Wie in dit land zijn brood verdient in de chemie, de farma of de financiële dienstverlening, krijgt elke maand het hoogste gemiddelde loon op zijn bankrekening. Helemaal onder aan de loonladder bengelen de werknemers in de non-profit, de retail en de zorg, blijkt uit de recentste loonstudie van de hr-specialist Hudson.
...

Wie in dit land zijn brood verdient in de chemie, de farma of de financiële dienstverlening, krijgt elke maand het hoogste gemiddelde loon op zijn bankrekening. Helemaal onder aan de loonladder bengelen de werknemers in de non-profit, de retail en de zorg, blijkt uit de recentste loonstudie van de hr-specialist Hudson. "Als de marktmediaan 100 is, loopt het gemiddelde loon in de chemie op tot 118 en in de financiële sector tot 120", vertelt Wouter Beuckels, senior manager talentmanagement bij Hudson. "Wie in de retail of de zorg werkt, verdient gemiddeld maar 89 en 88 procent van die marktmediaan." Worden ook de extralegale voordelen meegenomen in de loonvergelijking, dan vallen de werknemers in de gezondheidssector terug tot 75 procent van het algemene mediaanloon. Een bediende in de zorg krijgt maandelijks gemiddeld 2382 euro bruto, terwijl het gemiddelde bediendeloon in ons land 2790 euro bedraagt - een verschil van 15 procent. In managementfuncties loopt het verschil op tot 20 procent: 4577 euro in de zorgsector, tegenover 5704 euro als algemeen marktgemiddelde. Tijdens deze coronacrisis erkent iedereen dat de zorg en de retail cruciale sectoren zijn, maar dat blijkt dus allerminst uit de gemiddelde lonen. "De werknemers in de laagstbetaalde sectoren komen er dubbel bekaaid van af", bevestigt Xavier Baeten, loonexpert bij de Vlerick Business School. "Niet enkel hun basisloon is lager, ze moeten het ook stellen met heel wat minder extralegale voordelen dan de werknemers in goedbetaalde sectoren." "Puur economisch bekeken geeft een aantal vaste factoren de gemiddelde lonen in een bepaalde sector mee vorm. In eerste instantie is er de wet van vraag en aanbod", legt Xavier Baeten uit. "In theorie stijgen de prijzen als er veel vraag en weinig aanbod is, maar in de loonvorming gaat die wet niet zomaar op. De zorgsector smeekt al jarenlang om meer mensen, maar die schaarste heeft zich niet vertaald in hogere lonen." Nog andere factoren hebben een belangrijke invloed op de loonvorming. "Zo speelt ook de sterkte van de vakbonden - of van de sociale partners in het algemeen - een rol", zegt Baeten. "Iedereen herinnert zich de sociale onrust in de zorg, de zogenoemde witte woede, maar je kan je afvragen of de impact van de vakbonden er even groot is als in andere grote sectoren. Wat misschien ook een rol speelt, is dat een stevige meerderheid van de werknemers in de gezondheidssector vrouwen zijn. Zonder seksistisch te willen zijn, weten we dat vrouwen het doorgaans minder hard spelen als het op loon aankomt. Bovendien zijn het vaak mensen die vanuit een intrinsieke motivatie in die sector aan de slag zijn en voor wie het loon dus misschien een iets minder belangrijke trigger is." Ook de financiële druk in een sector heeft gevolgen voor de lonen. De financiering van de zorg is al jarenlang een heet politiek hangijzer. Zo berekende de koepelorganisatie Zorgnet-Icuro dat de Vlaamse zorg zowat 4 miljard euro nodig heeft om de huidige behoeften te dekken. De vergrijzing zal de vraag naar zorg de komende jaren nog doen toenemen, waardoor de gezondheidsuitgaven in ons land elk jaar nog met zowat 2 procent zullen stijgen. "Tegelijk is er de sterke druk van de Europese Unie om onze begroting onder controle te houden", zegt Baeten. "Ook de retail kampt met een sterke financiële druk, omdat de marges in die sector heel klein zijn."Tegelijk onderstreept Baeten dat we de zorg en de retail niet over dezelfde kam mogen scheren. "Uit de VDAB-lijst van knelpuntberoepen in Vlaanderen blijkt dat er een tekort is aan artsen, ziekenhuisapothekers, paramedici, laboranten, verpleegkundigen en verzorgenden. Dat geldt niet voor winkelpersoneel. Wat niet belet dat we ook hen bijzonder dankbaar moeten zijn in deze periode." In 2020 gaat 25 procent van de uitgaven in de zorg naar de lonen van de artsen en 43 procent naar de niet-artsen. "Als die sector budgettaire beperkingen opgelegd krijgt, is het al snel duidelijk op welke uitgavenposten in eerste instantie wordt gefocust om de kosten onder controle te houden", stelt Baeten. "Bovendien brengen artsen nu eenmaal ook geld binnen voor de ziekenhuizen. Waarmee ik helemaal niet zeg dat een verpleegster niet productief is, maar ziekenhuizen halen hun omzet vooral uit de artsen, en dus zullen ze minder geneigd zijn in hun lonen te snijden. Artsen zitten daardoor in een comfortabelere positie, ook in een sector die zwaar onder druk staat." Luc Van Gorp, de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit (CM), deed al meermaals