Jarenlang zijn economen ervan uitgegaan dat hoe hoger het verplichte minimumloon is, hoe meer jobs er verloren gaan. Maar toen verschenen David Card en Alan Krueger op het toneel, twee van de meest eminente arbeidseconomen van de Verenigde Staten. Ze onderzochten het effect van een grote minimumloonsverhoging in New Jersey in 1992 op de werkgelegenheid in de plaatselijke fastfoodsector. Ze ontdekten dat die maatregel de werkgelegenheid opstuwde.
...

Jarenlang zijn economen ervan uitgegaan dat hoe hoger het verplichte minimumloon is, hoe meer jobs er verloren gaan. Maar toen verschenen David Card en Alan Krueger op het toneel, twee van de meest eminente arbeidseconomen van de Verenigde Staten. Ze onderzochten het effect van een grote minimumloonsverhoging in New Jersey in 1992 op de werkgelegenheid in de plaatselijke fastfoodsector. Ze ontdekten dat die maatregel de werkgelegenheid opstuwde. Dan verscheen een artikel van David Neumark en William Wascher. Ze namen het geval New Jersey opnieuw onder de loep en maakten gebruik van andere gegevens en methodes. Zij kwamen tot de bevinding dat een stijging van het minimumloon tot een daling van het aantal jobs leidde, zoals al lang verondersteld werd. In de jongste aflevering van de American Economic Review (AER) publiceren beide kampen herziene en opgepoetste versies van hun eerdere standpunten. De verschillen blijken veel krapper geworden, kortom: een verhoging van het minimumloon zou nauwelijks invloed hebben. Net toen de discussie leek dood te bloeden, kwamen er twee nieuwe bijdragen uit. Thomas Michl verzoent beide voorgaande veronderstellingen. Volgens hem zou een minimumloon het algemeen niveau van de werkgelegenheid ongeveer op hetzelfde peil houden, maar zorgt het voor een daling van het aantal arbeidsuren. In dat geval zou het dus kloppen dat de loonstijging de vraag naar arbeid (in uren gerekend) vermindert, zoals het standaardmodel aangeeft. Maar terzelfder tijd kan het evengoed waar zijn, zoals de pleitbezorgers van het minimumloon beweren, dat het inkomen van de werknemers erop vooruitgaat (minder uren en een hoger loontarief). Kunt u nog volgen? Wacht dan even, want een ander nieuw idee werd intussen naar voren geschoven. Peter Tulip, een econoom van de Amerikaanse Federal Reserve, vraagt zich af of een hoog minimumloon het algemene werkloosheidsevenwicht in de economie (de zogenaamde NAIRU, het 'normale' werkloosheidspeil per land) kan optillen. Veronderstel even dat een hoog minimumloon de lonen doet stijgen en bijgevolg de inflatie zou aanzwengelen. Dan zou een hogere werkloosheid noodzakelijk worden om die inflatieversnelling te verhinderen.Tulip komt, na bewerking van zijn cijfers, tot de bevinding dat dat inderdaad het geval is. Dat indirecte effect is volgens zijn berekeningen zó sterk, dat de geleidelijke daling van (de relatieve waarde van) het Amerikaanse minimumloon in de voorbije twintig jaar voor 1,5 percentpunt de neergang van het algemeen werkloosheidsevenwicht kan verklaren. Volgens Tulip kan een groot deel van het verschil tussen het lage evenwichtsniveau van de werkloosheid in Amerika en het veel hogere peil op het Europese continent toegeschreven worden aan de hogere minimumlonen in Europa.D. Neumark & W. Wascher, 'Minimum Wages and Employment: A Case Study of the Fast-food Industry in New Jersey and Pennsylvania: Comment', AER, december 2000;D. Card & A. Krueger, 'Reply', AER, december 2000;T. Michl, 'Can Rescheduling Explain the New Jersey Minimum Wage Studies?', Eastern Economic Journal, zomer 2000;P. Tulip, 'Do Minimum Wages raise the NAIRU?', in de Federal Reserve Finance and Economics Discussion, Serie 2000-38 (op te halen op www.federalreserve.gov).The Economist