De Wereldbank raamt de markt voor infrastructuurwerken in Afrika in de komende tien jaar op 930 miljard dollar. Maar wat decennia een traditionele afzetmarkt was voor Europese bouw- en engineeringbedrijven met hun tientallen toeleveranciers - en bijgevolg tienduizenden jobs opleverde -, is nu grotendeels in handen van Chinese bouwfirma's. Deze evolutie dikt de fenomenale groeicijfers van China jaarlijks met enkele procenten aan. Ten koste van de Europese landen.
...

De Wereldbank raamt de markt voor infrastructuurwerken in Afrika in de komende tien jaar op 930 miljard dollar. Maar wat decennia een traditionele afzetmarkt was voor Europese bouw- en engineeringbedrijven met hun tientallen toeleveranciers - en bijgevolg tienduizenden jobs opleverde -, is nu grotendeels in handen van Chinese bouwfirma's. Deze evolutie dikt de fenomenale groeicijfers van China jaarlijks met enkele procenten aan. Ten koste van de Europese landen. "Zo neemt China ons in Afrika niet alleen werkgelegenheid af, ook bedrijfswinsten en de bijhorende vennootschapsbelasting. Om hun begrotingstekorten in te dekken, moeten EU-landen bijkomende leningen aangaan. En wie leent ons dat geld? Dezelfde Chinezen." Yves De Moor, zaakvoerder van Group DML uit Wingene, wil deze dramatische ontwikkeling voor de Europese industrie doorbreken. "Als er één mythe dringend de wereld uit moet, is het wel dat Chinese bouwbedrijven contracten binnenhalen omdat ze zoveel goedkoper of efficiënter zijn dan wij", buldert de consulent van multinationale bouwbedrijven, handelaars in basisgrondstoffen en internationale logistiek. Steeds opnieuw botst hij in Afrika op Chinese mastodonten die Europese engineering- en bouwbedrijven de loef afsteken. "Ik heb die Chinese mechaniekjes eens doorgelicht. Mijn conclusie is dat Europa dringend nieuwe business- en financieringsconcepten moet op poten zetten, zodat we de Chinezen met dezelfde wapens kunnen bestrijden", lacht De Moor. Zijn plannen zijn meer dan alleen woorden. In opdracht van de Belgisch-Afrikaanse kamer van koophandel (CBL-ACP) schreef De Moor zijn studie ' Profitable financing & business concepts in Africa'. Hij pakt zelfs uit met een concreet voorbeeld om de Chinese pletwals te counteren: drie belangrijke bouw- en engineeringfirma's - BAM International uit Nederland, Transport Systems uit Letland en Mota-Engil Engenharia uit Portugal - willen in de Angolese enclave Cabinda een brug bouwen over de Congo-monding voor de helft van de prijs waarvoor de Chinezen het zouden doen. "Omdat er geen concurrentie meer is van Europese of Amerikaanse bedrijven strijken de Chinezen woekerwinsten op, marges van 50 tot 70 procent op hun omzet", zegt De Moor. De China EximBank biedt Angola voor de brug een krediet aan van twee miljard dollar, terwijl de kostprijs volgens De Moor tussen 550 en 800 miljoen dollar schommelt. "Dit bedrag dekt ook ruimschoots het cement en staal dat ze per boot uit China aanvoeren. Feitelijk komt het erop neer dat China Road & Bridge Corporation (CRBC) haar fenomenale winstmarge uitleent aan Angola. Het dividend van CRBC vloeit naar de Chinese staat en dat verklaart de enorme financiële armslag van Beijing en zijn bedrijven: hun kredietverlening aan Afrika is de commerciële hefboom waarmee ze contracten binnenhalen. Komt daarbij dat Angola met een Chinees staatsbedrijf een subrogatieovereenkomst sluit voor olieaankopen, zodat het bouwproject bij niet betaling simpelweg wordt afgetrokken van de oliefactuur." Centraal in het financieringsmechanisme van staatsbanken en overheidsbedrijven staat China Development Bank. De voorbije twee jaar verstrekte CDB aan ontwikkelingslanden en Chinese bedrijven meer dan 65 miljard dollar aan leningen. CDB is volgens Erica Downs van The Brookings Institution "een uniek kruisingsproduct van de Chinese partijstaat". Met de Chinese EximBank erbij lopen de leningen op tot 110 miljard dollar, meer dan wat de Wereldbank aankan. Ook Europa beschikt niet over dat soort perfect in elkaar passende mechanismen, noch over staatsbedrijven om in een samenspel met (staats)banken olie of andere grondstoffen te kopen. "We moeten dus kijken naar wat we wel kunnen en dat is behoorlijk veel", zegt De Moor. "Op voorwaarde dat de Europese Commissie initiatieven ontwikkelt." Want zonder een Europees financieringspakket kan het Europese consortium zijn offerte voor de brug in Cabinda in de vuilbak gooien. Volgens Alan Price van The International Trade