Bij Opel in Antwperen staan 2700 jobs op de helling, onafhankelijk van wie het moederhuis GM Europe inlijft. Alleen de toekomst zal uitwijzen of de fabriek over enkele jaren nog auto's, of onderdelen ervan, van de band ziet rollen. Want de plannen die vandaag worden gemaakt voor het autoconcern zijn en blijven plannen, geen zekerheden. Als het aan de Vlaamse overheid ligt, blijft de fabriek open. Zij gelooft dat automobiel een cruciale sector is voor onze contreien en heeft dus geld veil voor de fabriek. Hoewel de fabriek jaren kromp in omvang. Met steeds minder mensen werden steeds minder auto's gemaakt. Het personeelsbestand liep in een kleine twintig jaar met 72 procent terug, in vijf jaar met 45 procent.
...

Bij Opel in Antwperen staan 2700 jobs op de helling, onafhankelijk van wie het moederhuis GM Europe inlijft. Alleen de toekomst zal uitwijzen of de fabriek over enkele jaren nog auto's, of onderdelen ervan, van de band ziet rollen. Want de plannen die vandaag worden gemaakt voor het autoconcern zijn en blijven plannen, geen zekerheden. Als het aan de Vlaamse overheid ligt, blijft de fabriek open. Zij gelooft dat automobiel een cruciale sector is voor onze contreien en heeft dus geld veil voor de fabriek. Hoewel de fabriek jaren kromp in omvang. Met steeds minder mensen werden steeds minder auto's gemaakt. Het personeelsbestand liep in een kleine twintig jaar met 72 procent terug, in vijf jaar met 45 procent. Automobiel is dus een sector waarin de Vlaamse overheid wil investeren. Maar ook biotechnologie, logistiek, farma, communicatietechnologie en andere sectoren zijn volgens de politici kernsectoren. De kenniseconomie wordt naar voren geschoven als het toekomstige model. Terecht, maar in welke kennis willen we excelleren en waar kunnen we het verschil maken? Denken dat we alles kunnen is ambitieus, maar ook onbetaalbaar. De kenniseconomie moet zo opgevat worden dat ze ook werkgelegenheid biedt aan die Belgen die beter met hun handen werken dan met hun hoofd. Want terwijl bij Opel Antwerpen meer dan 2000 werknemers in onzekerheid leven, voorspelde het federaal Planbureau dat er de volgende drie jaar nog 194.000 werklozen bijkomen. De werk-loosheidsgraad neemt van 11,8 procent toe tot 15,2 procent. De negatieve berichtgeving stopte daar niet. De tijdelijkewerkloosheidscijfers zijn hoog, de opname van tijdskrediet en overbruggingspremies wijzen erop dat meer mensen minder werken en ook het brugpensioen is weer in. Tot slot ook nog een domper voor de jongeren: wie zonder diploma afstudeert, heeft bijna geen kans om werk te vinden. België is natuurlijk niet het enige land waar de werkloosheidscijfers de hoogte inschieten als gevolg van de crisis. Maar ons land is ook op dat vlak zeer slecht gewapend om het tij te keren. Het gevaar is zeer reëel dat de werklozen in hun toestand berusten, ook als de economie weer aantrekt. Het systeem van werkloosheidsuitkeringen die onbeperkt zijn in tijd en vaak aanschurken tegen de minimumlonen, brengt de mensen in een comfortzone. En omdat niet iedereen de plotse vrije tijd in zijn tuin of sofa doorbrengt, zou het niet verbazen dat het zwartwerk weer meer de kop opsteekt. De prikkels om dan weer een volwaardige job te zoeken, zijn ver te zoeken. Werklozen na een bepaalde tijd geen uitkering meer geven zonder bijkomende maatregelen, is echter geen optie. De werklozen zullen dan massaal terugvallen op OCMW's. De afschaffing van de uitkeringen moet dus gepaard gaan met andere structurele maatregelen. Er is de jongste jaren heel wat discussie geweest over doelgroepenbeleid op de arbeidsmarkt. Voorstanders zeggen dat het de enige manier is om effectieve resultaten te halen, tegenstanders halen aan dat door de ene doelgroep te bevoordelen, de andere sneller wordt uitgesloten. Vandaag vallen zoveel doelgroepen in de werkloosheid dat het één grote groep is geworden. Een algemene lastenverlaging is dan ook een noodzaak. Het opkrikken van de werkgelegenheid in combinatie met het verlagen van de werkloosheidsuitkeringen moet het financiële plaatje doen kloppen. Vele Belgen moeten dus weer leren werken. Het activeringsbeleid in Vlaanderen is alleszins al verscherpt. Maar de spreidstand tussen werkloosheid en openstaande vacatures toont aan dat niet iedereen zomaar dadelijk kan worden ingezet. De opleidingen die de VDAB en andere instanties aanbieden, zijn nuttig maar vaak te weinig specifiek om dadelijk aan de slag te kunnen. Het is aan de werkgevers die klagen dat ze geen geschikt personeel vinden om hier in te springen en oplossingen aan te bieden. Want alleen zij kunnen de meest marktconforme opleidingen aangeven. Leren werken begint al in de scholen. De jongste weken is nog maar eens pijnlijk duidelijk geworden dat onder meer beroepsscholen wegens allerlei omstandigheden niet optimaal kunnen functioneren. De jongeren die hun opleiding volmaken, zijn schaars en veel leerlingen gedemotiveerd. Wie daar al afhaakt, kan zelden een comeback maken. Leren werken betekent een mentaliteitswijziging in alle hoofden. Dat een partij als de PS jaren werkloosheid heeft gecultiveerd, is niet langer aanvaardbaar. Het valt trouwens op dat bij de krachten van wie je kunt verwachten dat ze werk op de eerste plaats zetten, er weinig of niets te horen valt. Vakbonden blijven vaak steken in halsstarrigheid en oude gewoontes. Bij de sp.a zijn jobs de inzet van de verkiezingen. Maar verder dan het aanvallen van de toplonen en bonussen komt voorzitster Caroline Gennez niet. Over werk hebben dus ook zij nog veel te leren. (T) DE AUTEUR IS HOOFDREDACTEUR . An Goovaerts