Een enquête van de Internationale Arbeidsorganisatie ( IAO) leert dat 250 miljoen kinderen of een kwart van alle kinderen tussen zes en veertien jaar werkt. Slechts 8% van hen werkt in de industrie (onder meer voor het maken van voetballen). De rest moet vooral in de landbouw, bosbouw en visserij aan de slag, waardoor ze verborgen blijven voor de internationale camera's. Vorige week congresseerde de IAO om de ergste vormen van kinderarbe...

Een enquête van de Internationale Arbeidsorganisatie ( IAO) leert dat 250 miljoen kinderen of een kwart van alle kinderen tussen zes en veertien jaar werkt. Slechts 8% van hen werkt in de industrie (onder meer voor het maken van voetballen). De rest moet vooral in de landbouw, bosbouw en visserij aan de slag, waardoor ze verborgen blijven voor de internationale camera's. Vorige week congresseerde de IAO om de ergste vormen van kinderarbeid te bannen. Bedoeling is om dit verdrag wereldwijd afdwingbaar te maken, ook voor landen die het niet ondertekenen. Het huidige verdrag dat alle kinderarbeid verbiedt, lappen veel ontwikkelingslanden immers aan hun laars. In De Gids op maatschappelijk gebied, het studietijdschrift van het ACW, merken Patrick Van Durme en Sven Huyssen op dat het uitbannen van kinderarbeid het inkomen van arme stadsgezinnen opmerkelijk doet inkrimpen. Kinderen leveren immers dikwijls een wezenlijke bijdrage tot het gezinsbudget. De medewerkers van De Gids baseren zich onder meer op onderzoek van het Bangladesh Institute of Development Studies. Uitgangspunt was de situatie in Bangladesh, waar op een bevolking van 121 miljoen mensen naar schatting 15 miljoen kinderen werken. Vervolgens stellen zij vast dat, door de tewerkstelling van kinderen in marginale beroepen in de informele sector, de impact van een verbod op kinderarbeid op het loon van volwassen mannen niet groot kan zijn. De invloed blijft beperkt tot bepaalde sectoren.De uitbanning van de kinderarbeid zal vooral van belang zijn voor de vrouwelijke arbeiders. Hun tewerkstelling kan toenemen. Dit betekent niet dat de loonschalen automatisch zullen stijgen. Op de arbeidsmarkt is er immers een acute ondertewerkstelling van vrouwen, die - net als kinderen - meestal zijn aangeworven omwille van hun lage loonkosten. Daarom sluiten ze een verhoging van de lonen door het wegvallen van de kinderen als arbeidsfactor uit. Evenmin zal dit leiden tot een hogere scholingsparticipatie, menen Van Durme en Huyssen. Bijkomende maatregelen - zoals de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, aangepaste scholing, een lagere kostprijs voor scholen en sensibilisering - zijn noodzakelijk.Patrick Van Durme en Sven Huyssen, "Afschaffing van kinderarbeid wordt geen kinderklus!", De Gids op Maatschappelijk gebied, nummer 4, 1998.Info: ACW, Wetstraat 121, 1040 Brussel, Tel. (02) 237.31.11