Een eeuw geleden versloegen de westerse mogendheden het Ottomaanse rijk in Palestina, Syrië, Irak en Jemen en schonken ze de regio (onder hun voogdij) aan stammen en sekten die tot dan relatief harmonisch hadden samengeleefd onder de heerschappij van Istanbul. Sindsdien zijn continu oorlogen gevoerd over wie welk stukje land zou krijgen.

Die brandhaarden raken ook in 2017 niet geblust. De meest drastische verandering wordt de overgang van Islamitische Staat (IS) van een voornamelijk territoriale macht naar een extraterritoriale guerrillabeweging. Teruggedrongen door de westerse bombardementen en lokale gewapende groepen, kunnen zijn strijders zich verspreiden over de hele regio en daarbuiten en zo de oorspronkelijke wereldwijde strategie van al-Qaeda nieuw leven kunnen inblazen. In het vacuüm dat IS in de regio achterlaat, ontvlamt een nieuwe strijd om land.

Het Iraakse leger heeft grote moeite om de talrijke strijdende milities in het land onder de duim te krijgen. Koerdische Peshmerga, die beweren gesteund te worden door christelijke, shabakse en jezidische sektes, zouden vanuit Erbil de vlakte van Ninawa en haar lucratieve olievelden kunnen innemen. Als ze niet tegengehouden worden, kunnen ze botsen op sjiitische milities die noordwaarts trekken langs de Tigris in een race om de tweede stad van Irak, Mosul, te veroveren. De soennitisch-Arabische stammen, die al sinds mensenheugenis verdeeld zijn, willen wellicht elk hun eigen enclave vestigen, maar doen weinig meer dan het ene stamhoofd tegen het andere uitspelen.

In Syrië sleept de vijf jaar oude oorlog zich moeizaam door een zesde jaar. Rond de hoofdstad Damascus valt het ene nest van soennitische rebellen na het andere in handen van president Bashar al-Assad. Gewapende soennitische groepen trekken zich terug naar de periferie aan weerszijden van de grens met Jordanië en Turkije.

Beide landen gebruiken hen mogelijk als buffer in een poging een mogelijke exodus van vluchtelingen (inbegrepen jihadisten met een globale agenda) af te stoppen. Hoe dichter ze bij Israëlische strijdkrachten komen, hoe meer Assads bondgenoten Iran en Hezbollah geneigd zullen zijn te knabbelen aan de ring van soennitische milities rond de door Israël bezette Golanhoogte. Aangezien zowel Israël als Hezbollah de oorlog van 2006 als een onafgedane kwestie beschouwt, is het vooruitzicht op een confrontatie, deze keer op Syrische bodem, reëel. Het Turkse leger ziet dan weer in de Koerdische strijdkrachten die de Verenigde Staten hebben verenigd in het noorden van Syrië, een verlengstuk van de Koerdische nationalisten die het in Turkije wil bedwingen, en zou kunnen overgaan tot een heftige aanval.

Saudi-Arabië versus Iran

Niemand heeft baat bij de oorlog tussen Jemen, het armste land op het Arabische schiereiland, en Saudi-Arabië, de rijkste staat in de regio. Toch blijft hij duren aangezien niemand weet hoe er een einde aan te maken. De kloof tussen het noorden en het zuiden van Jemen wordt almaar breder. De invloed van al-Qaeda in het zuidoosten kan langs de smokkelroutes doorsijpelen naar Oman, ondanks inspanningen van de buren van Jemen om dat gevaar in te dijken.

De Golfstaten en Iran zien hun begrotingstekorten oplopen, de eerste door de kosten van hun oorlog in Jemen, het tweede door de terughoudendheid van de VS om het land opnieuw toe te laten tot het financiële wereldsysteem. Die landen proberen de aandacht af te leiden van hun interne problemen door almaar meer kritiek op elkaar te leveren. De vooruitzichten op een compromis worden vertroebeld door de campagne voor de Iraanse presidentsverkiezingen in mei 2017, waarin ideologische hardliners opkomen tegen de pragmatici van president Hassan Rohani. De Saudisch-Iraanse rivaliteit vergroot de soennitisch-sjiitische kloof in de regio nog meer, maar gelukkig zijn er voldoende stand-ins waarmee ze hun machtsstrijd kunnen uitvechten zonder rechtstreeks tegen elkaar oorlog te voeren.

Een sluimerend kruitvat

Misschien wel de minst waarschijnlijke brandhaard is dit jaar die waarvan tot voor enkele jaren zonder meer aangenomen werd dat hij zou opflakkeren. In 2017 is er de honderdste verjaardag van de Balfour Declaration, die de Joden een thuisland in Palestina beloofde. Het is ook vijftig jaar geleden dat Israël heel Palestina innam met de verovering van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Het Israëlisch-Palestijnse conflict, ooit een katalysator van regionale twisten, staat almaar lager op de internationale agenda. Blijkbaar zijn er te veel plekken in de regio waar de internationale gemeenschap zich dringender zorgen over moet maken.

De auteur is Midden-Oostencorrespondent van The Economist.

Nicolas Pelham