Marleen Finoulst
...

Marleen FinoulstDe gemiddelde Belg drinkt 125 liter koffie per jaar. Voor de meesten is de drank onmisbaar bij het begin van de dag en aan het einde van de maaltijd. Slechts 5,8 procent van de bevolking drinkt nooit koffie. Het bekendste en meest besproken bestanddeel van koffie is cafeïne. Dat is een stof met een stimulerend effect op het centrale zenuwstelsel. De precieze hoeveelheid cafeïne in een kopje is moeilijk te bepalen omdat die afhankelijk is van de koffiesoort en de manier waarop je koffie zet. Zo bevat robusta bijna tweemaal zoveel cafeïne als arabica. Een kopje filterkoffie van 150 ml bevat gemiddeld 80 à 85 mg cafeïne; instantkoffie en espresso (50 ml) bevatten gemiddeld 65 mg. Dat is gevoelig meer dan thee. Cafeïne is wereldwijd het meest gebruikte opwekkende middel, maar ook het onderwerp van hardnekkige misvattingen. Onderzoek toont aan dat 300 à 400 mg cafeïne in een evenwichtig voedingspatroon geen schadelijke effecten heeft. De ene mens is er wel gevoeliger voor dan de andere. Die gevoeligheid wordt onder meer bepaald door lichaamsgewicht, leeftijd, geslacht en nicotinegebruik, maar ook door de genen. Wie gevoelig is, drinkt beter niet meer dan 300 mg cafeïne, wat neerkomt op drie tot vier kopjes per dag. Wie meer dan vijf koppen per dag drinkt, krijgt last van hoofdpijn en rusteloosheid. Cafeïne wordt binnen de 30 à 45 minuten na inname in de bloedbaan opgenomen. Daar hecht de substantie zich aan receptoren in het centrale zenuwstelsel, waarna ze wordt omgezet in de stofwisseling en uitgescheiden. Cafeïne stimuleert het centrale zenuwstelsel door bepaalde adenosinereceptoren, onder meer in de hersenen, te blokkeren. Adenosine is een natuurlijke chemische stof die slaap opwekt. De stimulerende werking duurt gemiddeld drie uur. Ongeveer anderhalf à twee uur na de inname bereikt de verwerking een piek. Bij rokers is het effect een stuk minder: nicotine halveert de verwerkingstijd. De vermoeidheid wordt dus tijdelijk uitgesteld. Wie 's avonds nog koffie drinkt, kan de slaap meestal niet vatten. Bij mensen die beweren wel nog te kunnen slapen, is de slaap minder verkwikkend. Volgens recente studies zou cafeïne de verwerking van informatie in de hersenen met 10 procent versnellen. Daarnaast veroorzaakt de stof een vernauwing van de bloedvaten, wat hoofdpijn en migraine kan verzachten. Bij sommige astmapatiënten kan cafeïne voor verlichting zorgen. Cafeïne verhoogt het risico op hart- en vaatziekten niet, maar stimuleert wel de productie van adrenaline, wat een tijdelijke stijging van de bloeddruk en een versnelde hartslag kan teweegbrengen. Deze stijging is vooral merkbaar bij wie niet gewend is aan cafeïne, bij wie er gevoelig voor is en bij mensen met een milde vorm van hypertensie (hoge bloeddruk). De stijging is echter minder hoog dan die door het beklimmen van trappen en duurt maar enkele uren. Bij gezonde mensen heeft een regelmatige en matige koffieconsumptie amper invloed op de bloeddruk. De Wereldgezondheidsorganisatie neemt cafeïne niet op in de lijst van verslavende producten, genre alcohol of drugs. Bij het abrupt stoppen met koffiedrinken ervaren sommige (gevoelige) mensen wel hoofdpijn, vermoeidheid of prikkelbaarheid, maar dat duurt slechts één of twee dagen en kan vermeden worden door langzaam af te bouwen. Koffie helpt je niet sneller nuchter te worden. De cafeïne kan de hoeveelheid alcohol in het bloed niet verminderen. Je bent hoogstens alerter tijdens de positieve ademtest. Bij gevoelige mensen kan koffie de maag irriteren. Ten slotte bevat koffieolie de cholesterolverhogende componenten kahweol en cafestol (diterpenen). Bij filterkoffie worden die stoffen tegengehouden door de filter, maar bij gekookte of cafetièrekoffie (gezet in een glazen pot waarbij je een metalen filter naar beneden duwt) kunnen ze een lichte stijging van het totale cholesterolgehalte en de slechte cholesterol veroorzaken. (T) Marleen Finoulst hoofdredacteur bodytalk Marleen.finoulst@bodytalk.be