Een kwart miljard kinderen tussen vijf en veertien jaar verricht arbeid. Dit is een kwart van alle kinderen in die leefdtijdsgroep. Zowat de helft onder hen is permanent aan het werk. In Afrika loopt het cijfer op tot 40 procent. Nochtans komen de bekendste schrijnendste feiten de jongste jaren uit Azië. In Zuid-Azië werkt naar schatting een miljoen kinderen in de tapijtindustrie. Maar ook Noord-Afrika, met onder meer Marokko en Egypte, kent kinderarbeid in artisanale tapijtweverijen.
...

Een kwart miljard kinderen tussen vijf en veertien jaar verricht arbeid. Dit is een kwart van alle kinderen in die leefdtijdsgroep. Zowat de helft onder hen is permanent aan het werk. In Afrika loopt het cijfer op tot 40 procent. Nochtans komen de bekendste schrijnendste feiten de jongste jaren uit Azië. In Zuid-Azië werkt naar schatting een miljoen kinderen in de tapijtindustrie. Maar ook Noord-Afrika, met onder meer Marokko en Egypte, kent kinderarbeid in artisanale tapijtweverijen.In Nepal werken vele kinderen zowel in de tapijt- als in de kledingindustrie. Daarmee belanden we bij een andere belangrijke sector. In textiel- en kledingateliers zijn er volgens de voorzichtigste ramingen tussen 1 en 2 miljoen kinderen aan het werk. In Bangladesh werden onlangs nog 50.000 kinderen ontslagen onder druk van acties in de Verenigde Staten. Zulke acties zijn evenwel een pleister op een houten been. Ongetwijfeld werkt een deel van deze kinderen nu bij niet-gereglementeerde onderaannemers. Precies door het kluwen van oncontroleerbare (onder-)onderaannemers wassen ook grote productie- en distributiebedrijven steeds weer hun handen in onschuld. Deze gegevens plukken we uit Kinderarbeid, een (alweer te) beknopt dossier in de Actueel-reeks van Miel Vervliet (docent aan de Sociale Hogeschool Heverlee) en John Vandaele (freelance journalist voor onder meer Knack en De Morgen). Na het bijna letterlijk in kaart brengen van de problematiek, concentreren de auteurs zich op de aanpak van dit onrecht. Eerst passeren enkele (zeer) algemene manieren de revue: de armsten inkomen en macht geven, de samenleving mobiliseren, onderwijs en opleiding verbeteren en de wet verfijnen om de controle en beteugeling op te voeren. Dit kwartet vormt weliswaar een conditio sine qua non, maar doet tegelijkertijd beseffen dat het probleem niet op enkele dagen opgelost kan worden. Voorlopig moet de oplossing komen uit een andere hoek: de consumenten en de westerse beleidsmakers moeten de ondernemingen op hun verantwoordelijkheid wijzen. Ethische gedragscodes voor bedrijven kunnen helpen. Toch nuanceren de auteurs meteen. Concerns als Nike en Ikea hebben er wel één, maar kwamen recentelijk alsnog in opspraak. Moeten ook de vakbonden en regeringen niet overgaan tot het instellen van sociale clausules, voorwaarden om goederen uit bepaalde landen nog te verwerken en te importeren? Aan dit voorstel kleven ook ontzettende nadelen en het zou kunnen leiden tot protectionistisch misbruik. Helaas verwaarlozen de auteurs dit debat. Ze houden het bij een wat schrale introductie. Miel Vervliet & John Vandaele, Kinderarbeid. Davidsfonds, 83 blz., 495 fr.LDD