Wat al langer gevreesd werd, kreeg vorige week een officiële stempel van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). In zijn recentste rapport bevestigt de CRB dat de Belgische loonkosten te snel stijgen in vergelijking met de buurlanden. Gevolg: de Belgische economie verliest opnieuw concurrentiekracht en duizenden jobs.
...

Wat al langer gevreesd werd, kreeg vorige week een officiële stempel van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). In zijn recentste rapport bevestigt de CRB dat de Belgische loonkosten te snel stijgen in vergelijking met de buurlanden. Gevolg: de Belgische economie verliest opnieuw concurrentiekracht en duizenden jobs. De CRB trok echter vergeefs aan de alarmbel, want het rapport verdween meteen in de koelkast. De wonden die een nochtans bot Generatiepact sloeg, zijn immers nog niet geheeld, en vlijmscherpe onderhandelingen om de lonen te corrigeren, zijn dan ook uit den boze. Premier Guy Verhofstadt (VLD) was er daarom als de kippen bij om olie op de golven te gieten, en zei dat de loonkostenverlaging die in het Generatiepact was afgesproken "de loonkostenhandicap in belangrijke mate zal wegwerken". De cijfers van de CRB houden inderdaad nog geen rekening met de verlaging van de loonlasten op nacht- en ploegenarbeid, maar die inspanning werkt op kruissnelheid slechts 0,3 % van de loonmassa weg - veel meer dan een druppel op een hete plaat is dat niet. Meer nog, de CRB heeft ook berekend dat de lastenverlagingen voor werkgevers van de jongste jaren de loonkosten nauwelijks getemperd hebben (zie tabel). De verlagingen die met veel bombarie worden aangekondigd, doven vanzelf uit als een kaars door het forfaitaire en daardoor degressieve karakter van die maatregelen. Dat beleid levert dan ook niet veel jobs op, terwijl het voor de tegenstanders gemakkelijk af te schieten is: het lijkt budgettair te duur voor te weinig resultaat. De realiteit is echter dat de inspanning helemaal niet veel kost en daarom weinig jobs oplevert. De CRB wijt de hoge fiscale druk op arbeid dan ook niet zozeer aan de werkgeversbijdrage, maar vooral aan de inkomstenbelasting en, in mindere mate, aan de werknemersbijdragen (zie grafiek). De werkgelegenheidsgraad is laag omdat niet alleen de loonkosten te hoog zijn, maar ook en vooral omdat de werknemers netto te weinig overhouden. Directe belastingen romen te veel van de arbeidsinspanning af. Daarom halen heel wat mensen hun neus op voor de arbeidsmarkt, zeker omdat de niet-werkende doorgaans op een behoorlijke uitkering kan terugvallen. Een werkloze krijgt in België een inkomen dat 90 % bedraagt van een arbeider die tegen het minimumloon werkt. En intussen stijgen de loonkosten dit en volgend jaar 2,1 % sneller dan in de buurlanden, terwijl het eind vorig jaar nog de intentie was om 1 % goed te maken op onze belangrijkste handelspartners. De ontsporing is voor de ene helft te wijten aan de dure energie en de forse stijging van de gezondheidsindex die zich via de automatische indexatie meteen vertaalt in hogere loonkosten, en voor de andere helft aan de loonmatiging in de buurlanden. Correctiemechanismen om de loonkosten in het gareel te houden, zijn echter beperkt (zie kader: Correctiemechanismen). De loonhandicap wegwerken, is al helemaal een mission impossible, want dat kan pas als aan de automatische indexering geraakt wordt, en dat is voor de vakbonden een nog heiliger koe dan het brugpensioen. En zelfs als de bijkomende ontsporing van 2,1 % zou kunnen worden wegwerkt, dan blijft de historische handicap onaangeroerd. In vergelijking met 1987 bedraagt de loonkostenhandicap liefst 16 % (zie blz. 24). Dat verklaart de honderdduizenden jobs die België tekort komt om de werkgelegenheidsgraad op te krikken tot het Europese gemiddelde. De cijfers van de CRB onderschatten bovendien de huidige stijging van de loonkosten. Want voor slechts 79 % van de arbeiders en 52 % van de bedienden was al een loonakkoord beschikbaar, en de CRB hield voor de andere sectoren alleen rekening met de indexering. Als je alleen rekening houdt met de sectoren waar een akkoord is afgesloten, bedraagt de loonstijging 5,4 %. En bedraagt de extra loonhandicap 2,4 % in plaats van 2,1 %. Daan Killemaes Guido MuelenaerAls je alleen rekening houdt met de sectoren waar een akkoord is afgesloten, bedraagt de loonstijging 5,4 %. En bedraagt de extra loonhandicap 2,4 % in plaats van 2,1 %.