De groepsverzekering kan ook een interessant instrument zijn om onroerend goed te verwerven. In principe zijn daar twee methodes voor: de inpandgeving van de groepsverzekering, en het voorschot op de polis. De eerste formule is de eenvoudigste.
...

De groepsverzekering kan ook een interessant instrument zijn om onroerend goed te verwerven. In principe zijn daar twee methodes voor: de inpandgeving van de groepsverzekering, en het voorschot op de polis. De eerste formule is de eenvoudigste.In ons voorbeeld krijgt Jan (zie hoofdtekst) op de eindvervaldatum een kapitaal van 122.500 euro van de groepsverzekering. Hij kan die verzekeringspolis nu als onderpand gebruiken voor een hypothecaire lening bij een kredietinstelling. Op de vervaldatum wordt de kredietverstrekker dan begunstigde van het deel van het pensioenkapitaal dat het ontleende bedrag vormde. Jan krijgt het saldo als pensioenkapitaal uitgekeerd. Gedurende de hele kredietperiode wordt geen kapitaal terugbetaald, want dat wordt binnen de groepsverzekering gevormd. Jan betaalt uitsluitend intrest op het opgenomen kapitaal. Aangezien hij geen kapitaal terugbetaalt, blijft dit intrestbedrag constant. We moeten dan wel bekijken in hoeverre Jan de intresten fiscaal kan benutten. De fiscale behandeling van het kapitaal dat op het einde van de rit naar de kredietverstrekker gaat, is enigszins anders dan bij een gewone uitkering. Het kapitaal dat tot wedersamenstelling van het krediet diende, wordt belast volgens het systeem van de fictieve rente.Maar het kan ook anders. U kunt de opgebouwde reserve vroeger opnemen, in de vorm van een voorschot, en dat aanwenden om een onroerend goed te bouwen, verbouwen of verwerven. Deze techniek is iets ingewikkelder, en afhankelijk van de aangerekende intrestvoet al dan niet nuttig. In wezen komt het erop neer dat een lening wordt toegestaan voor het bedrag van het voorschot. U betaalt niets terug, en op het eind wordt de lening 'aangezuiverd' met het pensioenkapitaal. U heeft dus eigenlijk al een voorschot op de reserve opgenomen. U betaalt als intrest slechts het verschil tussen de gewaarborgde intrestvoet en de gehanteerde ontleningsvoet.Stel dat de marktintrest bij de maatschappij 7% is, en Jan tegen 4,5% kan lenen terwijl de interne opbrengstvoet van de reserve 3,25 % is. Dan kost het hem slechts 1,25%, en maakt hij een illiquide component van zijn vermogen (de reserve in de groepsverzekering) liquide en investeerbaar.Beide formules hebben hun verdiensten, maar ook hun beperkingen. Toch is het altijd nuttig om deze mogelijkheden goed te onderzoeken voordat u op de markt naar de gunstigste kredietverstrekker zoekt. In veel gevallen vindt u de goedkoopste of interessantste formule misschien waar u ze niet had verwacht: in die ingewikkelde groepsverzekering.