"J e moe nie worrie nie," klinkt het aan de andere kant van de toog in Den Anker. "Er zijn nog genoeg Bollekes." Ondertussen serveert Denis Bouckaert (55 j.) flink gezouten frieten met zelfgemaakte mayonaise. "Niets zo goed om de omzet op te drijven," aldus de Gentenaar. Al drie jaar spoelen zijn klanten hier in Kaapstad, Zuid-Afrika, hun dorst weg met een schuimend glas van De Koninck.
...

"J e moe nie worrie nie," klinkt het aan de andere kant van de toog in Den Anker. "Er zijn nog genoeg Bollekes." Ondertussen serveert Denis Bouckaert (55 j.) flink gezouten frieten met zelfgemaakte mayonaise. "Niets zo goed om de omzet op te drijven," aldus de Gentenaar. Al drie jaar spoelen zijn klanten hier in Kaapstad, Zuid-Afrika, hun dorst weg met een schuimend glas van De Koninck. Bouckaert trok in april 1994 naar de Kaap om er een wijngoed over te nemen. Vrienden vertelden hem over de nakende verkoop van een failliet restaurant aan The Waterfront, de kaaien van de binnenhaven in Kaapstad. Twee weken later, vlak na de verkiezing van Nelson Mandela tot president, kocht hij het handelsfonds (niet de grond) over voor omgerekend 4 miljoen frank. "Een spotprijs," geeft hij toe. "Enkel mensen met stalen zenuwen durfden toen een gok te wagen." Bouckaert had al een klein fortuintje vergaard door met zijn nv Hube horecazaken over te nemen in het Gentse. Dat deed hij onder meer met Het Waterhuis aan de Bierkant, Bistro Bachtenberghe, Sauna Aqua Azul en 't Dreupelkot. Vandaag bezit de Gentenaar enkel nog De Brouwzaele. De activiteiten van Hube, dat in 1992 nog een omzet boekte van 43 miljoen frank, zijn stilgelegd. "De RSZ, de belastingen en de arbeidsinspectie hebben me uit België weggewerkt. Nochtans werd ik nooit veroordeeld. Ik ben enkel boekhoudkundig creatief geweest door de winsten en verliezen fiscaal optimaal te alloceren." Bouckaert kwam niet onvoorbereid naar Zuid-Afrika - waar hij nu zes maanden per jaar vertoeft. Sinds 1967 had hij ervaring opgedaan in brouwerijen en bottelarijen van onder meer Interbrew en Heineken in Zaïre en Angola. In 1978 kwam hij terug naar België. "De Nederlanders boden me na de nationalisering van hun vestiging in Kisangani een functie aan op de hoofdzetel," verklaart Bouckaert. Maar het klikte niet. "Met Afrikanen heb ik geen probleem, maar het cultuurverschil met Hollanders is me te groot." Bouckaert was een tijd actief in de engineering voor brouwerijen, maar kapte ermee in 1990. Want: "Als cafébaas moet je minder hard werken, je verdient meer en het is plezanter." Den Anker mikte vanaf het begin op trendy Capetownians en toeristen, met een ruime keuze van onze bieren en Brabantse en Vlaamse gastronomische specialiteiten. Met wisselend succes. Bouckaert: "Wéken stond hier konijn met pruimen op het menu en geen enkele Afrikaan bestelde het. Tot iemand erop wees dat konijnen hier enkel als huisdieren werden gekweekt. Ik had net zo goed kat met pruimen kunnen serveren." Toch groeide Den Anker uit tot een hot spot van The Waterfront, vandaag dé uitgaansbuurt van Kaapstad. De zaak heeft een omzet van 4 miljoen rand (maal acht frank), waarop 15% winst wordt geboekt. Maar Bouckaert waarschuwt Vlamingen die zijn succesverhaal willen imiteren: "Velen kwamen naar hier en moesten na enkele maanden noodgedwongen weer vertrekken," waarschuwt hij. "De hit and run-periode is voorbij."