Voorspellingen van de 'laatste kans' zijn notoir verraderlijk. Niettemin hebben heel wat plaatselijke politici en internationale vredesonderhandelaars het over die laatste kans. Waarom de laatste? Omdat de kans voor altijd in rook zou kunnen opgaan als de Palestijnen die een dergelijk akkoord wensen niet snel over de brug komen.
...

Voorspellingen van de 'laatste kans' zijn notoir verraderlijk. Niettemin hebben heel wat plaatselijke politici en internationale vredesonderhandelaars het over die laatste kans. Waarom de laatste? Omdat de kans voor altijd in rook zou kunnen opgaan als de Palestijnen die een dergelijk akkoord wensen niet snel over de brug komen. Waarom een kans? Omdat de interne verdeeldheid in de verschillende kampen onverwachte mogelijkheden creëert. De Palestijnen zijn verdeeld tussen de pragmatici van Fatah en de radicalen van Hamas. De bredere Arabische wereld is eveneens verdeeld tussen de naar het Westen neigende gematigden en de door Iran aangevoerde haviken. Daarom lijkt ook voor Israëls eigen pragmatische meerderheid het ogenblik aangebroken om een standpunt in te nemen over de kolonisten en eindelijk over te gaan tot een herverdeling van Palestina. Het zou tevens de laatste kans kunnen zijn om Iran, desnoods met geweld, ervan te weerhouden zijn nucleaire wapencapaciteiten te ontplooien. De speculatie over de vraag of George Bush het Witte Huis zal verlaten terwijl het Iraans nucleair programma nog intact is, neemt intussen als leidmotief voor 2008 steeds meer vorm, zeker in Teheran en Tel Aviv, maar ook in de rest van de wereld. De welvarende straten en de overvolle nachtclubs van Tel Aviv lijken dergelijke apocalyptische praat te logenstraffen. Maar het voorspoedige leven in Israël is gebouwd op een bijna obsessionele vlucht voor de realiteit. Daaronder schuilt een alles doordringende vrees voor de toekomst die zowel rijken als armen treft. Israël, dat een extravagante show plant voor zijn zestigste verjaardag in mei 2008, is het enig postkoloniale land waarvan het bestaan niet helemaal als een voldongen feit beschouwd wordt. Niet door anderen, zelfs niet door zijn eigen volk. Israëls angstgevoelens en de uitputting van de Palestijnen vormen het fundament waarop de wereld eens te meer zal trachten een vredesakkoord te bouwen. Tony Blair, de jongste gezant voor het Midden-Oosten van het zogenaamde Kwartet (de Verenigde Staten, de Europese Unie, de Verenigde Naties en Rusland) is een verpersoonlijking van de grote verwachtingen en tegelijk van hun efemeer karakter. Blair aanvaardde de opdracht een eind in 2007, nadat Hamas zich in Gaza op bloedige wijze had afgescheiden van het Palestijnse bestel. President Mahmoud Abbas, wiens gezag door de afscheiding slonk tot de westelijke Jordaanoever, kreeg zo de vrije hand om te onderhandelen met Israël. Het prestige dat Blair in de waagschaal stelt, is echter eindig. De sleutel zal voor hem liggen bij het vermogen van het gematigd Palestijns leiderschap om, met massale internationale hulp, beleidsinstellingen te scheppen die de fundamentele belangen van de bevolking dienen. De strategie van het Kwartet bestaat erin Hamas, dat afgezonderd zit in Gaza, te negeren tot er een geloofwaardig voorstel op tafel ligt met een duidelijk tijdschema voor de staatsvorming en met een pakket maatregelen voor een onmiddellijke verbetering van de levensomstandigheden. Op dat ogenblik, zo wil de theorie, zullen Abbas en zijn Fatah de middelen in handen hebben om de steun van de bevolking te herwinnen, ook in Gaza. De huidige vredesbemiddelaars moeten er anderzijds de Israëli's nauwelijks aan herinneren dat 2008 gevaarlijk dicht in de buurt komt van het moment dat de Palestijnen numeriek de gelijken worden van de Israëli's over heel het grondgebied van Palestina (de westelijke Jordaanoever, Gaza en Israël zelf). Yossi Beilin, die mee