Een van de nieuwste rages in de managementwetenschap is ' evidence based'-management. De redenering loopt ongeveer als volgt: management volgt veel te veel modes, kreten, de waan van de dag. Die kreten berusten op niets, er is geen keiharde zekerheid voor. Management zou beter een voorbeeld nemen aan de geneeskunde. Alles wordt daar zorgvuldig getest en dokters zijn ware professionals die een beroep kunnen doen op een betrouwbare voorraad kennis.
...

Een van de nieuwste rages in de managementwetenschap is ' evidence based'-management. De redenering loopt ongeveer als volgt: management volgt veel te veel modes, kreten, de waan van de dag. Die kreten berusten op niets, er is geen keiharde zekerheid voor. Management zou beter een voorbeeld nemen aan de geneeskunde. Alles wordt daar zorgvuldig getest en dokters zijn ware professionals die een beroep kunnen doen op een betrouwbare voorraad kennis. Er valt wat te zeggen voor die redenering. In sommige takken staat de geneeskunde echt ver. Maar laten we eens een zeer recent voorbeeld nemen. Diabetes van het type 2 is een van de meest voorkomende ziektes. Tot 10 % van de bevolking lijdt eraan, en de gevolgen zijn ernstig. De geneeskunde is al tientallen jaren ondubbelzinnig in haar advies: het drastisch verlagen van de inname van 'suikers' is een deel van een volwaardige behandeling. Een leek zoals ik denkt dat die stelling uitvoerig getest is. Verlaag de suikerspiegel in het bloed, en je doet een flinke stap in de goede richting. In ieder geval zijn er duizenden diabetespatiënten, ook en misschien vooral in rustoorden, die suikervrije diëten volgen. Een geschoolde arts of dieetkundige zal je wel vertellen dat al dat suikervrije snoep erg misleidend is, dat je ook voldoende moet bewegen en dat je algemeen voedingspatroon het belangrijkste is. Niemand betwist echter de stelling 'gevaar voor suikerziekte? Verlaag de suikerspiegel in je bloed'. Maar die stelling is nooit echt getest. Ze is als een zekerheid aanvaard, zonder meer. Geen wonder dat het Amerikaanse onderzoeksteam dat deze gevestigde waarheid wou onderzoeken op veel scepticisme werd onthaald. Tienduizend patiënten werden opgesplitst in twee groepen. In de ene groep werd de suikerspiegel zeer drastisch verlaagd, in de andere groep ging men minder agressief te werk. Het onderzoek werd onlangs stilgelegd toen bleek dat er 54 doden meer te betreuren waren in de groep die haar suikerspiegel flink had verlaagd. De geneeskunde staat sindsdien voor een raadsel. Men zoekt koortsachtig naar een verklaring. Een gevestigd vakgebied is in shock. Tot daar de geneeskunde als rolmodel. En we spreken hier over een veel voorkomende ziekte en een wetenschap die wereldwijd als uiterst relevant wordt beschouwd. Niemand stelt de uitgangspunten ter discussie. Wat zou er gebeuren als men in het managementdenken op zoek zou gaan naar evidence based-principes? Denkt u dat men het eens zou geraken over de meest elementaire vraag: wanneer zijn we succesvol? In de geneeskunde is men het daar meestal over eens. Een patiënt die sterft, is geen succes. Een doodzieke patiënt die geneest (en gezond blijft) is een succes. Pijn die verdwijnt zonder neveneffecten, is een succes. Maar in het management zal men niet zo vlug een consensus bereiken. Een organisatie is effectief als ze haar doelstellingen bereikt. Maar over wiens doelstellingen spreken we dan? Over die van de eigenaars? Van de klanten? Van de medewerkers? Veronderstel even dat men het wel eens zou geraken, bijvoorbeeld dat men zou besluiten dat winst de beste parameter is. Denkt u dat men het zou eens geraken over hoe winst gemeten moet worden? Volgens Amerikaanse, Europese of Chinese normen? Met ebitda? En veronderstel dat we dan het verband zoeken tussen bijvoorbeeld innovatief vermogen en winstgevendheid. Innovatieve bedrijven zijn winstgevend! Of is het omgekeerd, enkel winstgevende bedrijven hebben voldoende speling om innoverend te kunnen zijn? Onze zeer subjectieve indruk (dus helemaal niet ' evidence based', maar wel gecheckt bij enkele collega's) is wel dat in de managementwetenschap zelden of nooit een diabetesstudie met 54 doden in het verkeerde kamp zal opduiken. Denken over management heeft de neiging om telkens opnieuw te ontdekken wat je als wetenschapper beter wel zou ontdekken: goede bedrijven houden van hun klanten, ze focussen op resultaten, investeren veel in hun personeel en hebben knappe leiders, of eindeloze variaties op die thema's. Het diabetesverhaal is een onthutsend verhaal. Wat moeten de artsen nu vertellen aan hun patiënten? Maar de essentie van evidence based-geneeskunde lijkt me wel te zijn: er zijn geen heilige waarheden, alles is contesteerbaar. Er zal nu een stroom, waarschijnlijk zeer vruchtbaar, onderzoek op gang komen om die 54 doden te verklaren. Wetenschap, echte wetenschap, realiseert vaak grote doorbraken door toevallige ontdekkingen. Die stimuleren dan weer gericht onderzoek. Managementdenken daarentegen vindt maar heel weinig onmogelijk geachte verbanden. Mochten ze ooit gevonden worden, zullen ze zonder meer in de doofpot worden gestopt. Stel je voor: 'reclame-uitgaven in tijdschriften zijn volkomen nutteloos' (welk tijdschrift zal zoiets publiceren?), of 'hoe actiever een vereniging van werkgevers, hoe slechter de economie', of 'wie te veel columns leest, wordt een slechte manager', of 'wie klanten beledigt, creëert loyaliteit'. Vrees niet, managementonderzoek vindt vooral brave dingen, die niemand echt pijn doen. Niet zoals bij die 54 sukkelaars die braaf deden wat een ' evidence based'-wetenschap al jarenlang van hen vroeg. (T) de auteur is hoofddocent aan de universiteit gent en partner van de vlerick leuven gent management school.Marc Buelens