Jouw grasmaaier zet waarschijnlijk geen koffie. Jouw stofzuiger helpt je niet een gat in de muur te boren. Machines hebben meestal maar één enkele functie. Wat ze doen, doen ze juist daarom ook uitstekend. Het geurig kopje koffie van mijn Nespresso zou zelfs George Clooney kunnen verleiden. Mijn stofzuigerrobot Neato XV, bijgenaamd Johnny, geraakt moeiteloos onder mijn bed. Ik haat stofzuigen. Johnny niet.
...

Jouw grasmaaier zet waarschijnlijk geen koffie. Jouw stofzuiger helpt je niet een gat in de muur te boren. Machines hebben meestal maar één enkele functie. Wat ze doen, doen ze juist daarom ook uitstekend. Het geurig kopje koffie van mijn Nespresso zou zelfs George Clooney kunnen verleiden. Mijn stofzuigerrobot Neato XV, bijgenaamd Johnny, geraakt moeiteloos onder mijn bed. Ik haat stofzuigen. Johnny niet. Vroeger had je ook 'gadgets' voor elke digitale functie. Een draagbare mp3-speler, een digitaal fototoestel, een gps, een rekenmachine, een spelcomputer. Maar, veronderstel, je bent fabrikant van zo'n gadget. Hoe goed zou je je dan in je vel voelen? Niet al te goed, vrees ik. Je volledige businessmodel dreigt gereduceerd te worden tot een app, een simpele toepassing op een smartphone. Je wil meesurfen op de golven van de gezondheidsrage. Je ontwerpt een betere digitale stappenteller. Vergeet je plannen. Zo'n stappenteller zit al op de iPhone. Wat kun je dan doen als gadgetfabrikant? Je geschiedenis kennen! Computers waren aanvankelijk vooral hardware. IBM was oppermachtig. Toen kwam de pc. Hardware bleek belangrijk, maar toepassingen domineerden steeds meer. Excel werd belangrijker dan Intel. Maar mooie liedjes duren niet lang. Op zich stelden de toepassingen almaar minder voor. Het werd belangrijker 'verbonden' te zijn, de sociale media ontploften omdat zij ons, het sociale dier dat we zijn, naadloos verbonden met al die andere sociale dieren. Je gadget moet verbonden kunnen worden met al je andere gadgets. En met de gadgets van al die anderen. Omdat ik mij ook dit jaar nog eens zal wagen aan de Dodentocht en een mens nooit vroeg genoeg kan beginnen met trainen, heb ik me een nieuw speelgoedje aangeschaft. Een sportuurwerk van Finse makelij. Uiteraard meet dat ding veel meer parameters dan je mogelijk acht, maar bovenal brengt het me in contact met de sportgemeenschap die ook dit soort (toegegeven, vrij dure) gadgets koopt. Ik kan mijn trainingsschema's afstemmen op mensen in Zwitserland, Erps-Kwerps of Londen. Het uurwerk komt met standaardsoftware, maar ik kan ook heel speciale apps downloaden die andere gebruikers hebben geschreven. En kijk, één van die apps is nu net wat ik ook zocht. De recente Sonos-audiosuccessen illustreren dit verhaal. Sonos is evenzeer geïnteresseerd in leuke hardware als in soepele software. Morgen verandert de wereld toch weer. Sonos zal je in staat stellen je toestellen eenvoudig te herprogrammeren. Sonos sluit nu naadloos aan bij iPad, een toestel waar de ontwerpers geen rekening mee konden houden toen ze hun ontwerp boven de doopvont hielden. De iPad bestond niet eens. Twintig jaar geleden al voorspelde men dat 'alles' digitaal zou worden. Langzamerhand komt die voorspelling uit. Mijn sportuurwerk praat met mijn wandelschoenen, met mijn hartslagmeter en binnenkort waarschijnlijk ook wel met mijn waterkoker, zodat een dampende kop thee op mij wacht na een lange winterse wandeling. Mijn stappenmeter informeert mij ook al over de kwaliteit van mijn slaap (die is goed, dank u). De consument wil blijkbaar graag praten met zijn lampen, voor de kleur die ze hier en nu aannemen. Geen probleem. Je iPad praat ermee. Kortom, weldra praat alles met alles. Mijn schoenen met mijn bankrekening, mijn auto met jouw auto, mijn stappenteller met mijn medisch dossier, en mijn koelkast met mijn stofzuiger. U ziet daar het nut niet van in? Duizenden jonge, gemotiveerde mensen, overal in de wereld, zien dat wel. Zij schrijven nu de apps om al die communicatie zinvol te maken. Ach, mompelt u, dat zal dan zijn zoals bij Word, daar gebruikt iedereen toch ook maar 1 procent van de mogelijkheden. Dat klopt, maar dan wel die ene procent die ons echt interesseert. Net trouwens zoals we doen met onze hersenen. Toch doemt een reuzegrote nachtmerrie op aan de horizon. Ondertussen weten we dat zelfs je bankgegevens onvoldoende beveiligd zijn. Alles kan en zal dus gekaapt en gekraakt worden. Het is geen leuk vooruitzicht te beseffen dat iemand de controle over mijn babyfoon overneemt, de code van mijn koelkast, mijn medisch dossier en de veiligheidsparameters van mijn auto-zonder-chauffeur. En wees maar zeker dat je ook een code zult nodig hebben die je zal toelaten je los te koppelen van het 'Internet of Things'. Het eerste dat ik zou kapen als ik slechte bedoelingen had. De auteur is professor-emeritus aan de Vlerick Business School.MARC BUELENSAlles kan en zal dus gekaapt en gekraakt worden.