Alle overheden in dit land gaven vorig jaar gezamenlijk 220,6 miljard euro uit. Dat is 25 miljard méér dan in 2010, en 12,3 miljard meer dan er in 2014 binnenkwam. Ook verhoudingsgewijs spreken de statistieken boekdelen. In 2010 gaven de overheden net geen 50 procent van het bbp uit, terwijl dat vorig jaar bijna 51,9 procent was.

De uitgaven stegen in die periode dus 8 miljard euro sneller dan het bbp, ondanks de besparingsretoriek van de voorbije jaren, met als exponent van deze holle kreten de uitspraak van ex-premier Elio Di Rupo (PS) "we hebben 22 miljard euro bespaard". Die 22 miljard was bij elkaar gefantaseerd door belastingverhogingen gemakshalve als besparingen mee te tellen, en 'echte' besparingen kwamen neer op minder meer uitgeven, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. De bijna onstuitbare stijging van de overheidsuitgaven is en blijft de achilleshiel van onze staatsfinanciën. Alle regeringen moeten met twee voeten op de rem staan om de uitgaventrein af te remmen.

Om dus in deze tijden van toenemende vergrijzingskosten de ambitie uit te spreken én het begrotingstekort weg te werken en de belastingdruk minstens symbolisch te verlagen? Chapeau, maar bonne chance. Dat lukt alleen door verder te besparen en te hervormen. Maar dat front krijgt in vergelijking met de taxshift te weinig aandacht en te weinig politiek kapitaal toegewezen. Hopelijk komt daar verandering in nu de discussie over de taxshift van de baan is. Dit is nog maar het begin van de grote schoonmaak.

Deze besparingen wegen zogezegd op de 'koopkracht', maar daar worden veel fabeltjes over verteld. Begrotingsmaatregelen van regeringen creëren of vernietigen rechtstreeks geen koopkracht, ze verschuiven de koopkracht tussen groepen. Een regering creëert per saldo pas koopkracht als het beleid zorgt voor meer economische groei en extra jobs. Dat is net het uitgangspunt van het besparingsbeleid en de taxshift. De vakbondsleiders Rudy De Leeuw en Marc Leemans trekken fel van leer tegen deze regering, maar vergeten hun leden te vertellen dat de grootste impliciete koopkrachtverhoging van dit beleid bestaat uit een lagere kans op ontslag en/of een verhoogde kans op tewerkstelling. Daar kunnen Leemans & co toch moeilijk tegen zijn?

Toch blijft de taxshift een gemiste kans. De grote fiscale hervorming die ons belastingsysteem groeivriendelijker, efficiënter en billijker maakt, is er niet gekomen. De discussie is verzand in politiek getouwtrek over een evenwichtige verdeling van de lasten tussen arbeid en kapitaal, met vicepremier Kris Peeters (CD&V) als trofeejager en de kleine belegger als het aangeschoten wild. Ook deze regering stopt beleggers schaamteloos in één zak met rokers en dieselrijders. Een verdere stijging van de roerende voorheffing, van de beurstaksen of een uitbreiding van het gedrocht van de speculatietaks staat in de sterren geschreven als een gat in de begroting moet worden gedicht.

De regering-Michel moet de volgende jaren niet alleen geld vinden om het tekort dicht te fietsen, maar ook om facturen te betalen die al jaren onder de mat worden geveegd. Het gaat om het wegwerken van een manifest gebrek aan investeringen in een aantal kerntaken van de overheid, zoals justitie, infrastructuur of defensie. Minister van Defensie Steven Vandeput is duidelijk op blz 18: "Het budget moet met 60 procent omhoog, of we hebben in 2025 geen leger meer." De overheid heeft de voorbije decennia het mes gezet in deze posten omdat ze te weinig wilde of durfde te raken aan de sociale zekerheid. Daar stegen de uitgaven van 87 miljard euro in 2010 naar 101 miljard in 2014, met pensioenen en gezondheidszorg als grootste stijgers.

Mag het dus iets meer zijn, beste regering-Michel? Met deze tussenstand op het economische scorebord kan er niet op de eerste lauweren worden gerust. De staatsfinanciën blijven kwetsbaar, de groei is nog povertjes en vooral de werkzaamheidsgraad blijft met een haperende 62 procent bedroevend zwak. Het is wachten op de vruchten van onder meer de indexsprong of de lagere lasten op arbeid, maar de loonkostenhandicap is nog altijd hoog en de verhoging van de pensioenleeftijd is te ver in de tijd opgeschoven. Bovendien is de Belgische arbeidsmarkt nog altijd even flexibel als een strijkplank, en laten we in specifieke domeinen, zoals in e-commerce, een pak jobs liggen. Kris Peeters zou zich als minister van Werk beter daar wat meer mee bezighouden, in plaats van de minister van Vermogensbelastingen te spelen.

DAAN KILLEMAES

Mag het iets meer zijn, beste regering-Michel? Met deze tussenstand op het economische scorebord kan er niet op de eerste lauweren worden gerust.