Lexicon van de Verzekeraar

Een woordenlijst voor een klare kijk op de algemene voorwaarden van een levensverzekering.

Een levensverzekering bevat enkele fiscale ingrediënten en heel wat juridische termen. Wie geen jurist is, heeft vaak moeite om de algemene voorwaarden van de onderschreven polis te begrijpen. We hebben voor u een lijstje opgesteld met de belangrijkste termen.

Afkopen van het contract

Dit is de operatie waarbij de verzekeringnemer vroegtijdig een einde maakt aan het contract hij koopt het af door de gestorte premies terug te vragen. De verzekeringnemer kan het contract afkopen wanneer hij geld nodig heeft. Vanuit fiscaal standpunt is dit ten zeerste af te raden : op het bedrag dat u ontvangt, betaalt u immers 33 % belastingen. U kiest dus beter voor een voorschot op de polis.

De afkoopoperatie is alleen mogelijk indien ze een positieve afkoopwaarde opbrengt. De algemene voorwaarden geven de theoretische afkoopwaarde weer, een reserve die bestaat uit de gestorte premies, waarvan men de kosten heeft afgetrokken die aan het contract zijn verbonden (beheerskosten enz.). Maar in werkelijkheid keert de verzekeraar de afkoopwaarde uit,… zonder meer. Een bepaald percentage van de theoretische afkoopwaarde. Het verschil tussen deze twee afkoopwaarden is een “boete” die de verzekeraar oplegt indien de verzekeringnemer het contract verbreekt.

Begunstigde

De begunstigde is de persoon die gemachtigd is om het onderschreven kapitaal te ontvangen. De begunstigde is zeer vaak de verzekerde-verzekeringnemer zelf, indien hij op de vervaldag van het contract nog in leven is. Maar er is geen reden waarom een derde niet als begunstigde zou worden aangeduid. Is de verzekerde echter overleden, dan wordt het kapitaal uiteraard uitgekeerd aan een derde die in het contract als begunstigde is aangeduid. Vaak gaat het dan om de overlevende echtgenoot of kinderen. Maar de aangeduide begunstigde kan net zo goed gewoon een vriend zijn.

Alleen de verzekeringnemer heeft het recht om de begunstigde aan te duiden. Dat recht kan niet door de partner of de schuldeisers worden uitgeoefend. In een polis kunnen ook meerdere begunstigden worden vermeld.

De aanduiding van de begunstigde kan belangrijke fiscale gevolgen hebben. Om recht te hebben op de vrijstelling van de gestorte premies, en dus om minder belastingen te betalen, moet de aangeduide begunstigde in geval van overlijden de partner of een bloedverwant tot en met de tweede graad zijn. Daarom is de begunstigde, ingeval van overlijden van de verzekerde, vaak de echtgenoot of de kinderen.

Gemengde levensverzekering

Dit is een contract waarbij de verzekeringsmaatschappij op de vervaldag een kapitaal uitkeert ongeacht of de verzekerde nog leeft of ondertussen overleden is. Dit is dus een gemengde formule. Bij leven ontvangt de verzekerde de gestorte premies, gekapitaliseerd aan een interestvoet van x %, een soort bijkomend pensioen. Is de verzekeringnemer overleden, dan keert de verzekeraar het kapitaal uit aan de begunstigde die in het contract werd aangeduid.

Over het algemeen is het gestorte kapitaal bij leven identiek aan dat bij overlijden van de verzekerde (formule 10/10). Toch wordt soms voorrang gegeven aan één van beide waarborgen. Zo garandeert een 10/20 een kapitaal dat in geval van leven het dubbele bedraagt van bij overlijden wordt uitgekeerd. Maar men kan ook voor een 10/30 (driemaal meer in geval van leven) of om het even welke, andere formule kiezen.

Zoals een schuldsaldoverzekering vaak in het kader van een hypothecaire banklening wordt gebruikt, zo combineert men een gemengde levensverzekering vaak met een hypothecaire lening die via een verzekering gefinancierd wordt.

Levenslange verzekering

De levenslange verzekering is een overlijdensverzekering die onbeperkt is in de tijd. In tegenstelling tot de tijdelijke overlijdensverzekering zal de verzekeraar zeker ooit een kapitaal moeten uitkeren, aangezien het overlijdensrisico zeker zal plaatsvinden. Daarom ook gebruikt men de term “levenslang” voor deze overlijdensverzekering. Op het eerste gezicht kan dat immers nogal eigenaardig lijken.

