We nemen een fictief land met een waanzinnige belastingdruk van gemiddeld 50 procent (zie tabel). Aan een bedrijfsleider wordt gevraagd de belastingen te hervormen volgens de principes van het moderne, klantgerichte bedrijfsbeleid.
...

We nemen een fictief land met een waanzinnige belastingdruk van gemiddeld 50 procent (zie tabel). Aan een bedrijfsleider wordt gevraagd de belastingen te hervormen volgens de principes van het moderne, klantgerichte bedrijfsbeleid. De algemene belastingdruk mag niet stijgen of dalen, en economische onrechtvaardigheden moeten worden weggewerkt. De bedrijfsleider redeneert als volgt: we doen een extra inspanning voor onze beste klanten. De 1000-groep zorgt in haar eentje voor meer dan een derde van ons inkomen. Zij krijgt minstens een volumekorting. Zij moet volgend jaar 'slechts' 500 betalen. De 200-groep kost veel om een euro te innen. Dat zijn slechte klanten. Zij moeten nu ook 50 procent betalen. De situatie na de hervorming is rechtvaardiger en economisch gezonder. Goede en trouwe klanten zijn beloond. Iedereen wordt gelijk behandeld. Maar dat is politieke zelfmoord. Een rasechte politicus doet het anders. Hij doopt met een tremolo in de stem en een trotse blik in de camera, de 1000-groep om tot 'de sterkste schouders'; zij betalen volgend jaar geen 550, maar 600. Doelgroep 200 brengt amper 3 procent op. Die kunnen we alle belastingen kwijtschelden. Nu heb ik met lage kosten een hele doelgroep voor mij gewonnen. Fier kan ik nu aan de pers verklaren dat ik de belastingen niet heb verhoogd, behalve voor de sterkste schouders. Maar dat we voor de zwaksten een grote inspanning hebben gedaan. Merk vooral het woord 'wij' op. Dat extra geld komt nooit van doelgroep 'sterke schouder', maar altijd van 'ons' of de regering. Tweede voorbeeld. U mag een voorstel tot belastingverlaging doen, want er is onverwacht 'ruimte' gekomen door de verkoop van alle ondergrondse garages onder de Belgische ambassades. U mag een 'premie' verdelen. BEDRIJFSLEIDER: we verdelen de premie heel netjes volgens het percentage dat iedereen nu al betaalt. Dat is eerlijk. Wij belonen onze beste klanten. Op die manier krijgt doelgroep 'sterke schouder' het meest. Dat lijkt logisch. POLITIEKE PARTIJ A: Iedereen krijgt 10! Dat is echt eerlijk! BEDRIJFSLEIDER: 'Sterke Schouder', onze beste klant, krijgt 2 procent korting? En 'Zwaksten', zowat onze slechtste klant, krijgt 20 procent korting? Dat is tien keer meer! Is dat eerlijk? POLITIEKE PARTIJ A: U begrijpt niets van politiek. POLITIEKE PARTIJ B: Iedereen volgens draagkracht en vermogen. Sterke Schouder en zijn omgeving betalen voortaan een extra opdeciem, onze slechtste klanten krijgen alles. BEDRIJFSLEIDER: Dus u straft onze beste klanten en beloont onze slechtste? POLITIEKE PARTIJ B: Ja, maar wij spreken niet over 'beste klant', wel over 'sterke schouder'. U begrijpt niets van politiek. POLITIEKE PARTIJ C: Wij zijn de partij van groep 400. Die noemen we voortaan 'onze groep'. Wij geven alles aan 'onze groep'. BEDRIJFSLEIDER: Dat is niet efficiënt én niet rechtvaardig. POLITIEKE PARTIJ C: Maar wel handig als het op onderhandelen aankomt. Wij zitten mee aan tafel, en verdedigen er 'onze groep'. U zit niet aan tafel, want u begrijpt niets van politiek. POLITIEKE PARTIJ D: Wij werken alleen met objectieve feiten en cijfers. Dan volgt een ingewikkelde uitleg over 'hardwerkende landgenoot', 'sparen van de zwaksten', 'selectief aanmoedigen van de arbeidstewerkstellende incentives', met een eindvoorstel vol rekenfouten en de facto verandert er niets. BEDRIJFSLEIDER: U verandert dus niets, u laat gewoonweg het absurde systeem bestaan. POLITIEKE PARTIJ D: Wij zijn altijd een bewindspartij geweest. Wij veranderen door onzichtbare stappen. Dat noemen wij de dynamische status-quo. Wij beklemtonen dat 'sterke schouder' en 'zwakke vrienden' en 'onze groep' en de 'hardwerkende Vlaming' elkaar nodig hebben, dat solidariteit een van de sleutels is van onze maatschappij. BEDRIJFSLEIDER: Daar begrijp ik niets van. POLITIEKE PARTIJ D: Dat is logisch, want u begrijpt toch niets van politiek. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Business School.