Onlangs was er de Week van de Korte Keten, een nationale actieweek om korteketenlandbouw onder de aandacht te brengen. De jongste jaren nemen niet alleen sectororganisaties en campagnevoerders, maar ook een groeiend aantal supermarktketens dat begrip in de mond. Waar de één 'korte keten' definieert als het reduceren van het aantal voedselkilometers tussen de producent en de consument, spreekt de ander over het minimaliseren van het aantal schakels in de keten, zonder oog voor de afstand of de oorsprong van producten.
...

Onlangs was er de Week van de Korte Keten, een nationale actieweek om korteketenlandbouw onder de aandacht te brengen. De jongste jaren nemen niet alleen sectororganisaties en campagnevoerders, maar ook een groeiend aantal supermarktketens dat begrip in de mond. Waar de één 'korte keten' definieert als het reduceren van het aantal voedselkilometers tussen de producent en de consument, spreekt de ander over het minimaliseren van het aantal schakels in de keten, zonder oog voor de afstand of de oorsprong van producten. Ook welke definitie het meest duurzame resultaat oplevert, blijkt voor discussie vatbaar. Zo zorgen minder voedselkilometers wel voor minder uitstoot in de distributie en de logistiek, maar is de klimaatimpact van een avocado uit een lokale, verwarmde serre uiteindelijk groter dan die van zijn geïmporteerde variant. Bovendien leidt het beperken van het aantal tussenschakels vooral tot een efficiëntere, maar daarom niet noodzakelijk voor alle stakeholders houdbare toeleveringsketen op de lange termijn. Veel meer dan het aantal schakels of kilometers, ontwricht het gebrek aan duurzaamheid van de toeleveringsketen de relatie tussen de producent en de consument, en bijgevolg het product en zijn waarde. In een systeem waar alles, altijd, voor de beste prijs beschikbaar moet zijn, worden landbouwers anonieme toeleveranciers onder grote financiële druk, om nog maar te zwijgen over de negatieve impact op het milieu, het klimaat en de voedselkwaliteit. Wie daar nog aan twijfelt, raad ik aan eens te kijken naar de Pano-reportage over de kippenindustrie. Als 'korte keten' synoniem is met een duurzame keten, impliceert dat dus vooral dat niet de retailer, maar de boer de waarde van producten bepaalt. Het impliceert ook dat boeren en consumenten niet langer anoniem zijn, al gaat dat verder dan de kartonnen display van een glimlachende boer in de korteketenhoek van de supermarkt. In plaats van verlagen, verhogen zulke initiatieven mijns inziens de drempel naar duurzame voeding, omdat ze onterecht het signaal geven dat een minderheid aan producten de impact van de meerderheid neutraliseert. Zo'n korteketenaanbod is bovendien vaak beperkt in tijd, variëteit en marktpotentieel. Een werkelijk duurzaam voedingssysteem vinden we in de zogenaamde community supported agriculture (CSA) of 'gemeenschapslandbouw', waarbij burgers in ruil voor jaarlijkse abonnementskosten wekelijks een oogstaandeel ontvangen gedurende het lokale teeltseizoen. Een beetje Spotify voor landbouw dus, met of zonder de mogelijkheid eigenhandig je oogst uit de grond te trekken. Maar hoewel hun populariteit toeneemt, krijgen CSA-boerderijen nog lang niet iedereen aan boord. Gek genoeg komen ze tot dezelfde conclusie als de prijsvechters: de consument ligt niet wakker van eerlijke voedselprijzen of inkomsten voor de boer. Dat ik onder de organisatoren of partners van de actieweek geen retailers kon vinden, bevestigt het gevoel dat de korte keten bij de supermarkten nog vooral een doekje voor het bloeden is. Dat is een gemiste kans, want CSA-boerderijen bieden supermarkten een manier om relevant te blijven in de opkomst van onlinewinkelen en thuislevering. Slechts een beperkt aantal mensen wil de boer eerlijk verlonen, maar wat met onthaasten, nieuwe smaken ontdekken of buren ontmoeten? Als Colruyt, Lidl of Delhaize een veld op zijn dak legt, zal mijn goesting om op zaterdag boodschappen te doen aanzienlijk vergroten. De uwe toch ook?