt dat de langstlevende partner de vrijheid heeft een ander deel dan de helft te kiezen. De fiscus moet die keuze aanvaarden, ook als de langstlevende daardoor minder krijgt dan zijn wettelijke reserve. Een keuzebeding is enkel mogelijk als er een huwelijksgemeenschap is. Echtparen met een zuivere scheiding van goederen die zo'n beding willen opnemen in hun huwelijkscontract, moeten dus overschakelen naar een ander stelsel. Velen kiezen daarbij voor de scheiding van goederen met een beperkte gemeenschap. Dat kan met een eenvoudige notariële akte. Er hoeft dan geen inventaris te worden gemaakt, wat een vervelende klus is. Het echtpaar leeft dan hoofdzakelijk onder het stelsel van de scheiding van goederen, wat de ene partner bijvoorbeeld bescherming kan bieden tegen schuldeisers als de andere ondernemer is. De echtgenoten bepalen zelf welke goederen in de beperkte gemeenschap worden opgenomen; vaak is dat de gezinswoning en de huisraad. Daaraan koppelen ze een keuzebeding, zodat de langstlevende echtgenoot die zeker in volle eigendom krijgt -- als hij dat wil -- na het overlijden van zijn partner. De omschakeling naar een scheiding van goederen met een beperkte gemeenschap met een keuzebeding is een eenvoudige procedure, waarvoor een notaris ongeveer 1250 euro aanrekent. Naarmate de partners ouder worden, kunnen ze meer goederen naar de beperkte gemeenschap versluizen, om hun successieplanning te optimaliseren. Partners kunnen een keuzebeding gebruiken om de successierechten te optimaliseren. De vraag rijst of dat niet in strijd is met de antimisbruikbepaling, die stelt dat een successieplanning ook niet-fiscale motieven moet hebben. Maar in de praktijk levert de antimisbruikbepaling zelden een probleem op. Echtparen zetten het keuzebeding doorgaans niet alleen in het huwelijkscontract om successierechten te vermijden. De financiële bescherming en de keuzevrijheid van de langstlevende echtgenoot zijn veel belangrijker. Bovendien leidt het keuzebeding er niet automatisch toe dat er minder successierechten moeten worden betaald, zoals blijkt uit het voorbeeld van de veertigjarige weduwe. JOHAN ADRIAENS EN JOHAN STEENACKERS