Op Euronext Brussel noteren verscheidene holdings met een rijk verleden en mooie trackrecords. De ene holding is de andere niet. Zo zijn er actieve holdings - Bois Sauvage, Ackermans & van Haaren en Gimv bijvoorbeeld - die belangen nemen in bedrijven, om mee hun strategie uit te stippelen. Andere holdings gaan als investeringsmaatschappij door het leven, zoals Brederode, Sofina en GBL. Ze beheren een beleggingsportefeuille, maar bemoeien zich niet met het beheer van de ondernemingen waarin ze beleggen. De posities van die twee groepen kunnen beursgenoteerd zijn of niet. Ten slotte zijn er drie monoholdings: Solvay, Tubize en KBC Ancora. Die hebben een participatie in slechts één bedrijf en zorgen er vooral voor dat het stevig is verankerd en niet in vreemde handen kan vallen.
...

Op Euronext Brussel noteren verscheidene holdings met een rijk verleden en mooie trackrecords. De ene holding is de andere niet. Zo zijn er actieve holdings - Bois Sauvage, Ackermans & van Haaren en Gimv bijvoorbeeld - die belangen nemen in bedrijven, om mee hun strategie uit te stippelen. Andere holdings gaan als investeringsmaatschappij door het leven, zoals Brederode, Sofina en GBL. Ze beheren een beleggingsportefeuille, maar bemoeien zich niet met het beheer van de ondernemingen waarin ze beleggen. De posities van die twee groepen kunnen beursgenoteerd zijn of niet. Ten slotte zijn er drie monoholdings: Solvay, Tubize en KBC Ancora. Die hebben een participatie in slechts één bedrijf en zorgen er vooral voor dat het stevig is verankerd en niet in vreemde handen kan vallen. Op Gimv na hebben ze allemaal één zaak gemeen: ze noteren met een korting op hun intrinsieke waarde. Dat wil zeggen dat hun beurskapitalisatie lager is dan de totale waarde van hun portefeuille. Beleggers die er een positie in nemen, krijgen zo meer waar voor hun geld. De markt en analisten berekenen die korting op de som van de delen vanuit de redenering dat een holdingmaatschappij minder kan focussen. Ze moet zich met uiteenlopende zaken bezighouden, terwijl een doorsneeonderneming zich gewoon kan concentreren op haar enige activiteit. De korting loopt nog verder op als de participaties geen synergie opleveren. Vroeger werd er ook op gewezen dat de strategie van sommige holdings weinig transparant is. Dat argument speelt vandaag minder, want veel holdings varen een veel opener koers en lichten hun aandeelhouders regelmatig in over hun strategie en hun plannen. Vreemd is dat holdings die enkel participaties in beursgenoteerde bedrijven hebben, soms ook met een discount noteren. Als die gerechtvaardigd is, moet dat normaal ook opgaan voor een aandelenfonds. Maar dat is geenszins het geval: voor een beleggingsfonds betaalt u exact de waarde van de portefeuille. Die korting is des te merkwaardiger omdat de meeste holdings een ervaren managementteam aan het roer hebben dat op lange termijn heel wat waarde kan creëren. De beleggers die in een holding stappen, kopen heel wat expertise en inschattingsvermogen om de portefeuille goed te diversifiëren. Waarom zouden ze daar geen extraatje voor willen betalen? De Belgische holdings noteren met een discount van 5 à 20 procent. Dat lijkt nog altijd vrij veel, maar historisch bekeken is dat weinig. De voorbije jaren schommelde dat gemiddelde tussen 15 à 35 procent. Die algemene terugval heeft veel te maken met het positieve sentiment op de markten en is een indicatie dat de beurzen vrij duur aan het worden zijn. Aangezien de vergoedingen op vastrentende beleggingen extreem laag zijn, hebben veel spaarders en beleggers noodgedwongen de weg naar de beurs gezocht. Ze pikken de holdings er dan vaak als eerste uit: die betalen aantrekkelijke dividenden, die ze regelmatig optrekken - sommige doen dat zelfs jaarlijks. Het gemiddelde dividendrendement schommelt rond 2 à 3 procent, bij Gimv is dat zelfs nog iets meer. Die stabiele inkomstenstroom