Is de vierde industriële revolutie in aantocht? Het zijn veel te grote woorden voor een zich langzaam voltrekkende evolutie, maar de tijd dat zelfstandig zijn een soort roeping was, lijkt stilaan voorbij. We haken steeds meer in op de Amerikaanse mentaliteit: berekende risico's nemen. Zoals het ervaren kaderlid dat een bedrijf opstart, wetende dat hij desnoods kan terugvallen op een soortgelijke job als daarvoor. Of de jonge entrepreneur die ervoor durft gaan, in de wetenschap dat hij, mocht het mislukken, nog steeds jong zal zijn en een pak ervaringen rijker.
...

Is de vierde industriële revolutie in aantocht? Het zijn veel te grote woorden voor een zich langzaam voltrekkende evolutie, maar de tijd dat zelfstandig zijn een soort roeping was, lijkt stilaan voorbij. We haken steeds meer in op de Amerikaanse mentaliteit: berekende risico's nemen. Zoals het ervaren kaderlid dat een bedrijf opstart, wetende dat hij desnoods kan terugvallen op een soortgelijke job als daarvoor. Of de jonge entrepreneur die ervoor durft gaan, in de wetenschap dat hij, mocht het mislukken, nog steeds jong zal zijn en een pak ervaringen rijker. Natuurlijk: ze blijven met te weinig. Vlaanderen bengelt achteraan op internationale ranglijstjes van entrepreneurschap. Maar de huidige generatie starters pakt het wel professioneler aan: ze laten zich beter adviseren, doen voor de financiering meer een beroep op overheid en familie, en willen meer dan hun voorgangers werken met budgetten en ondernemingsplannen. Dat blijkt uit het SBB-Spiegelonderzoek (zie blz. 74). Lang niet alle projecten zullen slagen. Maar door een gezondere kijk op ondernemerschap en risico's nemen, kunnen er veel problemen worden vermeden. De luchtvaart leverde vorige week een perfecte illustratie. Terwijl Beap Cargo, het project van voormalige Sabenapiloten, op een faillissement afstevent, haalde Cargo B Airlines van Rob Kuijpers 20 miljoen euro op bij PMV, Petercam en QAT-fondsen. Dat heeft niet alleen te maken met het netwerk van Kuijpers. De Nederbelg was destijds de executive president van SNBA en bouwde, op de basis die Johan Vanneste (nu VLM) en anderen mee hadden gelegd, een bloeiend luchtvaartbedrijf uit. Dat geeft investeerders vertrouwen, al beseffen Kuijpers en zijn mede-initiatiefnemers dat ze daarmee niet immuun zijn voor een slechte afloop. Bij Beap echter zaten veel oorzaken van het falen al in de start vervat. De strategie was op zijn zachtst gezegd warrig en leek vooral op maat gesneden van de veranderende geldschieters: eerst passagiersvervoer tussen België en Togo, later goederenvervoer tussen Luik en Libië, en momenteel nog de stille hoop op cargovluchten tussen Luik en Dubai. De nieuwe generatie ICT-entrepreneurs (zie blz. 32) lijkt het ook beter aan te pakken dan hun hightechconfraters van weleer. In het pre-bubbeltijdperk had men vaak genoeg aan een briljant idee - liefst gepresenteerd met een flitsende powerpoint - om geld in te zamelen. Pas daarna kwam de omzetting van dat idee in een product. En dan bleek dat er iets schortte aan het inkomstenmodel of het businessconcept. Of er was gewoon geen markt voor. De generatie van vandaag verschijnt aan de start met een product, een potentiële markt, een bewezen inkomstenmodel, realiteitszin en een flinke portie doorzettingsvermogen. Betekent dit dat er géén ongelukken zullen gebeuren met die jonge start-ups? Het tegendeel zou pas verbazen. Maar we moeten in Vlaanderen dringend afstappen van die verkramptheid. In de VS betekent een faillissement een leerschool. Het kan dan ook geen toeval zijn dat de ICT-markt en de markt van het lefgeld er al lang haar zelfvertrouwen heeft teruggevonden. Hier verwerken we nog steeds het Lernout & Hauspie-trauma. Vlaanderen lijdt onder zijn onverwerkt verleden. Maar daar heeft de jonge generatie geen boodschap aan. Luc Huysmans - Lieven Desmet