De auteur is correspondent van The Economist in China.
...

De auteur is correspondent van The Economist in China.De vrees dat de inspanningen van de Chinese regering om de economie af te koelen leiden tot een 'harde landing' - een scherpe vertraging van de groei - is wat afgenomen. De groei voor 2004 ligt allicht rond 8,9 %, niet veel lager dan in 2003. In 2005 zal dat wellicht nog iets lager uitkomen. In de economie zal de aandacht blijven gaan naar het beteugelen van de investeringsgroei in oververhitte sectoren (zoals staal en autoconstructie) en naar de beheersing van de geldvoorraad. Er zou zelfs een verhoging van de interest kunnen gebeuren, de eerste in negen jaar. Ondertussen klagen vele handelspartners over de onderwaardering van de Chinese munt, maar ook in 2005 volgt er wellicht geen belangrijke aanpassing aan de binding met de dollar. De allereerste financiële opdracht blijft een grote schoonmaak in de bankenchaos, die nog altijd de grootste bedreiging voor de economische stabiliteit vormt. Binnenkort zullen we, na een lange vertraging, wellicht de beursnotering meemaken van een Chinese commerciële overheidsbank. China hoopt dat de beursgang de banken zal dwingen om internationale normen van goed beheer te hanteren in afwachting van de concurrentieslag die verwacht wordt als de sector begin 2006 wordt opengesteld voor buitenlandse mededingers. Maar de corrupte en verkwistende manier van werken zal niet snel veranderen. Om de teugels van de economie in handen te houden, zullen de politieke vaardigheden van president Hu Jintao en eerste minister Wen Jiabao op de proef gesteld worden. De leiders in de provincie zijn notoir traag in de beteugeling van roekeloze investeringen, maar Hu moet kunnen gebruikmaken van de extra autoriteit die voortkomt uit het feit dat hij eindelijk de functie van bevelhebber van het leger heeft overgenomen van de vergrijsde Jiang Zemin. Hij heeft nu de drie topfuncties van het land in handen: president, secretaris-generaal van de Communistische Partij en hoofd van het militair comité van de partij. Hu Jintao's aanpak van de betrekkingen met Taiwan wordt zijn moeilijkste krachtproef. Daar zal president Chen Shui-bian nog meer aangemoedigd worden in zijn pogingen om Taiwans onafhankelijkheid te bevestigen, hoewel hij toch niet zover zal gaan om daar ook een wettelijk gegeven van te maken (ondanks al zijn uitdagend vertoon van moed, weet Chen best dat zoiets kan uitdraaien op oorlog). Chen zal wel meer inhoud geven aan de plannen voor een nieuwe grondwet, die in 2008 aangenomen moet worden in vervanging van de achterhaalde constitutie van 1948. Maar zelfs als daarin geen pro-onafhankelijkheidstaal staat, zal China het loutere feit dat er een grondwet opgesteld wordt voor een eiland dat het beschouwt als een provincie, aanzien voor een aantasting van de nationale eer. De Amerikanen zullen Chen aansporen om voorzichtig te blijven. Alsof het nog niet genoeg was dat er 600 raketten op Taiwan gericht staan, zullen de Chinese leiders ook de psychologische druk opvoeren. Op de jaarlijkse zitting van het Chinese parlement in maart 2005 zal zeker een oproep komen om wetgeving in te voeren die de regering ertoe zou verplichten om het eiland aan te vallen indien het de onafhankelijkheid uitroept. De Chinese leiders zijn echter niet in de stemming om oorlog te voeren. Ze weten dat iets dat enkel maar bedoeld is als waarschuwing, zoals het innemen van een klein eilandje dat onder de controle van Taiwan staat, kan escaleren tot een regelrechte confrontatie, die de economie van China - en van de wereld - kan lamleggen en de reputatie van China wereldwijd vernietigen. Een aanval op Taiwan die in China aangevoeld wordt als een mislukking, zou een fatale slag kunnen toebrengen aan de Communistische Partij zelf. In deze tijden van toenemende sociale ontregeling, veroorzaakt door de halsbrekende economische groei, zal de aandacht van de partij blijven uitgaan naar het behoud van de binnenlandse stabiliteit en het vermijden van moeilijkheden op internationaal vlak. Misschien zal China zelfs een oplossing vinden voor de nucleaire crisis op het Koreaanse schiereiland. Het kan zijn bondgenoot overhalen om het met de Amerikanen op een akkoord te gooien. Dat zou een groot diplomatiek succes betekenen voor China, dat zijn imago als verantwoordelijke ontluikende grootmacht wil onderhouden. Om zijn status tentoon te spreiden, zal China in 2005 waarschijnlijk zijn tweede bemande ruimtetuig lanceren. Nu zullen ten minste twee taikonauten (de Chinese benaming van een astronaut of kosmonaut) uitgestuurd worden, die verschillende dagen langer in de ruimte zullen blijven dan de 21 uur die Yang Liwei, China's eerste ruimtereiziger, er doorbracht in 2003. De Chinese honger naar prestige neemt zienderogen toe. James MilesOok het innemen van een klein eilandje dat onder de controle van Taiwan staat, kan esca-leren tot een regelrechte confrontatie.