De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Business School.
...

De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Business School. Ik zal het maar van bij de start toegeven. Ik was nooit een fan van de politiek van Margaret Thatcher. Te rechts, te autoritair, te compromisloos. Maar haar unieke politieke carrière houdt wel enkele boeiende lessen in. Ik woonde in Londen tijdens het academiejaar 1978-'79 en heb van dichtbij de 'winter of discontent' ervaren. De zoveelste staking, vooral van de vrachtwagenchauffeurs, zorgde voor prachtige televisiebeelden van lege schappen in de supermarkt. De toenmalige premier -- wie kent die man nog? -- Jim Callaghan werd vooral beroemd om een zin die hij nooit uitgesproken heeft. Midden in de barre winter keerde hij terug uit Guadeloupe waar een informele vierlandentop had plaatsgevonden. Het weer was er prachtig en de conferentie had de bijnaam 'badpakkenconferentie' gekregen. Bij zijn terugkeer kreeg hij uiteraard de vraag wat hij zou doen aan de chaos die het land in een wurggreep hield. Hij liet zich niet uit zijn lood slaan en vertelde dat hij gezwommen had in de Caraïbische Zee. Vanop afstand was er echt niet veel te merken van 'chaos' in Groot-Brittannië. 's Anderendaags blokletterde het superpopulaire pulpblad The Sun: 'Crisis? What crisis?'. Het lot van Callaghan was bezegeld. In mei werd Thatcher probleemloos tot premier verkozen. Elke conservatief zou gewonnen hebben, maar Thatcher had in 1975 een veel belangrijker verkiezing gewonnen: die van partijvoorzitter. De conservatieve partij was de ochtend na die verkiezing wel wakker geworden met een kater: 'wat hebben we nu toch gedaan?' Reagan en Thatcher. Volgens commentatoren kon het contrast tussen beide persoonlijkheden niet groter zijn. Maar Reagan was wel intelligenter dan hij werd afgeschilderd en Thatcher was een veel grotere acteur dan men denkt. Op het podium kon ze een aardig stukje show opvoeren. Ze kende de kracht van televisie, de kracht van oneliners. Ze paradeerde graag met de militairen, ze werd graag gefilmd bij de gewone mensen en ze koesterde het idee van de eenvoudige kruideniersdochter. In werkelijkheid had ze twee academische diploma's en was ze gehuwd met een multimiljonair. Haar afscheidsspeech in Downing Street getuigde van een unieke klasse. Ze haalde niet uit naar haar partijgenoten die haar ten val hadden gebracht, ze haalde niet eens uit naar de vakbonden of naar Labour. Neen, ze zei gewoon dat ze fier was dat ze een land kon achterlaten in een veel betere staat dan dat ze het elf jaar vroeger had aangetroffen. Leiders zijn vastberaden, en op het moment van de waarheid gaan ze voor het positieve: de overwinning, de voortuitgang, de eenheid. Tot in de nederlaag toe. Als je (zoals ik deed) uren video's van Thatchers politieke carrière bekijkt, kan je helaas ook bijna fysiek op de video's zien hoe ze steeds geslotener wordt. Hoe succesvoller, hoe onaangenamer, hoe dictatorialer. Zelden heeft een democratisch gekozen premier zo sterk het autocratische van de heerser uitgestraald. Ze was leider door de democratie, maar haar hele wezen straalde een liefde voor de dictatuur uit. Ze luisterde naar niets of niemand meer. Haar mening was per definitie de juiste. In een dictatuur zou ze ongetwijfeld alle grenzen van het toelaatbare hebben overschreden. In een democratie werd ze opzijgeschoven. Niet haar partij werd opzijgeschoven, niet haar gedachtegoed, maar zij als persoon. Dat is de basis van een rechtsstaat. Personen zijn potentieel te gevaarlijk. Haar partij bleef populair, want zelfs met een bleke figuur als John Major wonnen de conservatieven nog de volgende verkiezingen. Toen na meer dan zes jaar Labour toch aan de macht kwam, bracht Tony Blair de facto de grootst mogelijke ode aan Thatcher. Hij schroefde haar hervormingen niet terug. Zijn beleid was erg 'thatcheriaans'. Heel vreemd, maar o zo menselijk is dat Blair al evenzeer als 'The Iron Lady' een slachtoffer werd van de macht. Ook zijn open, frisse geest vernauwde tot op de rand van de misdaden tegen de mensheid. Ook hij flirtte liever met de machtige Amerikaanse vrienden dan met de waarheid. Macht is voor de mens een zeer gevaarlijk speelgoed. Om dat gevaar te temperen, heeft de beschaafde mens democratie uitgevonden.MARC BUELENSIn een dictatuur zou ze ongetwijfeld alle grenzen van het toelaatbare hebben overschreden.