oefent een grote aantrekkingskracht uit op beleggers. Het is niet uitgesloten dat de kortingen helemaal wegsmelten, zeker als de beurzen op hun elan voortgaan. Als de aandelenmarkten wat zouden wegzakken, kunnen de discounts weer wat oplopen, zoals in het verleden steevast is gebeurd. De meeste holdings beleggen ook in private equity of niet-beursgenoteerde bedrijven. Dat segment is moeilijker te waarderen, en vaak wordt dat onderdeel flink onderschat. Er zitten soms pareltjes bij, die later voor een forse meerwaarde kunnen zorgen. Sofina heeft zich daarin de voorbije jaren flink onderscheiden, maar ook Gimv liet zich niet onbetuigd. Voor kleine beleggers is de private-equitymarkt ontoegankelijk, omdat ze bijna uitsluitend is gereserveerd voor institutionele investeerders. Bovendien is er vaak een minimale inleg van enkele honderdduizenden euro's voor nodig. Via holdings kunnen particuliere beleggers daarvan wel een graantje meepikken. Private equity zorgt voor een extra diversificatie en doet het risico niet echt toenemen. De waarde van een belegging in een niet-beursgenoteerd bedrijf is zelden groter dan 1 procent van de totale portefeuille, behalve als het zich ontpopt tot een ware winnaar. De prestaties van de actieve holdings op één jaar lopen sterk uiteen. Ze leggen dan wel andere accenten, maar de meeste - kijk maar naar Sofina, Bois Sauvage, GBL en Gimv - hebben er een boerenjaar op zitten. Brederode bleef wat achter en Ackermans & van Haaren sluit de rij met een klein verlies (zie tabel Zes actieve Belgische holdings). Over een lange periode bekeken gaan ze alle zes dezelfde richting uit en geven ze de representatieve beursindex, de DJ Stoxx, allemaal het nakijken. Bij de berekening van de koerswinsten op vijf jaar in de tabel hebben we geen rekening gehouden met de dividenden. Die zouden het totale rendement nog fors opkrikken. Een holding is niet onfeilbaar. Dat heeft Bois Sauvage in 2008 nog eens bewezen. De holding verloor toen twee derde van haar waarde door de financiële crisis. Het zware gewicht van de Belgische bankaandelen bleek geen goede keuze. Dat kreeg naderhand nog een staartje, omdat Bois Sauvage aandelen van Fortis met voorkennis zou hebben verkocht, net voordat het aandeel werd geschorst. De zaak hing jarenlang als een donkere wolk boven de maatschappij. Intussen is die zwarte bladzijde omgedraaid en kan Bois Sauvage zich weer concentreren op de essentie: beheer en management. Bijna de helft van de portefeuille bestaat uit de chocolademerken Neuhaus, Jeff de Bruges en Port Royal. Daarnaast heeft het belangen in Recticel (28% van de groep), Umicore (1,65%), Bone Therapeutics (1,2%) en Berenberg Bank (12%). De jongste resultaten mochten er zijn. In de eerste helft van het jaar steeg de bedrijfswinst met 15 procent tegenover dezelfde periode een jaar eerder. De chocoladeactiviteiten, die niet beursgenoteerd zijn, worden door royale overnamebiedingen almaar meer naar waarde geschat. Ondertussen blijft de belangrijkste aandeelhouder, Guy Paquot, zijn belang verder opbouwen. Hij heeft al meer dan 51 procent van Bois Sauvage in handen. Door die positieve evolutie is de discount wel teruggevallen van bijna 30 tot 14 procent. Nog drie andere holdings hebben het voorbije jaar een stevige sprong voorwaarts gemaakt, met Sofina op kop. Dat heeft het afgelopen anderhalf jaar enkele uitstekende operaties gedaan, waardoor het aandeel volop werd herontdekt. Bovendien heeft Sofina veelbelovende niet-beursgenoteerde participaties (40% van de portefeuille), met de Indiase e-commercegroep Flipkart als bekendste. De maatschappij keert al 51 jaar na elkaar een hoger dividend uit. In tijden van zeer lage rentes is dat een kwaliteitslabel. Ook in de genoteerde portefeuille, die zeer divers is, zitten enkele uitblinkers, met Danone (9,5 % van de intrinsieke waarde), Colruyt (7,6%) en SES Global (6,5%). Gimv heeft