Banken gingen over de kop, de werkloosheid schoot omhoog, de huizenprijzen zakten in en de Amerikaanse politiek onderging een gedaanteverwisseling met de opkomst van de Tea Party. Gezien het drama dat de financiële crisis van 2007-2008 teweegbracht, zou men kunnen verwachten dat ze een grote rol zou spelen in de populaire cultuur. Maar de Hollywood-regisseurs en de schrijvers van romans hebben het moeilijk met de wereld van de financiën.
...

Banken gingen over de kop, de werkloosheid schoot omhoog, de huizenprijzen zakten in en de Amerikaanse politiek onderging een gedaanteverwisseling met de opkomst van de Tea Party. Gezien het drama dat de financiële crisis van 2007-2008 teweegbracht, zou men kunnen verwachten dat ze een grote rol zou spelen in de populaire cultuur. Maar de Hollywood-regisseurs en de schrijvers van romans hebben het moeilijk met de wereld van de financiën. Het is niet makkelijk om van financiers helden te maken, maar het kunnen wel schitterende schurken zijn. In 1987 was Gordon Gekko (vertolkt door Michael Douglas) het meest charismatische personage in Wall Street. Recenter werd in The wolf of Wall Street (2013) getracht een beeld op te hangen van het volslagen cynisme van de aandelenpluggers, al wentelde de film zich vooral in het hedonisme van Leonardo Di Caprio en zijn handlangers. Financiers en zakenlui zijn alleen maar schimmige personages die buiten beeld blijven en hun omgeving en de politici manipuleren om op korte termijn profijt te puren. Het is een aloud probleem. In de 19de eeuw schiepen Charles Dickens en Anthony Trollope met Mister Merdle (in Little Dorrit) en Augustus Melmotte (The way we live now) financiële zwendelaars die zonder meer model konden staan voor Bernie Madoff. Maar geen is zo levensecht als de ongelukkige Mister Macawber in David Copperfield, wiens sermoenen over de miserie die schulden met zich brengen ook vandaag nog geciteerd worden. Filmmakers trachten financiers en zakenlui sympathiek te doen overkomen door te focussen op hun menselijke kwaliteiten. In Pretty woman (1990) laat Richard Geres raiderpersonage zijn kuiperijen varen voor de liefde van Julia Roberts. Mark Zuckerberg is een lastige klant in The social network (2010) tot je beseft dat hij alleen maar met Facebook begonnen is om indruk te maken op een meisje dat hem gedumpt had. Dit jaar moet de medeoprichter van Apple in Steve Jobs zijn rol als ondernemingsbouwer balanceren met de noodzaak om voor zijn dochter te zorgen. Succes in zaken of financiën is niet genoeg om de ziel te voeden: in Citizen Kane (1941) sterft Orson Welles in zijn kasteel, omringd door weelde, maar hij hunkert naar de slede uit zijn jeugd. In It's a wonderful life (1946) is het personage van Jimmy Stewart, George Bailey, een zeldzaam voorbeeld van een sympathieke bankier in een Hollywood-film. Zijn toespraak tot de inwoners van Bedford Falls om een rush op de bank te voorkomen, was misschien de beste uiteenzetting over financiën ooit in de populaire cultuur. Baileys heldhaftigheid kwam echter voort uit zijn verzet tegen de echte booswicht van het stuk, de inhalige Mister Potter. Ironisch genoeg was It's a wonderful life geen kassucces, de film heeft zijn statuut van klassieker te danken aan de vele herhalingen op televisie. Elke regisseur die een film wil maken over de moderne financiën, staat voor twee enorme moeilijkheden. Ten eerste is er niet veel spectaculairs of fascinerends aan iemand die voor een computerscherm zit te tikken. Ten tweede zit de taal van de financiën vol met letter- en jargonwoorden. Ze kan dan ook vrij ontoegankelijk zijn. Adam McKay breekt nu met heel die traditie. Met The big short, zijn verfilming van het boek van Michael Lewis over de schuldencrisis, heeft hij ervoor gekozen om het probleem frontaal aan te pakken. Als er een ingewikkelde term uitgelegd moet worden (bijvoorbeeld gebundelde hypotheekleningen), voert hij Margot Robbie op in een bubbelbad of doet hij een beroep op chef-kok Anthony Bourdain om aan de hand van een visstoofpotje uit te leggen wat CDO's zijn. Andere stilistische kunstgrepen zijn de agressieve montage en de terzijdes van de acteurs naar de camera. Af en toe zegt een personage tegen de toeschouwers dat wat ze net gezien hebben eigenlijk niet gebeurd is. "Ik wou een véritéstijl creëren omdat films over financiën dikwijls streng, monolithisch en kil lijken", zegt McKay, die als regisseur nog het best bekend is voor een aantal comedy's met Will Ferrell in de hoofdrol. "Ik ging daarentegen voor een onvoorspelbaar, intuïtief effect." The big short heeft zijn succes eveneens te danken aan de spitse dialogen (McKay regisseerde niet alleen, hij schreef ook het script) en een cast van sterren als Ryan Gosling, Steve Carell en Christian Bale, en zelfs Brad Pitt in een cameorolletje. Een onderhoudende film over een financieel thema die ook nog eens leerzaam is, het is een zeldzaam genre. De film werkt omdat het boek van Lewis inzoomt op een groep rare snuiters die vóór iedereen doorhadden dat de Amerikaanse economie afstevende op een catastrofe. De protagonisten zijn niet de gebruikelijke helden (ze gokken tenslotte op een crash van de Amerikaanse huizenprijzen), maar het publiek kan niettemin met hen sympathiseren omdat ze tegelijkertijd de corrupte praktijken aan het licht brengen die voor 2007 schering en inslag waren in de hypotheekbusiness. Het zijn kleine mensjes die het opnemen tegen een zelfingenomen financieel systeem, net zoals Eddie Murphy en Dan Aykroyd erin slagen de Duke-brothers te ruïneren in Trading places (1983). Door die invalshoek onderscheidt The big short zich van een eerdere Hollywood-analyse van de crisis. Margin call, dat uitkwam in 2011, had ook een uitstekende cast (Jeremy Irons en Kevin Spacey), maar spitste zich toe op een investeringsbank die probeerde nepeffecten te slijten voor de rest van de markt zich bewust werd van de nakende apocalyps. Het was voor de toeschouwers moeilijk om veel in te zitten met bankiers die worstelden met een crisis die uit hun eigen hebzucht en stompzinnigheid gegroeid was. De tweeslachtigheid van Hollywood tegenover de financiën -- en het kapitalisme in het algemeen -- staat haaks op een sector die gekenmerkt wordt door hoge salarissen, reusachtige maatschappijen en productmerchandising. Maar acteurs, regisseurs en scenarioschrijvers zijn creatieve types die graag het gevoel hebben dat ze rebelleren. Ze geven de voorkeur aan films waarin de kleine man triomfeert. Ook het publiek wil dat. The big short werkt omdat McKay aan dat cliché een onderhoudende en gesofisticeerde draai geeft. The EconomistAls er een ingewikkelde term uitgelegd moet worden, voert de film Margot Robbie op in een bubbelbad of doet hij een beroep op chef-kok Anthony Bourdain om aan de hand van een visstoofpotje uit te leggen wat CDO's zijn.