Terwijl de wereld alarm slaat over de stijgende voedselprijzen, gooien Europese melkboeren hun witte product in de gootsteen. Met de huidige verkoopprijzen komen ze niet uit de kosten, jammeren ze. Dat de melkprijzen in twee jaar tijd met ruim veertig procent klommen, werd zedig verzwegen.
...

Terwijl de wereld alarm slaat over de stijgende voedselprijzen, gooien Europese melkboeren hun witte product in de gootsteen. Met de huidige verkoopprijzen komen ze niet uit de kosten, jammeren ze. Dat de melkprijzen in twee jaar tijd met ruim veertig procent klommen, werd zedig verzwegen. Europese vissers trokken dan weer een spoor van vernieling door Brussel. Vanwege de hoge brandstofprijs. De staat (dus de belastingbetaler) moet maar opdraaien voor hun meerkosten. Beide acties hebben meer gemeen dan het op het eerste gezicht lijkt. Beide beroepscategorieën eten nog altijd rijkelijk uit de Europese ruif. Dat landbouwbeleid werd de voorbije jaren weliswaar grondig herzien. De productiegedreven steun veranderde in rechtstreekse inkomenssteun. Dat verklaart mee de huidige schommelingen in de voedselprijzen. Naast inflatie is onbetaalbaar voedsel wellicht dé grootste angst die producenten en consumenten naar de keel grijpt. De hongervrees heeft een verschroeiende impact op het consumentenvertrouwen. Zelfs in onze bezadigde, westerse economieën. Maar de huidige prijsschommelingen zijn wellicht de laatste stuiptrekkingen van de jarenlang geleide landbouweconomieën. Net zoals de protestacties van melkveehouders en vissers. Boeren werden, met het gewijzigde Europese landbouwbeleid, eindelijk vrije mensen. Hun zin voor ondernemerschap wordt eindelijk beloond. De overheid springt niet langer via allerlei interventies de landbouwers bij als het even wat moeilijk gaat. De boer die de opportuniteit in de markt ziet, wordt voor-taan beloond. Het kaf wordt dus van het koren gescheiden. Sommige sectorwaarnemers juichen de crisis dan ook toe. Ze leidt tot een versnelde uittocht van kleinere, onprofessionele bedrijven. In de nieuwe landbouwwereld is steeds minder plaats voor de idyllische boerderij in het kleine, lokale en charmante dorpje. De tendens naar schaalvergroting is al enkele decennia duidelijk. Toch bleef het Europese landbouwbeleid voorrang geven aan het kleine, gemengde bedrijf. Het blijft een raadsel waarom ook de publieke opinie dit type van bedrijven genegen blijft. Wellicht treurt slechts een zonderling erom dat de voorbije decennia de dorpsbrouwer, de dorpsschoenmaker of de dorpskleermaker verdween. Schaalvergroting, efficiëntie en consolidatie leidden tot een toename van kwaliteit, en een grootse productiviteitstijging. En resulteerden vooral in een spectaculaire prijsdaling. Te kleinschalige producenten werden uitgezuiverd. Maar blijkbaar kan dit niet voor de landbouw. Daar overheerst nog altijd het archaïsche stereotype dat het lokale boerendorp - de naam alleen al - synoniem is voor (levens)kwaliteit. Het meer geliberaliseerde landbouwbeleid zal ook deze zichzelf overlevende idylle in de vuilbak van de geschiedenis droppen. Het nieuwe vrijheidselan kan leiden tot een grootse productiviteitsstijging. En was dat nu net niet de betrachting van de Wereldvoedseltop, de voorbije week in Rome? (T)Door Wolfgang Riepl