Practice Wiley Rein overtreedt China de internationale handelsregels, maar Yves De Moor vindt het naïef te geloven dat Peking zich door de Wereldhandelsorganisatie laat terugfluiten. "We moeten de Chinezen een koekje bakken van eigen deeg." De Moor stelt voor dat de Europese Investeringsbank (EIB) offertes van Europese bedrijvenconsortia ondersteunt met bankgaranties zodat ze infrastructuurprojecten kunnen binnenhalen. "Dat kost de EIB geen cent, want het zijn de commerciële banken die kredietlijnen verstrekken. Op depositorekeningen slapen recordbedragen, in België alleen al 172 miljard, die best hogere opbrengsten kunnen halen uit investeringen in infrastructuur, energievoorziening en nutsbedrijven." De Moor wijst erop dat in Afrika het terugverdieneffect op investeringen in infrastructuur mogelijk is in één tot vier jaar, tegen zeven in Rusland. De Europese Commissie maakt zich zorgen over de sterke greep van China op essentiële grondstoffen voor onze industrie. Niet alleen op zeldzame aardmetalen die verwerkt worden in groene-energietoepassingen, maar ook op basismetalen. René van Sloten, voorzitter van de Business Europe Market Acces Working Group van de werkgeversorganisatie Business Europe, meent dat de Europese industrie, net zoals de Japanners dat al doen, akkoorden moet sluiten met mijnen om de toevoer van grondstoffen te verzekeren. De Moor stelt voor dat Europa bovenop bankgaranties door de EIB bijkomende indekkingformules uitwerkt om grondstoffen als extra borg te accepteren - iets wat de Chinezen probleemloos toepassen. Naast subrogatieakkoorden tussen mijnbedrijven en Europese bankconsortia, zou de Europese Commissie EU-beleggingsfondsen mogelijk kunnen maken ter financiering van een Europees Mijnbouwfonds. In zijn analyse benadrukt De Moor dat Peking een geostrategisch industriebeleid heeft dat grotendeels berust op een verzekerde aanvoer van grondstoffen. Onder meer omdat staatsbedrijven in Afrika en Latijns-Amerika rechtstreeks mijnen opkopen. "Een directe toegang tot mijnen zou onze industrie minder kwetsbaar maken voor prijsschommelingen en vooral voor prijszetting van strategische grondstoffen door China. Een groot Europees industrieconcern is al bereid om aan verticale integratie te doen, mits de EIB de nodige waarborgen kan bieden." Door de acquisitie van de Braziliaanse Itaminas-mijn kan een Chinees staatsbedrijf ijzererts aankopen tegen een derde van de wereldmarktprijs. "De energiekosten in China liggen ook al een derde lager dan de onze. Je begrijpt meteen waarom hun productiekosten voor halfafgewerkte staalproducten merkelijk lager liggen dan de onze." Het samenspel van staatsbedrijven in diverse industriële sectoren met Chinese toeleveringsbedrijven in eigen land en daarbuiten heeft, dankzij de gunstige financieringsvoorwaarden die CDB en China EximBank aanbieden, verstrekkende effecten voor de westerse industrie. "De Chinezen komen op met all-in packages: ze verwerken niet alleen grondstoffen in ruil voor wegen, havens, fabrieken, scholen en ziekenhuizen, ze leveren ook de treinstellen en informatisering, moeren en bouten, medische apparatuur en bedden, zelfs meststoffen voor de landbouw. Europese bedrijven staan machteloos. Niet de Chinese arbeidskosten zijn doorslaggevend, wel het samenspel van al deze raderwieltjes." Europa moet daartegenover een langetermijnvisie plaatsen. Voor De Moor zou een Europees Mijnbouwfonds, bovenop garanties door de EIB, mee de prijs helpen bepalen of tekorten aan grondstoffen aanvullen: "Gaan we hiermee de vrije markt kelderen? Neen, maar de EU zou kunnen interveniëren wanneer Beijing zich niet aan eerlijke praktijken houdt. Of wanneer, zoals in het geval van de zeldzame aardmetalen, tekorten ontstaan voor onze industrie." Europees commissaris Antonio Tajani roept Europese bedrijven op om meer privaat-publieke samenwerkingsakkoorden te sluiten. Uit ervaring weet De Moor dat dit een vrome wens blijft indien de EU geen vorm van staatsgaranties uitwerkt. "Onze bedrijven zijn wel degelijk competitief tegenover Chinese offertes, maar kunnen niet op tegen hun financieringsformules. Dus gaan meer en meer Europese bedrijven noodgedwongen allianties aan met Chinese partners. Zo vloeit nog meer kennis en kunde weg, maar ook werkgelegenheid in onze fabrieken." Lees Hefbomen tegen China, blz.53 opinieERIK BRUYLAND"Als er één mythe de wereld uit moet, is het dat Chinese bouwfirma's goedkoper of efficiënter zijn" Yves De Moor