Het leek onmogelijk. Toch slaagt Louis Dijkstra erin te leven van de verhuur van zijn eigen kunstwerken.
...

Het leek onmogelijk. Toch slaagt Louis Dijkstra erin te leven van de verhuur van zijn eigen kunstwerken.Al sinds de jaren zestig worden door de overheid subsidies uitgetrokken om kunstenaars van eigen bodem te promoten. Veel bedrijven, die er doorgaans op gebrand zijn een zekere maatschappelijke betrokkenheid uit te stralen, zijn tijdelijk of permanent in het bezit van zo'n stukje gesubsidieerde kunst. Er zelf niet helemaal van overtuigd dat het ook anders kon, besloot de Nederlander Louis Dijkstra begin jaren '80 geld te genereren uit zijn eigen kollektie. De belangstelling was groter dan verwacht en de omzet van zijn bvba steeg jaarlijks met 30 tot 40 %. Vandaag genereert de verhuurtak van zijn bedrijf dus exclusief direkte verkoop 14 miljoen frank frank. Op 17 september 1995 overschreed Dijkstra de grens en opende, samen met Hans De Vos, ook een galerie/kunstuitleen in Antwerpen. "Niets in konsignatie hebben, wil zeggen dat het belangrijkste criterium om tot aanschaf over te gaan wel de artistieke waarde van het kunstwerk moet zijn, " vertelt de Nederlander. Anders dan bij overheidsinitiatieven, vaak een verkapte subsidiëring van noodleidende kunstenaars, staat heel de kunstwereld voor hem open. Tegen betaling van een volledig fiskaal aftrekbare maandelijkse huurprijs van 1, 2 of 3 % van de koopsom van het gekozen werk, wordt respektievelijk 50, 80 of 100 % van deze huurprijs gereserveerd als kooptegoed. In het laatste geval gaat het dus om een soort renteloze afbetaling. Wie voor de eerste mogelijkheid opteert en bijvoorbeeld 650 frank per maand betaalt, heeft binnen afzienbare tijd een bedrag verzameld, waarmee of het al gehuurde kunstwerk, of een ander kan worden aangekocht. Te allen tijde kan een werk ook worden geruild of de huur stopgezet. In Nederland en België samen zijn permanent zo'n 1000 van de 1500 kunstwerken die de kollektie telt buitenshuis. De koopprijs van een werk schommelt tussen 30.000 en 200.000 frank. Duurdere werken kan Dijkstra zich niet veroorloven. Toch maakten ooit werken van Appel en Picasso deel uit van zijn verzameling. "Na de val van het IJzeren Gordijn kregen veel Oosteuropese kunstenaars kontakt met grote galerieën en was het gedaan met de lage prijzen. "Hoewel het aantal gelijkaardige niet-gesubsidieerde initiatieven in Nederland de voorbije acht jaar een gestage groei kende, speelt Louis Dijkstra in Vlaanderen sinds kort de rol van pionier.LOUIS DIJKSTRA (GALERIJ/KUNSTUITLEEN DIJKSTRA) "De artistieke waarde van het kunstwerk staat voorop. "