de voorbije maanden heel wat desinvesteringen met een aanzienlijke meerwaarde kunnen doen. De waarde van de portefeuille steeg in een jaar met 10 procent tot boven 1 miljard euro. Door die verkopen heeft Gimv een aanzienlijke oorlogskas opgebouwd (ruim 7 euro per aandeel). Het kan koopjes doen als die zich aandienen en het heeft voldoende ruimte om zijn dividend (nu 3,5%) de komende jaren op te krikken. Dat klinkt beleggers als muziek in de oren. Gimv noteert nu zelfs met een lichte premie boven zijn intrinsieke waarde. GBL is volop bezig een strategische bocht te maken. De traditionele industriële zwaargewichten die nauwelijks nog groeien, moeten geleidelijk plaatsmaken voor nieuwe participaties. Zo verkocht GBL een flink deel van zijn Total-aandelen en bouwde daarmee posities in Ontex, Umicore en adidas op. Het gevolg van die beweging is wel dat gulle dividendbetalers plaatsmaken voor bedrijven die het meer van hun groei en hun koerswinst moeten hebben. Dat valt duidelijk in de smaak van beleggers, want de discount is teruggevallen tot rond 20 procent. Rond Brederode is het al geruime tijd windstil en daar houdt het schuchtere management wel van. De helft van de portefeuille bestaat uit beursgenoteerde aandelen, de helft uit private equity. De beursgenoteerde portefeuille is goed gespreid over alle belangrijke sectoren en bestaat uit enkele grote namen, zoals Unilever, Novartis en Samsung. Brederode heeft een boon voor grote bedrijven met een hoog dividendrendement. Het belegt ook in Sofina en koopt regelmatig eigen aandelen in (1,2 miljoen stuks in de portefeuille). Voor het private-equitydeel investeert Brederode uitsluitend in fondsen van gespecialiseerde risicokapitaalmaatschappijen, zoals The Carlyle Group en Bain Capital Partners. De totale portefeuille is 1,5 miljard euro waard. Met Brederode kopen beleggers eigenlijk een zeer divers beleggingsfonds tegen een mooie korting van 23 procent. Doordat de holding weinig in de kijker loopt, is de discount in vergelijking met andere holdings nog altijd vrij hoog. In 2014 is Brederode verhuisd naar Luxemburg. Daardoor betalen beleggers op een normaal dividend van Brederode een dubbele belasting: de Luxemburgse en Belgische roerende voorheffing. Om daar een mouw aan te passen heeft de holding in 2016 geld afgehouden van de uitgiftepremie en een kapitaalvermindering gedaan. In Luxemburg is zo'n ingreep vrijgesteld van roerende voorheffing. In België is de Belgische roerende voorheffing van 27 procent wel nog van toepassing. Ackermans & van Haaren verloor het voorbije jaar zo'n 5 procent van zijn waarde. De holding heeft belangrijke belangen in de bagger- en bouwgroep CFE en in de niet-beursgenoteerde financiële instellingen Bank Delen en Bank Van Breda. Ze speelt in die drie bedrijven ook een belangrijke strategische rol. Ze zijn goed voor driekwart van de intrinsieke waarde en de winst van de groep. CFE, Bank Delen en Bank Van Breda hebben geen goed jaar achter de rug en zagen hun winst terugvallen in de eerste zes maanden van dit jaar. Maar de vooruitzichten ogen beter. Onlangs werd CFE bedolven onder de koopadviezen, omdat het orderboek van het baggerfiliaal goed gevuld is en de vastgoedactiviteiten aan de beterhand zijn. Holdings brengen diversificatie in een beleggingsportefeuille, zorgen voor een dividendstroom en op termijn kan de koers van het aandeel stijgen als de participaties een meerwaarde opleveren. Voor beleggers die bereid zijn een holding minstens tien jaar in portefeuille te houden, is het risico vrij beperkt. Vandaag is er door de lagere discount minder koerspotentieel dan vroeger. Het komt er dus op aan selectief te zijn. Ackermans & van Haaren en Brederode lijken interessant: zij waren dit jaar de achterblijvers. Françis MuyshondtVeel holdings varen een veel opener koers en lichten hun aandeelhouders regelmatig in over hun strategie en hun plannen.