Reductie van het contract

De reductie van het contract is de verrichting waarbij de verzekeringnemer een einde maakt aan de betaling van de premies. De verzekerde kapitalen worden dan proportioneel gereduceerd, in verhouding tot de tot dan toe gestorte premies. In tegenstelling tot de afkoop, maakt een reductie geen einde aan het contract aangezien de verzekeraar de gestorte premies niet moet terugbetalen. Bij een reductie worden de betalingen opgeschort en de verzekerde kapitalen worden aangepast.

Schuldsaldoverzekering

Een zuivere overlijdensverzekering… met afnemend kapitaal. Het uitgekeerde kapitaal bij overlijden van de verzekerde neemt af met de tijd. Hoe later het overlijden dus plaatsvindt, hoe kleiner het uitgekeerde kapitaal zal zijn. Dit soort contract wordt vaak gebruikt in het kader van een hypothecaire banklening voor de aankoop van een onroerend goed. Wanneer de verzekerde-kredietnemer overlijdt, dan betaalt de verzekeringsmaatschappij aan de geldschieter het saldo van de nog openstaande lening terug. Vandaar ook de naam : schuldsaldoverzekering.

Dankzij de schuldsaldoverzekering moeten de erfgenamen van de verzekerde-kredietnemer de lening bij diens overlijden niet langer afbetalen. Uiteraard loopt de schuldsaldoverzekering niet langer dan de lening.

Tijdelijke overlijdensverzekering

Dit is een zuivere overlijdensverzekering. Enkel bij het overlijden van de verzekerde wordt het kapitaal door de verzekeraar aan de aangeduide begunstigde uitgekeerd. Indien de verzekerde pas na de vervaldag van het contract overlijdt, dan betaalt de verzekeraar geen kapitaal uit. Is de verzekerde nog in leven bij het einde van het contract, dan keert de verzekeraar het kapitaal niet uit en zijn de gestorte premies dus verloren.

Verzekerde

Het hele verzekeringscontract draait rond de verzekerde. Het feit dat hij op de vervaldag van het contract nog leeft of overleden is, geeft aanleiding tot de uitkering van het kapitaal door de verzekeraar ! Het is op zijn hoofd dat het “verzekerde risico” rust. Zijn leven of overlijden dus.

Vaak verwart men de verzekerde met de verzekeringnemer of de begunstigde die in het contract werd aangeduid. De drie hoedanigheden kunnen best in een enkele persoon verenigd zijn. Maar de verzekerde hoeft niet tegelijkertijd ook verzekeringnemer of begunstigde te zijn (zie ook “Verzekeringnemer” en “Begunstigde”).

Verzekering met uitgesteld kapitaal

Dit is de levensverzekering in zijn zuiverste vorm. De verzekerde ontvangt het verzekerde kapitaal alleen op voorwaarde dat hij bij het einde van het contract in leven is. De vervaldag is afhankelijk van de duur van het contract dat men aangaat. Om louter fiscale redenen ligt die vervaldag, over het algemeen, op 65 jaar voor mannen en op 60 jaar voor vrouwen. Indien de verzekerde gedurende de looptijd van het contract sterft, dan zijn de betaalde premies verloren !

Om dat te vermijden, kan men een optie tot terugbetaling van de premies onderschrijven. Dat noemt men ook de verzekering met uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de premies. Indien de verzekerde overlijdt, dan worden de premies terugbetaald aan de begunstigde die in het contract werd aangeduid. Soms past men een interestvoet van x % toe, zodat de investering niet verloren is.

Verzekeringnemer

De verzekeringnemer tekent het contract en betaalt de premies aan de verzekeraar. Wanneer er een uitkering in geval van leven wordt voorzien, dan zijn de verzekeringnemer, de verzekerde en de begunstigde die het kapitaal bij leven op het einde van het contract ontvangt, vaak dezelfde persoon. Toch kan het ook om drie verschillende personen gaan. Zo kan een grootvader bijvoorbeeld de verzekeringnemer zijn die zijn zoon verzekert en zijn kleinzoon als begunstigde aanduidt, indien zijn zoon zou overlijden. In dit geval zijn de hoedanigheden van verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde drie verschillende personen.

