Zowel het World Economic Forum in Davos als het World Social Forum in Nairobi is achter de rug. Veel nieuws borrelde er niet naar de oppervlakte en een heuse constructieve dialoog tussen beide fora komt (voorlopig) niet echt van de grond. Allicht is enige verdere radicalisering in en rond het World Social Forum daar niet vreemd aan. De antiglobalisten lijken het daar opnieuw te halen van de meer gematigde andersglobalisten.
...

Zowel het World Economic Forum in Davos als het World Social Forum in Nairobi is achter de rug. Veel nieuws borrelde er niet naar de oppervlakte en een heuse constructieve dialoog tussen beide fora komt (voorlopig) niet echt van de grond. Allicht is enige verdere radicalisering in en rond het World Social Forum daar niet vreemd aan. De antiglobalisten lijken het daar opnieuw te halen van de meer gematigde andersglobalisten. Tegen die achtergrond kan het niet verbazen dat in Nairobi de vrijemarkteconomie en de globalisering het bijzonder hard te verduren kregen. Uit de megafoons galmden omschrijvingen als absurd systeem, mens- en planeetvernietigende dynamiek, destructief tot en met. Het systeem kan niet ten goede worden bijgestuurd en dient dus volledig te worden uitgeroeid, zo weerklonk het meer dan eens. Verwerpelijk. De voorbije dagen participeerde ik aan diverse debatten en discussies over globalisering en de fora in Davos en Nairobi. Het viel op dat de verdediger van de vrijemarkteconomie - in casu ikzelf - steeds meer in het keurslijf van de underdog wordt gewurmd. Het algemene uitgangspunt lijkt er steeds meer op neer te komen dat de Nairobikreten de algemeen aanvaarde waarheid worden: de vrije markt en de globalisering zijn vanuit moreel, sociaal, ecologisch, economisch en zelfs politiek-democratisch standpunt verwerpelijk. Het volstaat niet meer om wat bij te sturen, de bulldozer mag/moet van stal gehaald worden. Ik verzet mij tegen die evolutie binnen de publieke opinie. Mijn verzet vloeit niet voort uit een of andere ideologische vooringenomenheid, maar uit een nuchtere analyse van de feiten zoals ze op tafel liggen. Wie met een serene blik naar de menselijke geschiedenis kijkt, kan onmogelijk ontkennen dat de vrijemarkteconomie op diverse vlakken tot een enorme vooruitgang aanleiding gaf, zeker op het gebied van de armoedebestrijding. Onder meer uit studies van de Wereldbank blijkt duidelijk dat vooral landen die zich geheel of gedeeltelijk van de globalisering distantiëren, er niet in slagen hun armoede structureel terug te dringen. De wereld en zeker de armsten op deze aardbol hebben veeleer behoefte aan méér globalisering dan aan minder. Geen alternatief. Werkt het systeem van de vrijemarkteconomie en de daar als een Siamese tweeling bijhorende globalisering dan perfect? Neen, absoluut niet. Bijsturingen en nuanceringen van het basismodel kunnen én moeten zelfs. Sociale bescherming van de allerzwaksten en adequate milieubescherming vereisen overheidsinterventie, maar die aspecten raken niet aan de enorme maatschappelijke meerwaarde van het vrijemarktmodel. Tot nader order is er geen valabel alternatief. De voorbije decennia leerden ons dat alle alternatieven die steunen op doorgedreven collectivisering - het gemeenschappelijke kenmerk van alle voorstellen die de antiglobalisten op tafel leggen - pas echt tot desastreuze resultaten leiden en dat zowel op sociaal, economisch en ecologisch vlak, als op het gebied van politieke democratie. Het lijkt er verdacht veel op dat het de antiglobalisten niet echt te doen is om een serene beoordeling van de maatschappelijke resultaten van systeem X, Y of Z. Veeleer lijkt het te gaan om het ideologische a priori: men verfoeit de vrije markt en de globalisering omwille van de premissen en uitgangspunten die eraan ten grondslag liggen. Dat is ieders goed recht, maar laat ons dan ook de discussie op dat niveau voeren. De auteur is directeur van de denktank VKW Metena. De column 'De blik van... ' verschijnt wekelijks, met Johan Van Overtveldt en Rudy Aernoudt in een beurtrol.Johan Van Overtveldt