Elke maandagmorgen om 10 u.30 is het op het Heizelplateau money & strategic time voor de Kinepolis Group. Niet één van de tien Belgische cinematempels van Kinepolis projecteert op dat ogenblik een film. Er kan rustig worden geëvalueerd. Joost Bert (41 j.) en Florent Gijbels (48 j.), die respectievelijk de derde Bert-generatie en de tweede Claeys-generatie vertegenwoordigen, zitten het wekelijkse directiecomité voor. "Als de files uit Kortrijk en Hasselt ons toelaten om tijdig op het Brusselse hoofdkwartier te belanden," commentariëren de gedelegeerd bestuurders. De aangetrouwde neven bewijzen dat de hechte familieband die bestond tussen Albert Bert en schoonzus Rose Claeys probleemloos doorgegeven werd.
...

Elke maandagmorgen om 10 u.30 is het op het Heizelplateau money & strategic time voor de Kinepolis Group. Niet één van de tien Belgische cinematempels van Kinepolis projecteert op dat ogenblik een film. Er kan rustig worden geëvalueerd. Joost Bert (41 j.) en Florent Gijbels (48 j.), die respectievelijk de derde Bert-generatie en de tweede Claeys-generatie vertegenwoordigen, zitten het wekelijkse directiecomité voor. "Als de files uit Kortrijk en Hasselt ons toelaten om tijdig op het Brusselse hoofdkwartier te belanden," commentariëren de gedelegeerd bestuurders. De aangetrouwde neven bewijzen dat de hechte familieband die bestond tussen Albert Bert en schoonzus Rose Claeys probleemloos doorgegeven werd. "Neem het organogram uit onze beursprospectus," zegt Joost Bert. "Daarin zie je nog een tweedeling aan de top, elke gedelegeerd bestuurder kreeg zijn eigen bevoegdheden. Toen, op 25 maart 1998, waren we nog een tweeling, nu zijn we al een eenling. We vullen elkaar aan en vinden het fijn om over dezelfde dossiers samen het hoofd te buigen."Ook Luc Van de Casseye (directeur O&O, 42 j.) en Jan Staelens (directeur financiën en administratie, 34 j.) schuiven mee aan de ovalen tafel voor het overleg, dat gemiddeld zes uur in beslag neemt. Uiteraard is de voertaal van dit Vlaamse kwartet Nederlands, al verschijnen de interne rapporten steeds vaker in het Engels. Als het directiecomité op zijn einde loopt, wordt de vergadering omgetoverd in een managementcomité. Vijf mannen komen erbij, Bob Claeys (verantwoordelijke food & beverage) Gilbert Deley (marketing & operations), Serge Couvreur (booking & programmatie), Marc Tijssens (international operations) en Christian Nolens (pr & communicatie). Op geregelde tijdstippen, maar niet wekelijks, ontmoet de vierhoek van het directiecomité ook de theatermanagers, die de verantwoordelijkheid dragen over de bioscopen. De vier Belgische theatermanagers heten Bart Claeys, Luc Lamaire, Manu Claesens en Henry Bolsius. Hun collega's in het buitenland zijn de Belgen Marc Tijssens (Frankrijk), Boudewijn Muts (Nederland) en Willem De Vits (Spanje). "Mensen die intern al de nodige echelons doorlopen hebben, kunnen in een opstartfase beter de groepsgeest, het typische Kinepolis-gevoel doorgeven," vindt Joost Bert. "Maar niets verhindert dat in een latere fase buitenlanders onze niet-Belgische dochters gaan leiden." Het levend gewetenOp alle hoofdkwartieren, van San Francisco tot Hongkong, wordt hard gewerkt. Bij Kinepolis Group in Brussel, sinds tien jaar het zenuwcentrum van alle activiteiten, is het niet anders. Een duidelijk teken: Joost Bert vond amper veertien dagen terug de tijd om de al 38 weken geafficheerde Titanic ("Nog altijd een publiekstrekker onder het weekend, minder tijdens de week") te bekijken. "We bevinden ons in een permanente herstructurering. Of noem het beter introspectie," verklaart Joost Bert. "Net voor de beursgang was er de fusie en die vergt een bijsturing van vele activiteiten. Die operatie implementeren we nu vanuit de wetenschap dat we voor en boven alles een marketinggedreven bedrijf willen zijn. Bezoekers die kritiek hebben, moeten hun stem laten horen. In al onze theaters ligt een klachtenboek, en dat is ons levend geweten." "Kinepolis is een groep in evolutie." Zo bestempelt Florent Gijbels graag de toestand van de beursgroep. Eerst was er een puur familiale groep gekristalliseerd rond Albert Bert. Vanaf de jaren '70 en '80 volgde de professionalisering onder leiding van een verwant, maar ook partieel gesplitst werkend duo: groep-Bert en groep-Claeys (onder leiding van Rose Claeys). "Nu bevinden we ons in de kapitaalfase," vindt Gijbels, schoonzoon van Rose Claeys. "We denken nu permanent in termen van rendabiliteit, return on investment, kapitaalopbrengst en koerswaarde van aandelen. De tijd dat de bazen nog tickets scheurden aan de bioscoopingang is definitief voorbij. Hoe leerzaam die gewoonte ook was." De steeds verderschrijdende professionalisering en internationalisering (vorige maand werd in Madrid de grootste megabioscoop ter wereld geopend met 27.415 toeschouwers het voorbije weekend) heeft ook structurele consequenties. "Het vergt vooral meer uniformiteit in het beleid," legt