In het kantoor van Jochim Aerts, de CEO van Ridley, in Beringen-Paal staat een parel van een koersfiets die straks door de koper wordt opgehaald. Aan de muur sprinten de idolen van de grote baas in levensgrote foto's op een Ridley naar het succes. Het uithangbord André Greipel en de vroegere iconen Sergej Ivanov en Robbie McEwen. Daarnaast hangt de slogan waarmee Jochim Aerts de halve wereld wil veroveren. 'We are Ridley, we are Cycling, we are Belgium.'
...

In het kantoor van Jochim Aerts, de CEO van Ridley, in Beringen-Paal staat een parel van een koersfiets die straks door de koper wordt opgehaald. Aan de muur sprinten de idolen van de grote baas in levensgrote foto's op een Ridley naar het succes. Het uithangbord André Greipel en de vroegere iconen Sergej Ivanov en Robbie McEwen. Daarnaast hangt de slogan waarmee Jochim Aerts de halve wereld wil veroveren. 'We are Ridley, we are Cycling, we are Belgium.'Aerts is een selfmade ondernemer en leeft in een roes. Hoe zou je zelf zijn als je al van kindsbeen af iets hebt met fietsen? Zijn jeugddroom was beroepsrenner worden, maar op zijn negentiende besefte hij dat dit te hoog gegrepen was. Zijn plan als jonge volwassene was innovatieve racefietsen in de markt zetten. Ridley is ondertussen de nummer een van de Belgische fietsfabrikanten met een focus op competitiefietsen. Vijftien jaar na de start in 1997 is Ridley goed voor een verkoop van 36.000 fietsen en framesets of een omzet van 24 miljoen euro. Een kwart is bestemd voor de Benelux, een ander kwart voor de verre export naar de VS, Japan, China en Australië, en de helft gaat naar dealers in Europa. "Onze merknaam verwijst niet naar een grootheid uit de wielergeschiedenis, maar inmiddels zijn we toch maar mooi de grootste fietsproducent van België en een naam met faam in de professionele en amateurwielrennerij. Onze ambitie is uitgesproken. Schrijf maar op: 50 miljoen euro tegen 2017", zegt pr- en marketingmanager Jochen Bessemans. "Twee jaar geleden was onze Excaliburhet neusje van de zalm. Het blijft een uitstekend product uiteraard, maar hij is alweer voorbijgestreefd. Zo snel gaat het in fietsenland. Ridley zweert bij innovatie, innovatie en nog eens innovatie. Als de remmen geïntegreerd moeten worden in het frame, dan doen we dat ook. Niemand kwam ooit op dat idee en niemand deed het ons ook voor", zegt Aerts. "Met drie aerodynamische patenten beschermen we onze technologie. Vooral de professionele wielrenner zorgt ervoor dat ons product verfijnt. Dat is een nooit eindigend proces. Lotto-Belisol-renners als Jurgen Van den Broeck en André Greipel worden bij elke vorm van vernieuwing betrokken. Zij zijn onze testpiloten. Elke nieuwe fiets is het resultaat van bevindingen op het terrein." Of er toch geen dag komt waarop de ultieme fiets, het toppunt van innovatie, het levenslicht ziet? "No way", schokschoudert Aerts. "Alles kan beter en alles moet ook beter. Vroeger bestonden de frames uit staal en aluminium. Dan kwam carbon, wat nog altijd de norm is vandaag. Maar morgen? Ik mik op alweer een andere materie: grafeen bijvoorbeeld, op basis van steenkool." Ridley gaat prat op zijn Belgische imago. Een meerwaarde tot in het verre buitenland, maar een label dat niet helemaal de lading dekt. De carbonframes worden voorlopig nog in China gemaakt. Ook de versnellingsapparatuur, tandwielen of wielsets komen uit het buitenland. Het ontwerp, de montage, het lakwerk, de kwaliteitscontrole en de verkoop en marketing zijn wel een puur Limburgse aangelegenheid. De toelevering van Chinese frames wordt afgebouwd. Ridley wil terug naar Europa waar flexibiliteit volgens Aerts nog hoog in het vaandel staat. Sinds 2007 reist de CEO twee keer per jaar naar Moldavië. Daar worden in een van nul opgestarte Ridley-fabriek al vijf jaar frames gelakt en verstuurd naar Beringen-Paal. "Tot onze grote voldoening. Het kostte flink wat administratieve rompslomp, maar de eindbalans is positief: prima kwaliteit, een goede omgeving met harde precisiewerkers, en tja, de loonkosten bedragen maar een tiende van die in België." Ridley is een fiftyfiftyverhaal tussen Jochim Aerts en de bekende Limburgse ondernemer Paul Kumpen, stille vennoot en businessangel van het eerste uur. Diens zoon Anthony werkt op managementniveau mee. "Paul en ik vonden elkaar bij de start via onze niet te blussen passies", zegt Aerts. "Hij is als geen ander geboeid door het ondernemerschap en ik heb een voorliefde voor het product fiets. Die combinatie heeft ons bij de opstart vleugels gegeven. Kumpen gaf me inzicht in de relatie met de banken, in de organisatie van een bedrijf, in het belang van een goede marketing. En hij heeft, niet te vergeten, een bijzonder groot netwerk. Ook dat heeft geholpen. " Aerts blijft ambitieus. "Ik geef een voorbeeld. Pas nu ontdekken ook de vrouwen de geneugten van de racefiets, daar liggen kansen. Ridley verkoopt jaarlijks 36.000 fietsen en framesets, over vijf jaar moeten er dat 100.000 zijn. Dat begint met een showroom die we op 1 april in Duitsland openen. Als dat model succes heeft, komen er ook in andere Europese landen, de VS, Japan en Australië." De Ronde van Vlaanderen is een hoogdag voor Aerts. Hij volgt de koers vanuit een vipbusje. Of een Ridley-renner de koers wint? "Aan de fiets zal het niet gelegen hebben. Maar ik schat de winstkansen ook realistisch in. Als iemand het kan, dan moet het kopman Jürgen Roelandts zijn, maar dan moet alles meezitten natuurlijk." KAREL CAMBIEN, FOTOGRAFIE KRISTOF VRANCKEN