Door Koen Lauwers
...

Door Koen LauwersDe prijzen van de industriële of basismetalen gingen er vorig jaar met gemiddeld bijna 80 % op vooruit, veruit de beste prestatie van alle grond-stoffen. Toch moet de prijsstijging worden genuanceerd gezien de hevige correctie in het najaar van 2008. Mijnbedrijven reageerden op de economische crisis door de productiecapaciteit fors af te bouwen. Mijnen die door de lage prijzen niet meer rendabel waren, werden zelfs gesloten. Tegelijk snoeiden de producenten ook fors in de kapitaaluitgaven, waardoor nieuwe projecten werden geschrapt of op de lange baan geschoven. Niet alleen de neergang, maar ook het herstel was fors. Dat werd in een eerste fase vooral gedragen door China, dat voor eigen gebruik grote hoeveelheden metalen importeerde en ook de voorraden opnieuw aanvulde. Ook in de industriële landen kwam het herstel opnieuw op gang. Na een maandenlange afbouw van de voorraden nam ook in het Westen de vraag opnieuw toe. Verschillende metalen kampten met problemen aan de aanbodzijde, wat het onevenwicht nog versterkte en de prijzen omhoog joeg. Ten slotte speelde ook de goedkopere dollar een rol in de hogere prijzen. Dit jaar lijkt een aantal trends van vorig jaar zich door te zetten, maar andere dan weer niet. De fundamentele vraag- en aanbodsituatie en de vooruitzichten zijn ook niet voor elk metaal gelijk. Een belangrijke parameter om de gezondheid van de sector te meten, is de evolutie van de voorraden. Die zijn de voorbije maanden opnieuw sterk opgelopen. Dat hoeft echter niet noodzakelijk een signaal te zijn dat de eindvraag het laat afweten. Ongeveer een jaar geleden waren de voorraden naar historisch lage niveaus gezakt. Een verdubbeling vanaf een heel laag niveau klinkt procentueel misschien spectaculair, maar is het in absolute termen niet. Voorraadwijzigingen moeten steeds bekeken worden tegenover het consumptieniveau en momenteel is er bij de meeste metalen nog geen sprake van een overdreven voorraadopbouw. Voorlopig is er ook nog geen indicatie dat de economische groei het laat afweten. De Chinese economie stoomt alvast op volle snelheid door. Zo steeg de industriële productie tijdens de eerste twee maanden van dit jaar met 20,7 %. Dat is de sterkste klim sinds 2004. Het IMF voorspelt dat de wereldeconomie dit jaar met 3,9 % zal groeien. Die toename zal met name worden gedragen door China (10 %) en India (7,7 %), terwijl de Verenigde Staten (2,7 %) en vooral Europa (1 %) beduidend achterblijven. Het gevaar voor de basismetalen bestaat erin dat deze vrij optimistische prognoses niet gehaald zullen worden en de eindvraag het laat afweten. In dit scenario zou er ook geen plaats meer zijn voor een verdere toename van de voorraden. China nam eerder dit jaar al maatregelen om oververhitting van de economie te voorkomen, maar die hadden tot nog toe weinig succes. Vorige maand klom de Chinese prijsinflatie tot 2,7 %. Dat is gevaarlijk dicht bij de limiet van 3 % die het land zichzelf oplegt. De kans is dus groot dat er de komende maanden nieuwe renteverhogingen, al dan niet in combinatie met strengere kredietvoorwaarden, worden aangekondigd. De kans dat de westerse monetaire overheden nu al op de rem gaan staan, is echter heel klein. Ze beseffen maar al te goed dat dit het prille herstel, dat net dankzij de massale overheidssteun op gang is gekomen, in de kiem zou smoren. Volgens Barclays Global zal de productie van aluminium dit jaar met bijna 8 % toenemen. Aan de huidige prijzen zijn de meeste smeltfabrieken opnieuw rendabel, waardoor heel wat onbenutte productiecapaciteit opnieuw actief werd. Daarnaast zijn er zowel in China als in het Midden-Oosten (Qatar) nieuwe fabrieken gepland. Alleen in het Westen zal de productie stagneren door de relatief kleine toename van de vraag. Verwacht wordt dat het aanbod van aluminium dit jaar 1,3 