Trouwe lezers van deze rubriek weten het onderhand, maar we herhalen het toch maar: negen op tien consumenten die een terreinwagen kopen, trekken er niet één keer mee naar het bos, en zeker niet naar de woestijn, samen wel eens terrein genoemd. En toegegeven, wellicht is dat ook geen punt. We hebben het trouwens al lang niet meer over terreinwagen, maar over SUV. Kort voor sports utility vehicle.
...

Trouwe lezers van deze rubriek weten het onderhand, maar we herhalen het toch maar: negen op tien consumenten die een terreinwagen kopen, trekken er niet één keer mee naar het bos, en zeker niet naar de woestijn, samen wel eens terrein genoemd. En toegegeven, wellicht is dat ook geen punt. We hebben het trouwens al lang niet meer over terreinwagen, maar over SUV. Kort voor sports utility vehicle. Wie een terreinwagen koopt, koopt vandaag vooral imago en status. Of gewoon een auto die hij of zij leuk vindt. En geen tank om mee door bos en dal te rijden. Maar goed ook: de meeste SUV's zijn daar vandaag niet voor gebouwd. Hoe we dat weten? Omdat we tijdens persvoorstellingen van SUV's al opvallend vaak ongewoon hevige trillingen in de stuurkolom voelden. We hebben zo'n vermoeden dat we weten waarom: wellicht is een collega die ons voorging net iets te enthousiast geweest op het stukje terrein, dat altijd in zo'n testparcours voor SUV's zit. Te driest over nijdige stenen en door diepe putten. Het overkwam ons niet met de minste, maar met SUV's als de Opel Antara of Audi Q7. Normaal. Die tuigen zijn niet in de eerste plaats gemaakt voor zwaar terrein. Wel voor normaal gebruik en het occasionele modderpoeltje. De meeste SUV's zijn immers geen terreinwagens, maar auto's die een levensstijl uitdrukken. Er zijn natuurlijk uitzonderingen die de regel bevestigen. Zoals de nieuwe Freelander van Landrover, tweede generatie, opvolger van het in 1997 gelanceerde model. Perspresentaties van Landrover zijn trouwens razend populair bij autojournalisten. Omdat de instructeurs je er de waanzinnigste dingen laten uitspoken. Manoeuvres over rotsblokken en hellingen, waarvan je telkens opnieuw denkt: dit komt nooit klaar. Het was deze keer niet anders met de Freelander. Landrover heeft dan ook een terreinreputatie hoog te houden, en doet dat ook nu. Boshellingen van 24 graden of een halve meter water: hij lacht het allemaal weg. En zijn stuurkolom trilt niet na afloop. Immers: "Wij zullen nooit faketerreinwagens bouwen," liet een verantwoordelijke van het merk zich bij de voorstelling ontvallen. Tegelijk moet je ook geen barokke en jeep- achtige auto verwachten: we toerden zeshonderd kilometer op gewone Belgische wegen met het ding, en ontdekten een aangename, geraffineerde, degelijk afgewerkte en zelfs luxueuze gezinswagen die het comfort van een goed uitgeruste berline biedt. Onderweg deden we trouwens opvallend veel hoofden omkeren, wat wellicht ook te maken heeft met de koetswerkkleur, dat heerlijke tambora flame oranje. De 2.2 turbodiesel van Ford en Peu- geot voelde in alle omstandigheden aangenaam aan, en hield het verbruik met een beetje discipline achter het stuur onder de tien liter. Meevaller is dat, voor zo'n zwaar tuig. motor: Viercilinder turbodiesel met common rail (er is ook een zescilinder benzinemotor van 3,2 liter), 2179 cc, maximaal vermogen van 150 pk (110 kW), maximaal koppel 400 Nm. TRANSMISSIE: handgeschakelde zesbak, permanente vierwielaandrijving. PRESTATIES: 0 tot 100 km/u in 11,7 s, topsnelheid 181 km/u. TESTVERBRUIK: 9,7 liter voor 100 km (gewone wegen). CO2-UITSTOOT: 194 g/km. PRIJZEN: vanaf 31.200 euro, benzineversie vanaf 40.000 euro. Maakt zijn terreinreputatie 100 % waar. *** Jo Bossuyt