Jawel, het gaat goed met het winstpeil van bedrijven, dank u. Na recordcijfers van het Britse oliebedrijf BP (12,7 miljard euro, +26 %), de Franse autoproducent Renault (3,6 miljard euro, +43 %) en de Duitse sportartikelenproducent Puma (257 miljoen euro, +43,5 %) rinkelt ook bij ons de kassa. Zo verwacht de bank KBC dat zijn nettowinst in 2004 met "ruim 55 %" zal gegroeid zijn tegenover 2003.
...

Jawel, het gaat goed met het winstpeil van bedrijven, dank u. Na recordcijfers van het Britse oliebedrijf BP (12,7 miljard euro, +26 %), de Franse autoproducent Renault (3,6 miljard euro, +43 %) en de Duitse sportartikelenproducent Puma (257 miljoen euro, +43,5 %) rinkelt ook bij ons de kassa. Zo verwacht de bank KBC dat zijn nettowinst in 2004 met "ruim 55 %" zal gegroeid zijn tegenover 2003. Wie de kosten en baten van de grootse Europese beursgenoteerde ondernemingen - vervat in de S&P Europe 350 - onder de loep neemt, merkt dat de operationele winsten van deze mastodonten vorig jaar in globo met 78 % zijn toegenomen. In Amerika was er bij de S&P 500 sprake van een winstgroei met 20 %. Dat is niet niks. Voor vakbondsman Gilbert De Swert, hoofd van de studiedienst van het ACV, alvast reden genoeg om te stipuleren dat de bedrijven ons misleidden tijdens het loonoverleg. "Sommige bedrijven hebben het inderdaad moeilijk," zei hij vorige week in De Morgen. "Maar de algemene teneur klopt niet. Het is een beetje het omgekeerde van de boutade 'De koning heeft geen kleren aan': hij draagt ze wel en ze zijn zelfs van Dries Van Noten, maar daar merkte je niets van aan de onderhandelingstafel."Voor de goede verstaander: Jan en alleman heeft zich laten vangen, de werkgevers draaien ons een rad voor de ogen en strijken op de rug van hun werknemers flinke winstpremies op. Net op de dag dat De Swert die analyse gaf, kon u in deze kolommen lezen dat winst genereren en presteren de essentie van elk sociaal overleg zouden moeten zijn. We voegen er dan ook graag - op dit elan voortgaand - de volgende bedenkingen aan toe. Eén. Die hogere winstcijfers komen niet uit de lucht vallen. Er ging de nodige fitness en conditietraining aan vooraf. Na de hype van de jaren 1999 en 2000 en het uiteenspatten van de zeepbel hebben diverse bedrijfsleiders noodgedwongen ingrijpende herstructureringen en saneringen doorgevoerd. Dat zorgde voor een veel betere body-mass-index. De balans werd opgepoetst, overtollige kosten geschrapt, de productiviteit opgekrikt. Twee. Hoge winsten zijn een zegen. Want precies die ruimere marges zetten ondernemingen ertoe aan om - zodra de economie weer aantrekt (en in 2004 scoorde België met een groei van 2,7 % niet slecht) - prijzen te drukken en marktaandeel te winnen. Segmenten met hogere marges zijn ook een magneet voor nieuwe spelers en dat krikt de concurrentie verder op. Drie. Niet alleen bedrijven maar ook consumenten profiteren van hogere winsten. De aanzwellende concurrentie zet een neerwaartse druk op de winkelprijzen en door de toenemende vraag naar talent en arbeid in goed draaiende sectoren verhoogt ook het salarisniveau. Dat zwengelt de koopkracht verder aan (trouwens, dankzij die consumptie kunnen bedrijven ook hun winsten op niveau te houden). Vier. Hogere winsten zijn noodzakelijk om de omschakeling te maken. En die behoefte is acuut. Ze bieden bedrijven de buffer om structureel in te grijpen wanneer het nog goed gaat en hun continuïteit op middellange termijn te versterken of te beveiligen. Onze economie zit in een enorme overgangsfase door de verhevigde druk van lagelonenlanden zoals China en India. De arbeids- en marktwaarde van laaggeschoolden kalft zienderogen af. Ze moeten worden herschoold naar jobs met meer toegevoegde waarde. Vijf. Winstgevende bedrijven zijn nog altijd een betere garantie voor het aanleveren van jobs met hoge toegevoegde waarde dan werkgevers met afkalvende marges. De Swert richt zijn pijlen op de verkeerde roos. Het zijn niet de hoge winstcijfers die voor een afbraak van de arbeidsmarkt zorgen, maar het gebrek aan flexibiliteit van die arbeidsmarkt. Institutionele verstarring (waarvan vakbonden in dit land nog steeds de grootste promotoren zijn), een rigide sociale wetgeving, te veel ontslagbescherming en te gulle minimumlonen verlagen de kans voor laaggeschoolden om nieuwe en betere jobs te vinden. Van de 6,8 miljoen Belgen tussen 15 en 64 jaar werken er vandaag zo'n 4 miljoen of 60 %, schrijft De Swert in zijn jongste boek 50 grijze leugens. Vier op de tien beschikbare arbeidskrachten werken dus niet. Hoe helpen we die werkloze vrouwen, jongeren en allochtonen aan een baan? Zeker niet door het winstpeil van bedrijven naar beneden te praten. piet.depuydt@trends.beHoe helpen we de 4 miljoen werkloze vrouwen, jongeren en allochtonen aan een job? Zeker niet door het winstpeil van bedrijven naar beneden te praten.