een oproep om te snijden in wat hij de "ontransparante en vaak onredelijk hoge artsenlonen" noemde. Moeten we dat debat binnenkort voeren? "Ik ga me niet uitspreken over de hoogte van de artsenlonen", reageert Baeten. "Maar in de wetenschap dat alle CEO's en binnenkort wellicht ook alle leden van het directiecomité van beursgenoteerde ondernemingen hun loon moeten bekendmaken, omdat ze een beroep doen op het publieke spaarwezen, valt er iets te zeggen voor meer transparantie van de artsenlonen. Ook artsen halen een stevig deel van hun inkomen uit publieke middelen. Het zou goed zijn dat de overheid zich zo snel mogelijk over een coherent en doordacht loonbeleid voor de gezondheidssector buigt. Dat moet duidelijke keuzes bevatten over de hoogte van de lonen en de samenstelling van het totaalpakket, en moet vertrekken vanuit een grondige doorlichting van de actuele situatie." "Ik stel bijvoorbeeld vast dat in de zorgsector een baremasysteem geldt, waardoor anciënniteit een sleutelrol speelt voor de bepaling van de lonen. Het kan niet de bedoeling zijn dat mensen die aan het einde van hun loopbaan zitten, moeten inleveren, maar het is ook niet meer van deze tijd dat anciënniteit kan leiden tot een verschil van 60 procent en meer in dezelfde categorie. Dat maakt het voor de zorg ook lastiger om jonge mensen te enthousiasmeren. Bovendien heeft de sector - anders dan sommige retailbedrijven - geen mogelijkheid om tijdelijk een premie te geven aan mensen die een aantal versnellingen hoger moeten schakelen voor het algemeen belang. En ten slotte vermoed ik dat je ook bij de bepaling van de artsen- en de specialistenlonen wel een paar kanttekeningen kan maken." Vorig jaar deed Vlerick Business School, in samenwerking met Vacature.com, een onderzoek naar de tevredenheid van werknemers over hun loon. Ook die studie legde de vinger op de wonde. De tevredenheid van uitvoerende bedienden over hun totale loonpakket bedroeg 3,40 op een schaal van 1 tot 5. Bij uitvoerende bedienden in de zorg- en de welzijnssector was dat slechts 3,07. De verschillen tussen werknemers met een kader- of een managementfunctie zijn nog groter. Terwijl de gemiddelde tevredenheid over het loonpakket 4,00 was, bedroeg die bij mensen met een kader- of een managementfunctie in de gezondheidssector nauwelijks 3,05. Ook als er gepeild werd naar de tevredenheid over de extralegale voordelen - gesteld dat die er zijn - kwamen significante verschillen aan het licht. In Brazilië werd dit jaar onderzocht hoe de efficiëntie in de gezondheidszorg kan worden verhoogd via het loon. Die studie leverde interessante inzichten op. Xavier Baeten: "Er blijkt een positief verband te zijn tussen de lonen van de niet-artsen en de efficiëntie in de zorgsector. Hogere lonen voor het zorgpersoneel leiden tot een grotere tevredenheid en een sterker gevoel van erkenning, waardoor ook de efficiëntie toeneemt. Dat verband is er niet als je de artsenlonen verhoogt. Met andere woorden: willen we een efficiëntere zorgsector, dan moeten we in de eerste plaats de lonen van het medische personeel opkrikken." Kan de coronacrisis een gamechanger worden? Economisch filosoof Antoon Vandevelde, die verbonden is aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven, is genuanceerd optimistisch. "Een grote crisis zorgt vaak voor een golf van solidariteit. Dat zie je ook in oorlogstijd, maar het is de vraag of dat volstaat om de spelregels ook op lange termijn fundamenteel te veranderen. We kunnen niet om de vaststelling heen dat de zorg een arbeidsintensieve sector is. Al die mensen blijken we ook heel hard nodig te hebben. Deels daardoor is de productiviteitsstijging er de afgelopen jaren veel minder uitgesproken dan in andere sectoren, waar vooral de automatisering een exponentiële toename mogelijk heeft gemaakt. Daarom moet je zorgen voor een herverdeling van die hoogproductieve sectoren naar sectoren waar productiviteitsstijging onmogelijk is." "Dat is de puur economische kant, maar loonvorming gaat ook over macht", vervolgt Vandevelde. "In sommige sectoren, denk maar aan de luchtvaart, hebben bepaalde mensen een soort gijzelingsmacht, waardoor hun looneisen sneller worden ingewilligd. Maar zo'n machtsspel wordt ook subtieler gespeeld: zo bewaken en beperken notarissen en artsen de toegang tot hun beroep, waardoor ze ook een zekere macht hebben." Toch verwacht Vandevelde dat de maatschappelijke beeldvorming zal veranderen door deze crisis. "We vertrouwen onze kinderen, zieken en bejaarden - de mensen die ons het dierbaarst zijn - toe aan mensen die daarvoor veel minder betaald worden dan de meeste andere werknemers. Het besef lijkt gegroeid dat er meer waardering nodig is voor sectoren waar maar een beperkte productiviteitswinst mogelijk is. En dat investeringen in die sector, ondanks die lagere productiviteit, wel degelijk zinvol zijn."