miljoen ton boven de vraag zal uitkomen. Toch zijn er ook factoren die roet in het eten kunnen gooien, zoals een stijging van de productiekost (onder andere hogere elektriciteitstarieven) en overheidsmaatregelen die de overcapaciteit aan banden proberen te leggen. De terugval in de koperproductie bedroeg vorig jaar amper 5 %, tegenover een gemiddelde van 15 % voor de basismetalen. Er was voordien al geen sprake van overcapaciteit en de markt vertoonde geen groot overschot. Wat niet verloren ging, moest ook niet gecompenseerd worden, en dus wordt de toename van de productie dit jaar op amper 1,5 % geschat. De International Copper Study Group (ICSG) voorspelt een klein overschot van 231.000 ton. De voorbije jaren schatte de ICSG de productie altijd te optimistisch in. Aan de aanbodzijde zijn er namelijk tal van problemen die zowel van sociale (stakingen bij een aantal belangrijke mijnen), technische (vertragingen bij nieuwe projecten) en operationele aard zijn (minder rijke ertsen). De nikkelproductie lag op het dieptepunt 24 % onder het niveau van voor de crisis. Vorig jaar bleef de productiestijging beperkt, maar daar zal in 2010 verandering in komen. Door een combinatie van nieuwe projecten en mijnen die naar het oude productieniveau terugkeren, zal de output dit jaar fors toenemen. De consensusverwachting gaat voor 2010 uit van een groei van het aanbod met 112.000 ton of 8,6 %. Een andere belangrijke factor is de Chinese productie van nickel pig iron of NPI. Dat is een tussenproduct op basis van ertsen met een laag nikkelgehalte waar ijzer en chroom aan wordt toegevoegd. Vorig jaar lag de Chinese NPI-productie met bijna 100.000 ton zo'n 30 % boven de verwachtingen, waardoor de voorraden nu erg hoog zijn. Indien China ook dit jaar opnieuw grote hoeveelheden NPI op de markt gooit, zal het marktevenwicht worden verstoord. Lood, dat vooral gebruikt wordt in batterijen, moet kunnen profiteren van een aantrekkende automarkt, terwijl strengere milieuregels het aanbod zullen beperken. Zink zit wat het aanbod betreft in hetzelfde schuitje als aluminium en nikkel, met tal van nieuwe projecten, waardoor een overschot dreigt. De International Lead and Zinc Study Group rekent voor 2010 op een toename van de loodproductie met 6 % en een 8 % hogere zinkproductie. Vorig jaar werd er vrijwel geen rekening gehouden met de specifieke vraag- en aanboddynamiek van de individuele basismetalen. We verwachten dat daar de komende maanden verandering in zal komen. Het macro-economische herstel is niet langer voldoende om vanaf de huidige prijsniveaus nog verdere stijgingen te kunnen verantwoorden. Aluminium loopt het grootste risico op een stevige correctie later dit jaar. Omwille van de overcapaciteit zal er zelfs zonder een groeivertraging een overaanbod zijn. Andere kwetsbare metalen zijn lood en zink. Door de problemen aan de aanbodzijde lijkt koper beter beschermd tegen een groeivertraging. Dat betekent echter helemaal niet dat het metaal immuun is voor een terugval. Inspelen op individuele metalen kan via de trackers of exchange traded commodities (ETC's) van de Britse uitgever ETF Securities. Wie met een hefboom wil investeren en de producten ook volledig begrijpt, kan terecht bij de turbo's en minifutures van RBS. Het Amerikaanse Freeport-McMoRan Copper & Gold (FCX) is na het Chileense staatsbedrijf Codelco de grootste koperproducent ter wereld en heeft ook zilver, goud, molybdeen en kobalt in het aanbod. Het aandeel noteert op de NYSE met als ISIN-code US35671D8570. FCX noteert aan minder dan 10 keer de verwachte winst en is bij voorkeur op correctie koopwaardig. BHP Billiton is de derde grootste koperproducent, gevolgd door Xstrata en Rio Tinto. (C) Het gevaar voor de basismetalen bestaat erin dat de vrij optimistische prognoses niet gehaald zullen worden en de eindvraag het laat afweten.