Lagere lasten op arbeid staan garant voor meer werkgelegenheid. Op één voorwaarde. De huidige loontrekkers mogen de vrijgekomen middelen niet opeisen door hogere brutolonen te bedingen. Want als een lastenverlaging vooral dient om hogere brutolonen te betalen in plaats van meer jobs te scheppen, zet deze voor de schatkist vrij dure politiek niet veel zoden aan de jobdijk. Dan pitst een lastenverlaging geen procentje af van de nog altijd oplopende Belgische loonkostenhandicap (zie kader). Joep Konings, arbeidseconoom en decaan van de faculteit Economie aan de KU Leuven: "Lagere lasten lev...

Lagere lasten op arbeid staan garant voor meer werkgelegenheid. Op één voorwaarde. De huidige loontrekkers mogen de vrijgekomen middelen niet opeisen door hogere brutolonen te bedingen. Want als een lastenverlaging vooral dient om hogere brutolonen te betalen in plaats van meer jobs te scheppen, zet deze voor de schatkist vrij dure politiek niet veel zoden aan de jobdijk. Dan pitst een lastenverlaging geen procentje af van de nog altijd oplopende Belgische loonkostenhandicap (zie kader). Joep Konings, arbeidseconoom en decaan van de faculteit Economie aan de KU Leuven: "Lagere lasten leveren vooral jobs op en vertalen zich vrij weinig in hogere brutolonen. Voor elk procent lastenverlaging stijgt de werkgelegenheid in relatief arbeidsintensieve bedrijven met 2 %, terwijl de brutolonen slechts met 0,6 % aandikken. Dat zijn indrukwekkende resultaten."Joep Konings doet de uitspraak op basis van een opmerkelijk nieuw onderzoek, uitgevoerd samen met Maarten Goos (Erasmus Universiteit Rotterdam). Het onderzoek steunt op een uniek experiment, mogelijk dankzij Maribel. Maribel kwam neer op een verlaging van de werkgeversbijdrage tussen 1983 en 1999 (Maribel I tot IV). Sinds 1999 is Maribel vervangen door een structurele verlaging van de werkgeversbijdrage. Bedrijven die Maribelsteun kregen, rapporteerden dit samen met hun tewerkstellingsgegevens in hun sociale balans. Konings en Goos hoefden dus niet het complexe gedrag van werkgevers, werknemers en vakbonden in te schatten om de effecten van een lastenverlaging te berekenen. De sociale balans gaf alles zwart op wit. Joep Konings: "We hebben de impact van Maribel IV onderzocht, die liep van 1997 tot 1999. Bij de bedrijven die steun ontvingen steeg de gemiddelde tewerkstelling met 7 % per jaar. Het ging om ongeveer 30.000 bedrijven met in totaal 900.000 werknemers. Er kwamen dus 56.000 jobs per jaar of 168.000 jobs in totaal bij. Omdat de steun ongeveer 2 % van de loonkosten bedroeg, leverde elke procent verlaging van de werkgeversbijdrage dus 3,5 % extra jobs op. Dat is wellicht een overschatting, maar we halen een jobreturn van zeker 2 %."Als de lastenverlaging veel jobs opleverde, had Maribel dus maar weinig impact op de brutolonen. Was dat wel het geval, dan zou het experiment waardeloos zijn. "Maribel zorgde voor een bijkomende stijging van de brutolonen met amper 0,6 % per jaar. Dat is niet veel," weet Konings. De beleidsconclusie van deze bevindingen is eenvoudig: een lastenverlaging is een efficiënt instrument om de jobs te scheppen, des te meer als de verlaging van de werkgeversbijdrage niet gebruikt wordt om hogere brutolonen te financieren. De inspanningen die de regering en de sociale partners op dit vlak de jongste jaren al geleverd hebben, werpen ook hun vruchten af. De Belgische economie is de jongste jaren arbeidsintensiever geworden, ondanks de oplopende loonhandicap. Maar een grotere inspanning zou dus nog veel meer jobs opleveren. Daan Killemaes - Alain Mouton