Vorige week kwamen cijfers boven water die de kwaliteit van de Belgische ziekenhuizen meten. Daaruit blijkt - in tegenstelling tot wat doorgaans wordt verondersteld - dat wij het niet systematisch beter doen dan de buitenlandse hospitalen. Belangrijker nog: de studie van professor Arthur Vleugels van de KU Leuven toont aan dat de kwaliteit van de zorgen in de 123 Belgische ziekenhuizen behoorlijk uiteenloopt. Zo lopen patiënten in sommige ziekenhuizen na een heelkundige ingreep bijna driemaal meer kans op bijvoorbeeld een secundaire longontsteking dan in de beste ziekenhuizen...

Vorige week kwamen cijfers boven water die de kwaliteit van de Belgische ziekenhuizen meten. Daaruit blijkt - in tegenstelling tot wat doorgaans wordt verondersteld - dat wij het niet systematisch beter doen dan de buitenlandse hospitalen. Belangrijker nog: de studie van professor Arthur Vleugels van de KU Leuven toont aan dat de kwaliteit van de zorgen in de 123 Belgische ziekenhuizen behoorlijk uiteenloopt. Zo lopen patiënten in sommige ziekenhuizen na een heelkundige ingreep bijna driemaal meer kans op bijvoorbeeld een secundaire longontsteking dan in de beste ziekenhuizen. Uiteraard ligt deze materie gevoelig, maar zo stelt Vleugels: "Het is nodig dat de ziekenhuizen erkennen dat er variabiliteit is en dat het niet altijd zo goed gaat als het zou moeten." Welk medicijn heeft de Belgische ziekenhuiswereld nodig? "Meer coördinatie en communicatie, onder andere tussen verpleegkundigen en artsen maar evenzeer tussen artsen onderling," benadrukt Vleugels. "Een verbeterde informatica kan daarbij behulpzaam zijn. Ziekenhuizen moeten ook naar een grotere standaardisering en uniforme zorgprotocollen. Dat zorgt voor routines die helpen om de kwaliteit te verhogen."Dat komt aardig in de buurt van wat consultants van Altran Europe concluderen in hun recente advies voor de Belgische ziekenhuissector. Altran Europe bekijkt een ziekenhuis zowat als een productielijn en gelooft sterk in process re-engineering voor hospitalen. Specialist Jean-Michel Lebrun: "Er is nood aan 'focused factories' of gespecialiseerde centra. Bij moeilijke pathologieën is ervaring een belangrijke factor om voldoende bekwaamheid op te bouwen. Artsen in gespecialiseerde ziekenhuizen voeren bepaalde ingrepen sneller, kostenefficiënter én met minder kans op verwikkelingen uit." Om die reden ziet Lebrun het aantal fusies in de ziekenhuiswereld nog toenemen. Recente fusies in de ziekenhuizen van Antwerpen ( Zinia), Brussel ( Iris) en Kortrijk ( Groeninge) beschouwt hij als een kans. "Een fusie die alleen op de kosten is gericht, is geen oplossing," zegt hij. "Fusies houden de gezondheidszorg betaalbaar, maar ook de kwaliteit kan erop vooruitgaan als ziekenhuizen zich meer profileren als specialisten in een bepaalde pathologie." Ook professor Vleugels ziet de voordelen van specialisatie, maar gelooft dat het hoogtepunt van de fusiebeweging achter de rug is. Hij ziet meer in andere modellen van samenwerking. Zo besloten de Limburgse ziekenhuizen om de kankerzorg onder elkaar te organiseren en kwamen ze tot specialisaties zonder een doorgedreven fusie. Ondertussen klagen de ziekenhuisdirecteurs over onderfinanciering. "Die onderfinanciering is reëel, maar mag geen excuus zijn," countert Vleugels. "Integendeel, het is een extra motivatie om de kwaliteit met de bestaande middelen te optimaliseren. Kijk naar de luchtvaartsector: de hoge veiligheidsnormen zijn daar gehaald door systematisch gegevens te verzamelen over de talrijke 'bijna-ongevallen. Ook in ziekenhuizen valt nog een schat aan klinische informatie te rapen die de kwaliteit kan verbeteren zonder extra financiering."R.B.