Gijbels uit. "Vooral in het buitenland hadden de kaders aanvankelijk een verregaande autonomie. We willen hen niet beroven van de vrijheid om te handelen, maar we moeten wel meer en meer de violen op elkaar afstemmen."Pr- en communicatieverantwoordelijke Christian Nolens illustreert: "Als een Spaans journalist een interview wil met onze theatermanager in Madrid, kan deze vrijuit spreken. Maar het is belangrijk dat hij weet hoe er binnen de groep over bepaalde onderwerpen gedacht wordt. Vanuit Brussel sturen we een aantal richtlijnen naar de filialen. Zodat we met één stem spreken, zowel in Brussel als in Madrid of pakweg Metz."Jong denkenKinepolis is er voor een breed, maar overwegend jong publiek. Daarom moet ook het duizend soldaten tellende Kinepolis-leger jong ogen en jong denken. De gemiddelde leeftijd van alle rekruten schommelt volgens de 45-jarige Christian Nolens rond de 26 tot 27 jaar. "Onlangs werd ik geopereerd aan de rug. Toen ik weer kwam werken, hoorde ik iemand zeggen: den ouden is terug. Eerst dacht ik nog: ze hebben het over iemand anders." Florent Gijbels, zelf 48, pikt in: "Wie jong is, wat wil en ook wat kan, heeft aan Kinepolis een goede werkgever. Het bewijs: wie kaartjes verkoopt aan de kassa of tickets scheurt aan de ingang, kan bij ons klimmen op de ladder. Binnenskamers zijn voorbeelden van dergelijke doorgroeiers. Zulke mensen hebben we nodig. Naarmate we onze buitenlandse activiteiten ontplooien, hebben we nood aan medewerkers die onze polsslag al eens gevoeld hebben. Welke jongere droomt niet van aantrekkelijke buitenlandse opdrachten?" Aan de top hebben Albert Bert (71 j.) en Rose Claeys (65 j.) de fakkel nu definitief doorgegeven. In het Kortrijkse Wikingerhof zet Albert Bert wel nog dagelijks de bril op de punt van de neus om de bezoekersaantallen van de avond voordien, die via de fax binnenrollen, nauwkeurig te evalueren. Op de maandelijkse raden van bestuur (elke derde vrijdag) neemt hij, net als de andere bestuursleden, vooral akte van het beleid van de opvolgers. "Maar de raad van bestuur blijft een eerste en onmisbaar klankbord," bevestigen Florent Gijbels en Joost Bert in koor. "Als onze bestuurders vanuit hun ervaring kritiek hebben, leggen ze die ook voor. We zijn hen permanent verantwoording verschuldigd." In de praktijk loopt de verstandhouding vrij soft. Al durft tante Roos wel eens harder uit de hoek komen dan de zachtaardige nonkel Bert. Hoe dan ook heeft de oudere generatie de voldoening dat de nazaten het niet alleen strategisch, maar ook praktisch kunnen waarmaken. Zo zijn de kinderen van Albert Bert zonder uitzondering aanwezig: Koen verzorgt de programmatie, Geert is actief als filmproducent (onder meer betrokken bij de realisatie van Oesje), Peter helpt de administratieve papiermolen draaien. In de familie Claeys zijn er ook: Hilde (echtgenote van Florent Gijbels, ze stelt een interne gegevensbank op), Greet (programmatiemanager) en Bart (districtmanager voor de bioscopen van Hasselt en Luik). Met de voeten op de grondOp mondiaal niveau heeft de Kinepolis Group met zijn 30 werkvennootschappen, 4,2 miljard frank omzet en duizend medewerkers, nog bepaald niet de pole position ingenomen. Het milieu bekijkt de Belgische opmars evenwel als een aanstormende lawine. Zegt een insider die de wandel en de handel van de Berts goed kent: "Als zij hun opwachting maken in het Amerikaanse circuit, dan wordt naar hen gekeken als naar halve goden. Dat gaat ver, soms te ver." In 1996 ontving Joost Bert op een bijeenkomst in Las Vegas van de National American Theatre Owners een Award voor de "beste internationale bioscoopuitbater van het jaar". Twee jaar later laat Joost Bert, en met hem Kinepolis, zich nog steeds niet onbetuigd in het buitenland. Er zijn eigen projecten. "Waarover later deze maand meer nieuws," belooft Florent Gijbels. Er zijn ook opdrachten voor derden. "Al willen we in dat laatste zeker niet meer overdrijven," voegt Joost Bert eraan toe. Zo gaat in Martinique binnenkort een cinemastad open, die gebaseerd is op de expertise van Kinepolis. Idem dito in Bombay. Daar wordt een entente aangegaan met het groot buitenlands kapitaal, in casu de Indische familie Meta (Bombay). Zowel Joost Bert als Florent Gijbels blijven ook voldoende met de voeten op de grond, in het besef dat alles nog steeds staat of valt met goede medewerkers van eigen bodem. En goede medewerkers krijg je maar als je desnoods ook zelf goede opleidingen organiseert. Bert en Gijbels steken hun ambities niet weg. Zo dromen nu hardop van hun Kinepolis Academy, die in de loop van volgend jaar het levenslicht moet zien. In afwachting daarvan ventileren ze hun credo aan de medewerkers: elke Kinepolist, van laag tot hoog, moet in wezen een pr-manager zijn. Omhels de klant. Op een oude reuzenposter in het Brusselse bureau van Joost Bert geven Antonio Moreno en Greta Garbo in La Tentation alvast het goede voorbeeld. KAREL CAMBIEN