"Eigenlijk is die daling van de dollar niet zo slecht voor Europa. Een lagere dollar komt de Amerikaanse economie ten goede en die heeft de jongste jaren de hele wereldeconomie, inclusief Europa, voortgetrokken," zo zei een zeker niet onverstandig man onlangs. Volgens die logica, repliceerden wij, zou het voor u een goede zaak zijn om maandelijks de helft van uw loon aan uw buurman te geven, die u uit dankbaarheid wel eens op een copieus diner zou uitnodigen. Een onbegrijpende blik was ons deel. We willen maar zeggen: de wisselkoers van de dollar tegenover de euro blijft veel reactie uitlokken.
...

"Eigenlijk is die daling van de dollar niet zo slecht voor Europa. Een lagere dollar komt de Amerikaanse economie ten goede en die heeft de jongste jaren de hele wereldeconomie, inclusief Europa, voortgetrokken," zo zei een zeker niet onverstandig man onlangs. Volgens die logica, repliceerden wij, zou het voor u een goede zaak zijn om maandelijks de helft van uw loon aan uw buurman te geven, die u uit dankbaarheid wel eens op een copieus diner zou uitnodigen. Een onbegrijpende blik was ons deel. We willen maar zeggen: de wisselkoers van de dollar tegenover de euro blijft veel reactie uitlokken. Eén ding had de man alvast juist: het gaat niet zozeer over de sterke euro als over de zwakke dollar. Is dat niet hetzelfde, zult u vragen. Niet helemaal. De dollar bereikte begin 2002 een piek van 0,87 dollar voor 1 euro. Omgerekend komt dat neer op 1,15 euro voor 1 dollar. Bij het afsluiten van deze editie betaalden we 1,26 dollar voor 1 euro of 0,79 euro voor 1 dollar. Procentueel komt dit erop neer dat 1 euro, uitgedrukt in dollar, met 45 % steeg en 1 dollar, uitgedrukt in euro, 31 % van zijn waarde verloor. Niet helemaal hetzelfde. Hoe weten we nu dat de dollar eerder is verzwakt dan de euro is versterkt? Door de zogenaamde handelsgewogen gemiddelde wisselkoers (HGW) van de euro en de dollar te vergelijken met de belangrijkste bilaterale wisselkoersen van beide munten. De HGW van dollar en/of euro is een gewogen gemiddelde van de wisselkoersen met de belangrijkste individuele handelspartners. Grafiek 1 ( Evolutie van de dollar t.o.v. andere munten) geeft aan dat sinds begin 2002 de HGW van de dollar met 21,5 % daalde tegenover het gemiddelde van de eerste helft van januari. Dit percentage ligt niet zo ver van de daling tegenover de euro (-29 %), omdat de dollar ook aanzienlijk daalde tegenover bijna alle andere belangrijke munten. Bij de euro zien we echter op grafiek 2 ( Evolutie van de euro t.o.v. andere munten) een grote afwijking van de HGW-stijging (+14 %) tegenover de stijging ten aanzien van de dollar (+42 %). Dat komt omdat de euro veel minder scherp steeg tegenover andere belangrijke munten zoals de yen, het pond en de Zwitserse frank. Hier kunnen we twee conclusies aan verbinden. Ten eerste: wat we zien gebeuren op de internationale markten is eerder een algemene verzwakking van de dollar dan een versteviging van de euro. Ten tweede: uitgedrukt in HGW valt de appreciatie van de euro een stuk minder spectaculair uit dan wanneer we louter naar de bilaterale wisselkoers tussen dollar en euro kijken. Niet ten onrechte wijzen bronnen binnen de Europese Centrale Bank erop dat we de alarmkreten naar aanleiding van de euro-opwaardering met een korreltje zout moeten nemen. De kritiek op het ECB-beleid mag inderdaad wat afgezwakt worden. Toch gaan sommigen te ver in het nuanceren van de eurohausse. Een van hen is Guy Quaden, gouverneur van de Nationale Bank. Toen hij in Gembloers de regering de levieten las, stelde hij dat de handelsgewogen wisselkoers van België alleen met nauwelijks 6 % is gestegen in de voorbije twee jaar. Quaden suggereerde daarmee dat de koersstijging van de euro niet zo veel voorstelt voor ons land. Maar die vlieger gaat niet op. De HGW van België meet onze concurrentiepositie ten aanzien van onze handelspartners, vooral Duitsland, Frankrijk en Nederland. Omdat ons land voor ruim driekwart van zijn internationale handel op de eurozone is gericht, is het nogal logisch dat onze HGW nauwelijks is toegenomen. Het effect van de dollardaling op de economische activiteit bij onze eurohandelspartners wordt in de benadering van Quaden echter helemaal terzijde geschoven. Dat is economisch vrij onzinnig. De conclusie luidt dus dat ook voor België de HGW-evolutie van de euro in haar geheel de beste indicatie is van het effect van de wisselkoersschommelingen op de economie. En dat is heel wat. diamantJohan Van OvertveldtôEen lagere dollar is niet zo slecht voor Europa. Dat komt de Amerikaanse economie ten goede en die heeft de hele wereldeconomie, inclusief Europa, voortgetrokken."