Verzekeringspremie

Dat is het bedrag dat wordt betaald door de contracterende partij, die de tegenpartij vertegenwoordigt van de engagementen van de verzekeraar. De premies worden betaald op de data die in de polis werden overeengekomen. De vervaldag kan maandelijks, driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks zijn. Maar desnoods is de betaling van de premie niet verplicht : het contract zal dan worden opgeschort. De verzekeringnemer blijft dus vrij om de betaling al dan niet voort te zetten.

Voorschot op de polis

Dit is de operatie waarbij de verzekeringnemer een voorschot lees : krediet op zijn polis vraagt. De verzekeraar schiet dan een bedrag voor, mits een interestvoet van x %. Over het algemeen gaat het om een vrij gunstige interestvoet. Jammer genoeg kennen de meeste mensen deze verrichting niet.

De voorwaarden om voor zo’n voorschot in aanmerking te komen, zijn afhankelijk van de soort verzekering die men onderschreven heeft. Het contract moet een uitkering in geval van leven of in geval van overlijden van de verzekerde voorzien. Bij een zuivere overlijdensverzekering het kapitaal wordt enkel en alleen uitgekeerd bij overlijden van de verzekerde of bij een zuivere levensverzekering het kapitaal wordt enkel en alleen uitgekeerd indien de verzekerde nog leeft wordt geen voorschot toegestaan.

Op het einde van het contract moet de verzekerde het voorschot niet terugbetalen aangezien de verzekeraar zich kan laten terugbetalen van het verzekerde kapitaal dat nog uitgekeerd moet worden. Maar het is dan wel noodzakelijk dat de verzekeraar het kapitaal verschuldigd is. Indien het verzekerde risico niet voorvalt de verzekerde was bijvoorbeeld verzekerd in geval van overlijden en hij leeft nog op de vervaldag van het contract dan wordt het verzekerde kapitaal niet uitgekeerd. Bijgevolg verliest de verzekeraar het bedrag van het toegekende voorschot indien het tijdens de duur van het contract door de verzekeringnemer niet werd terugbetaald. Daarom moet de verzekerde verzekerd zijn in geval van leven en in geval van overlijden.

Er is nog een tweede voorwaarde om voor een voorschot in aanmerking te komen. De afkoopwaarde van het contract (zie “Afkopen van het contract”) moet positief zijn. Hoe groter de som van de gestorte premies, hoe hoger de afkoopwaarde en hoe hoger ook het bedrag van het toegekende voorschot. Het toegekende voorschot zal ook hoger zijn wanneer het dichter tegen de vervaldag van het contract wordt toegekend.

Winstdeelnemingen

De winstdeelneming (WD) is het deel van de winst dat de verzekeraar aan de verzekerden teruggeeft. De belangrijkste post van deze winst bestaat uit financiële winsten.

Eerste basisprincipe bij deze winstdeelnemingen : het toegekende bedrag verschilt van jaar tot jaar, omdat het telkens aan verschillende, financiële winsten is gekoppeld.

Gevolg : de winstdeelnemingen zijn niet contractueel bepaald. De verzekeraar doet zijn uiterste best om elk jaar de hoogst mogelijke winstdeelneming uit te keren, maar daarover bestaat geen zekerheid. De verzekeraar belooft namelijk geen bepaald resultaat. Dat neemt niet weg dat de toegekende winstdeelnemingen, die op de vervaldag van het contract wordt uitgekeerd bovenop het verzekerde kapitaal (dat wel contractueel is gewaarborgd), afhankelijk van de verzekeraar zeer sterk kunnen verschillen.

Kijk uit met winstdeelnemingen. Tegenwoordig bedragen ze zowat 2 %, maar elke verzekeringsmaatschappij heeft “haar eigen manier” om dat tarief te berekenen en gebruikt daarvoor een andere basis. Het tarief is niet alles : de basis waarop dat wordt toegepast, is minstens even belangrijk. Sommige verzekeraars passen het tarief toe op de som van alle premies die door de verzekerde werden gestort… sinds de ondertekening van het contract. Maar de meeste verzekeringsmaatschappijen houden enkel rekening met de premies die gedurende de jongste twaalf maanden zijn gestort. De premies die voordien werden gestort, krijgen een andere tarief toegemeten. Het laatst geafficheerde tarief is dus niet representatief omdat het maar op een “beperkte” basis van toepassing is.

Laurent Feiner

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content