"Er is geen ander land ter wereld dat op even georganiseerde manier als Frankrijk investeringen uit het buitenland probeert aan te trekken." Dat zegt Olaf Babinet, directeur van de Belgische antenne van Datar-Invest in France Agency. In 1992 besloot de Franse staat tot een pro-actieve strategie om buitenlandse investeerders op een professionele manier te lokken naar de Hexagoon. Vandaag, vijf jaar later, telt Datar ( Délégation à l'Aménagement du Territoire et à l'Action Régionale) 8 kantoren in Europa (Brussel, Frankfurt, Milaan, Amsterdam, Zürich, Londen, Madrid en Stockholm), 4 in Amerika (New York, Chicago, Houston, Los Angeles) en 6 in Azië (Tokio, Osaka, Taiwan, Hongkong, Seoul, Singapore).
...

"Er is geen ander land ter wereld dat op even georganiseerde manier als Frankrijk investeringen uit het buitenland probeert aan te trekken." Dat zegt Olaf Babinet, directeur van de Belgische antenne van Datar-Invest in France Agency. In 1992 besloot de Franse staat tot een pro-actieve strategie om buitenlandse investeerders op een professionele manier te lokken naar de Hexagoon. Vandaag, vijf jaar later, telt Datar ( Délégation à l'Aménagement du Territoire et à l'Action Régionale) 8 kantoren in Europa (Brussel, Frankfurt, Milaan, Amsterdam, Zürich, Londen, Madrid en Stockholm), 4 in Amerika (New York, Chicago, Houston, Los Angeles) en 6 in Azië (Tokio, Osaka, Taiwan, Hongkong, Seoul, Singapore). Op het Brusselse kantoor aan de Louizalaan praat Olaf Babinet als een waterval. In 1992 kwam hij namens de Franse staat naar hier. Vijf jaar later is hij een Vlaamse vriendin rijker, is zijn kennis van het Nederlands "goed tot uitstekend" en heeft hij al rond de tafel gezeten met, naar eigen schatting, 700 Belgische bedrijfsleiders, waarvan 90 procent uit Vlaanderen. Zegt Babinet : "Als een bedrijf naar ons toekomt, dan staan wij klaar met elke mogelijke vorm van advies, informatie en dienstverlening. Finaal doen wij alles om de ondernemer te helpen bij zijn keuze." CHAUVINISME ?Datar België probeert in eerste instantie, en elke dag opnieuw, bruggen naar ondernemingen te slaan via de telefoon. In een volgende fase, desgevraagd, begeeft Olaf Babinet zich naar een afspraak, waarin gewezen wordt op een pleiade van mogelijkheden "zonder ook maar enige druk uit te oefenen." Dit kan maar hoeft niet altijd de aanleiding zijn tot een dossier. Datar engageert zich tot het kosteloos opmaken van een studie, waarbij in detail wordt ingegaan op de desiderata van bedrijf X of Y. "Van de 700 bedrijfsbezoeken hebben er zowat tien procent, of omgerekend 70 dossiers, geleid naar een investering," zegt Babinet. "De Datar-antennes in het buitenland zijn de natuurlijke toegangspoort tot het Franse territorium. Alle contacten met gemeentelijke, stedelijke of departementale autoriteiten, met de in Frankrijk niet onbelangrijke conseils régionaux, met de plaatselijke Chambres de Commerce of met een van de negen Commissariats à l'Industrialisation et au Développement Economique lopen via ons kantoor in Brussel." In een land als Frankrijk hebben geïnteresseerde investeerders letterlijk l'embarras du choix. Hoe kan een instantie als Datar zich neutraal opstellen temidden van zoveel aanbod ? Olaf Babinet : "Pakweg drie vierden van de Belgen die naar Frankrijk willen, weten vooraf al naar welke regio ze willen. Wij helpen ondernemers gewoonweg aan informatie. Frankrijk is grosso modo opgesplitst in 4 delen, waar telkens andere voorwaarden en andere voordelen gelden ( nvdr zie kaart)." Wie in Frankrijk wil scoren, moet ter plaatse aanwezig zijn om het bekende Franse chauvinisme te counteren. Dat veel Vlaamse investeringen in Frankrijk door minister-president Luc Van den Brande als onvervalste delokalisatie bestempeld worden, vindt Babinet weinig steekhoudend. Waarom ze dan wel komen ? Babinet : "Ik zie twee doorslaggevende argumenten. Vooraf toch dit : nogal wat Belgische ondernemers gebruiken de Franse troeven als argument om betere condities af te dwingen voor investeringen die ze uiteindelijk toch in België doen. In bepaalde streken, ik denk aan West-Vlaanderen, lijkt dit nog te lukken ook. Als ze dan toch naar Frankrijk komen, is dat om twee fundamentele redenen : de omvangrijke markt en de loonkosten, die beduidend lager liggen (gemiddeld 25 procent) dan die in België een spijtige vaststelling ook voor Renault Vilvoorde. Critici zullen opwerpen dat de productiviteit in Frankrijk zoveel lager ligt. Welnu, die informatie is totaal dépassé, zoals recente cijfers van McKinsey ons leerden." PREMIELAND FRANKRIJKIndustriële investeerders uit het buitenland kunnen, naargelang van de regio, rekenen op subsidies die gecumuleerd én geplafonneerd kunnen oplopen tot 17 procent ( geel), tot 25 procent ( oranje) of tot 30 procent ( rood). De steun kan verschillende vormen aannemen en door telkens andere instanties worden uitbetaald : aides à l'emploi, aides en machines, aides au bâtiment, aides à la formation, exonération de la taxe professionelle.