Deze week komt de fine fleur van de innovatiewereld naar het Creativity World Forum dat Flanders District of Creativity (FDC) in Gent organiseert. Mensen als Charles Landry (auteur van The Creative City) en academici als Henry Chesbrough (auteur van Open Innovation, zie Trends van vorige week) zullen ondernemers, studenten en politici onderhouden over de wonderbaarlijke impact van innovatie. De Vlaamse regering richtte FDC op als een van de initiatieven om onze economie competitiever te maken, door creativiteit, ondernemerschap en doo...

Deze week komt de fine fleur van de innovatiewereld naar het Creativity World Forum dat Flanders District of Creativity (FDC) in Gent organiseert. Mensen als Charles Landry (auteur van The Creative City) en academici als Henry Chesbrough (auteur van Open Innovation, zie Trends van vorige week) zullen ondernemers, studenten en politici onderhouden over de wonderbaarlijke impact van innovatie. De Vlaamse regering richtte FDC op als een van de initiatieven om onze economie competitiever te maken, door creativiteit, ondernemerschap en doorgedreven internationalisering. Innovatie is hét antwoord op de globalisering, de concurrentie van lagelonenlanden en de dumping van consumentengoederen. Althans, dat wordt ons voorgehouden. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bracht vorige week zijn jaarlijkse indrukwekkende cijferlijst uit, die de basis vormt voor het overleg tussen de sociale partners. Daaruit leren we dat het globale budget voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) in België tussen 2001 en 2003 daalde, tot 1,14 % van het bruto binnenlands product (bbp). Voor 2005 zou België aansluiten bij het Europese gemiddelde (1,92 %), waarmee we nog mijlenver verwijderd zijn van de Lissabonnorm. Die schrijft voor dat de Europese landen, tegen 2010, 3 % van hun bbp moeten besteden aan O&O. Een cijfer waar ze in pakweg Amerika of China even om glimlachen. In dit nummer presenteert Trends - als afsluiter van een vijfdelige reeks over innovatie - de resultaten van een bevraging bij de Vlaamse ondernemers (zie blz. 83). We polsten naar hun innovatiebeleid en -inspanningen. De vragenlijst werd voor 71 % ingevuld door het betrokken topkader, en dan is het toch wel even schrikken als je ziet dat 30 % van die respondenten zegt geen O&O-budget te hebben of het niet te kennen. Ook opmerkelijk is dat innovatie voor de meerderheid synoniem staat voor het ontwikkelen van nieuwe producten. Nochtans zit er ook een flink stuk innovatie in het verbeteren van de bestaande bedrijfsprocessen. Het zichzelf continu in vraag stellen is een mooie vorm van innovatief denken. Slechts 12 % voert een beleid dat medewerkers die innovatief denken, aanmoedigt. Toch vindt 75 % dat zijn onderneming behoorlijk innovatief bezig is. Een zekere zelfgenoegzaamheid die in contrast staat met de hierboven geciteerde cijfers? Innovatie is niet het exclusieve domein van een groep researchers, maar moet het infuus zijn dat de onderneming zijn levensnoodzakelijke medicatie toedient. Een samenwerking over de bedrijfsmuren heen met onderwijsinstellingen of andere ondernemingen hoort daar ook bij. Die open geest is vandaag nog te weinig aanwezig in de directiekamers. Als Creativity World Forums kunnen bijdragen tot de bewustwording dat innovatie in onze genen moet zitten, dan is er hoop voor het concurrentievermogen. In het andere geval is het een zoveelste vrijblijvende praatbarak. Lieven Desmet