2019 was een moeilijk jaar voor alle actieve vermogensbeheerders, maar voor de Britse beheerders was het een ronduit dramatisch jaar. De ranglijst van de slechtst verkopende fondsenhuizen in Europa werd aangevoerd door Britse huizen zoals Invesco, Standard Life Aberdeen, M&G en Schroders. Negen van de tien Europese vermogensbeheerders waarvan de klanten het meeste geld wegtrokken, hebben een sterke poot in het Verenigd Koninkrijk. Dat leren cijfers van de dataleverancier Morningstar.
...

2019 was een moeilijk jaar voor alle actieve vermogensbeheerders, maar voor de Britse beheerders was het een ronduit dramatisch jaar. De ranglijst van de slechtst verkopende fondsenhuizen in Europa werd aangevoerd door Britse huizen zoals Invesco, Standard Life Aberdeen, M&G en Schroders. Negen van de tien Europese vermogensbeheerders waarvan de klanten het meeste geld wegtrokken, hebben een sterke poot in het Verenigd Koninkrijk. Dat leren cijfers van de dataleverancier Morningstar. Alle vermogensbeheerders lijden onder de druk op de kosten, de tegenvallende rendementen en de stijgende populariteit van de passieve fondsen. De Britse vermogensbeheerders worstelen ook nog eens met de brexit. Daar komt nog bij dat het vertrouwen in de sterbeheerders, die eigenzinnig aandelen selecteren in plaats van de beursindexen te volgen, in het Verenigd Koninkrijk een knauw kreeg door de Woodford-affaire. Neil Woodford was zowat de bekendste Britse stockpicker , toen hij in 2014 zijn werkgever Invesco verliet om met zijn zakenpartner Craig Newman een eigen fondsenhuis te starten. Woodford Investment Management was aanvankelijk een klinkend succes. Het kon in een recordtijd van drie maanden alle vergunningen verkrijgen. Verscheidene grote financiële instellingen vertrouwden miljarden toe aan de nieuwe speler. Ze stelden vertrouwen in de man die hen de twee voorgaande decennia rijk had gemaakt. In de zomer van 2017 bereikte Woodford Investment Management zijn hoogtepunt. Neil Woodford beheerde toen 15 miljard pond (bijna 18 miljard euro), net niet de helft van het vermogen dat hij bij Invesco in handen had. De rendementen waren toen al wat aan het slabakken, maar ook in het verleden hadden goede en mindere periodes elkaar afgewisseld. In de tweede helft van 2017 en in 2018 liep Neil Woodford steeds meer achterstand op. De beheerder weet dat aan de onzekerheid over de brexit en beloofde de klanten beterschap, zodra het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zou zijn gestapt. Maar Woodford verkeek zich ook zwaar op enkele beleggingen. Zo bezat het fonds een derde van Prothena, een Amerikaanse biomedische groep die in april 2018 slechte resultaten van belangrijke patiëntentesten moest opbiechten. Het aandeel verloor binnen een uur na het openen van de markt 70 procent van zijn waarde. De klanten van Woodford, onder wie enkele grote fondsen, begonnen hun geld terug te vragen. Woodford verkocht eerst de posities in grote, vlot verhandelbare bedrijven om de beleggers hun geld terug te geven. Daarna moest hij het fonds op slot doen, omdat hij de illiquide beleggingen in de portefeuille niet snel genoeg kon verzilveren. Woodford Investment Management moest uiteindelijk in oktober vorig jaar de boeken sluiten. De jacht op rendement in een wereld zonder risicovrije rente brengt beleggers steeds vaker bij illiquide beleggingen, waar ze niet zomaar kunnen uitstappen. Het is niet de eerste keer dat illiquide beleggingen problemen veroorzaken in fondsenland. "Negatieve publiciteit, zoals die van het Woodford-schandaal, heeft de fondsenindustrie op een heel slecht moment getroffen en beleggers verder ontmoedigd om in actieve fondsen te beleggen", zegt Edward Glyn van Calastone, een dienstenleverancier voor de fondsenindustrie. Jonathan Little, een veteraan in de fondsenindustrie, ziet nog een lichtpuntje. "Als iets goeds uit deze affaire kan komen, dan is het dat beleggers beheerders niet meer zullen verafgoden als sterren in Hollywood." Beleggers trokken niet enkel kapitaal terug uit Woodford Investment Management, ze eisten ook geld terug van andere bekende actieve Britse vermogensbeheerders. Maar de Britse toezichthouders konden niet verhinderen dat enkele honderdduizenden beleggers sinds juni worden gegijzeld in de fondsen van Woodford. Er is een beheerder aangesteld om alle beleggingen van het fonds te gelde te maken, maar de vaak niet-beursgenoteerde posities zijn niet zo gemakkelijk te verkopen. Het kan nog even duren vooraleer beleggers iets van hun geld terugzien. Beleggers haalden 15,8 miljard euro uit Standard Life Aberdeen, het grootste fondsenhuis van het Verenigd Koninkrijk, gemeten naar activa. Schroders, de Britse vermogensbeheerder met de grootste marktwaarde, zag 6,3 miljard euro vertrekken. Dat is de grootste uitstroom uit zijn in Europa gevestigde beleggingsfondsen in meer dan een decennium. Ook Invesco, de voormalige werkgever van Neil Woodford, en M&G, dat onlangs nog naar de Londense beurs trok, moesten terrein prijsgeven. BNY Mellon en Franklin Templeton zijn Amerikaanse vermogensbeheerders met belangrijke activiteiten in Londen. Ook zij bleven niet gespaard. De gespecialiseerde fondsenboetieken Merian en Artemis speelden 22 en 28 miljard pond van beleggers kwijt. De exodus uit de actieve beleggingsfondsen is een bijkomende last voor de Britse fondsbeheerders. Ali Masarwah van Morningstar laat doorschemeren dat de Britse vermogensbeheerders nog blij mogen zijn dat de beursrally vorig jaar de prestaties van hun fondsen positief beïnvloedde. "De actieve vermogensbeheerders werden vorig jaar gered door de markten", zegt Ali Masarwah. Nog volgens Morningstar trokken indextrackers in het Verenigd Koninkrijk vorig jaar netto 19 miljard pond aan, terwijl actieve fondsen netto 32 miljard pond zagen vertrekken - het grootste bedrag ooit. Acht van de tien fondsen in het Verenigd Koninkrijk waar het meeste kapitaal in is belegd, waren eind 2019 passieve fondsen. Drie jaar geleden stonden slechts drie passieve fondsen in die top tien. Fondsen beheerd door BlackRock en Vanguard, die de Britse beursindex FTSE UK All Share volgen, verdrongen voormalige blockbusters van het actieve vermogensbeheer zoals Standard Life Aberdeen's Gars, M&G Optimal Income, BNY Mellon Real Return en Invesco High Income. Standard Life Aberdeen geeft toe dat actieve geldmanagers het moeilijk hebben met de opkomst van de passieve trackers. Maar het Britse fondsenhuis geeft zich nog niet gewonnen. "Als de markten de komende jaren meer zullen schommelen, kunnen actieve managers hun waarde bewijzen."