onderhandelde voor Israël in 2000-2001 en nu de vredelievende Meretzpartij leidt, zegt dat zulks zal gebeuren in 2010. Die verontrustende demografische ontwikkeling begint eindelijk door te dringen in de escapistische hersenen van de Israëli's. Die waren in 2007 versteld toen ze lazen dat Britse vakbonden de Israëlische staat wilden boycotten. Buitenlandse verwijzingen naar de apartheid in Zuid-Afrika worden krachtdadig van de hand gewezen. Maar stilaan groeit wel het besef dat, als de joden inderdaad een minderheid worden en de bezetting van de westelijke Jordaanoever voortduurt, het ook moeilijker wordt om die vergelijking met Zuid-Afrika te weerleggen. Ariel Sharons eenzijdige terugtrekking uit de Gazastrook in 2005 was bedoeld om het 'demografische gevaar' te milderen door de mathematiek te herschikken. Maar de 1,6 miljoen inwoners van Gaza blijven deel uitmaken van de vergelijking zolang Gaza belegerd wordt. Sharon was waarschijnlijk ook van plan om zich grotendeels van de westelijke Jordaanoever terug te trekken. Zijn opvolger, Ehud Olmert, wil die bijna helemaal intact houden en soevereine Israëlische bodem ruilen voor de grote blokken van nederzettingen langs de oude grens van voor 1967 en verderop. Hoe voor de hand liggend en onontkoombaar de grote lijnen van een territoriale oplossing ook zijn, het vooruitzicht dat de Israëli's bereid zouden zijn om ze toe te passen, wordt zwaar overschaduwd door de onophoudelijke regen van raketten vanuit Gaza. Die veroorzaken relatief weinig dood en vernieling, maar ze maken het leven in de steden en de kibboetsen langs de strook verschrikkelijk gespannen. Olmert zal in 2008 met geruststellende antwoorden moeten komen, willen de onderhandelingen een kans maken op succes. Hij moet zijn ongelijke coalitie bij mekaar houden en tegelijk een beleid voeren dat die coalitie net zo goed uit mekaar kan doen vallen. De orthodoxe partij Shas staat afkerig tegen voorstellen om Jeruzalem opnieuw op te delen in een Israëlisch en een Palestijns deel. Yisrael Beiteinu, een nationalistische partij die voornamelijk bestaat uit Russische immigranten, voelt zich niet goed bij een eventuele gedwongen ontmanteling van tientallen nederzettingen. Zelfs de Arbeidspartij, de grootste en meest vredelievende bondgenoot van Olmert, ligt dwars. De leider van de partij, defensieminister Ehud Barak, zegt dat Israël zich niet kan terugtrekken vooraleer het een eigen antiraketschild heeft ontwikkeld en opgesteld - iets wat jaren kan duren. De positie van Olmert aan het begin van 2008 is een pak steviger dan een jaar eerder. Toen wankelde hij nog altijd onder de beschamende mislukking van de oorlog in Libanon in de zomer van 2006. Hij is daar nu grotendeels overheen en, hoewel hij nog altijd niet populair is, zou hij het tot in 2009 moeten kunnen uithouden. Barak, Binyamin Netanyahu van de Likoed en drie of zelfs vier leden van zijn eigen Kadimapartij zijn uit op zijn job, maar Olmert staat ervoor bekend dat hij dat soort van rivaliteit in zijn voordeel kan ombuigen. Cynici zeggen intussen dat de strategie van Olmert erin zal bestaan te onderhandelen over de principes van de vrede en tegelijk de toepassing ervan zal ontwijken. Abbas, die schippert tussen de aanmoedigingen van de wereld en de hekelzucht van Hamas, heeft nood aan zichtbare en tastbare vooruitgang. Volgens de typisch perverse logica van het Midden-Oosten is het vuurspuwende Iran zijn grootste bondgenoot. Wil men Iran onschadelijk maken, door sancties of door het geweld van Amerikaanse en geallieerde wapens, dan zal de succesvolle beperking van de daaropvolgende fall-out voor een groot deel bepaald worden door het Israëlisch-Palestijnse conflict. Een akkoord over Palestina zou een gematigde islamitische as smeden die Teheran eenzaam en verlaten in de kou laat staan. DE AUTEUR IS REDACTEUR VAN HAARETZ.Door David Landau