De Belgische belegger vindt het belangrijk zijn kapitaal te beschermen. De banken spelen gretig in op die vraag door gestructureerde beleggingsproducten met een kapitaalbescherming aan te bieden. Er worden ook meer en meer tak23-beleggingsverzekeringen met een kapitaalbescherming verkocht. Hoewel de hoogdagen van de gestructureerde beleggingsproducten -- door het Lehman-debacle en de financiële crisis -- voorbij zijn, blijven ze een belangrijke plaats innemen in het aanbod van de Belgische banken.
...

De Belgische belegger vindt het belangrijk zijn kapitaal te beschermen. De banken spelen gretig in op die vraag door gestructureerde beleggingsproducten met een kapitaalbescherming aan te bieden. Er worden ook meer en meer tak23-beleggingsverzekeringen met een kapitaalbescherming verkocht. Hoewel de hoogdagen van de gestructureerde beleggingsproducten -- door het Lehman-debacle en de financiële crisis -- voorbij zijn, blijven ze een belangrijke plaats innemen in het aanbod van de Belgische banken. Aan kapitaalbescherming hangt een prijskaartje. De lage rente heeft de instellingen die gestructureerde fondsen of producten ontwikkelen, voor een probleem gesteld. De kapitaalbescherming wordt gevormd door een of meer onderliggende obligaties, maar door de extreem lage rente is het rendement van die effecten naar een historisch dieptepunt gedaald. Dat betekent dat de bank steeds meer moet investeren in die obligaties om de kapitaalbescherming op de eindvervaldag te kunnen garanderen. Daardoor blijft er minder geld over om te investeren in een aandelenkorf of een optiestructuur, die het uiteindelijke rendement van het product moet opleveren. De makers van die beleggingen worden zo gedwongen om creatief te zijn. De FSMA, de Belgische financiële toezichthouder, heeft de sector de voorbije jaren gedwongen de transparantie van zijn gestructureerde beleggingsproducten te vergroten. Beleggers moeten beter worden geïnformeerd over de onderliggende beleggingen, de kosten en de risico's. Bovendien mag de structuur niet te complex meer zijn. Die nieuwe realiteit komt tot uiting in de commerciële brochures. Beleggers doen er goed aan die grondig te lezen voordat ze intekenen. In de nieuwe brochures van heel wat gestructureerde beleggingsfondsen staat dat de kapitaalgarantie niet 'formeel' is. De bank die het fonds verkoopt, garandeert dus niet formeel dat het kapitaal volledig wordt terugbetaald. Ze streeft ernaar het kapitaal te beschermen door een groot deel van het kapitaal te investeren in een portefeuille van hoogwaardige obligaties. Als de portefeuille verlies maakt -- bijvoorbeeld doordat een of meer obligatie-uitgevers failliet gaan -- krijgt de belegger in principe maar een deel van zijn kapitaal terug. Dat zou natuurlijk grote commerciële schade berokkenen aan de bank. In de praktijk zal de instelling het verschil stilzwijgend bijpassen. Maar beleggers moeten beseffen dat de bank eigenlijk tot niets verplicht is. Bij de gestructureerde producten is er doorgaans wel een formele kapitaalgarantie, afhankelijk van het soort beleggingsproduct. Maar ook daar is het belangrijk te beseffen dat het kapitaal toch geheel of gedeeltelijk verloren kan gaan als de uitgever failliet gaat. De bank die het product heeft verkocht, is niet verplicht de verliezen bij te passen, tenzij ze grove fouten heeft begaan bij de verkoop. Soms is er helemaal geen kapitaalbescherming. De terugbetaling hangt dan bijvoorbeeld af van de prestatie van een aandelenindex. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de ING Bank Booster Europe 2017, die wordt verkocht door Deutsche Bank. De terugbetaling van het kapitaal en de eventuele coupon op de eindvervaldag hangen af van de prestatie van de EuroStoxx50-index. Als die aan het eind van de looptijd van het product is gestegen, krijgt de belegger zijn kapitaal terug, plus twee keer de stijging van de index. Is de index gezakt, dan lijdt de belegger een verlies dat evenredig is met het verlies van de index. De klant kan zijn kapitaal dus volledig verliezen. Dat wordt ook duidelijk vermeld in de brochure. Dit product is dus enkel geschikt voor beleggers die het verlies kunnen dragen en extra willen profiteren van de stijging van een Europese aandelenindex. Wie echt rekent op de kapitaalbescherming, laat het dus het beste links liggen. Beleggers vinden naast de kapitaalbescherming uiteraard ook het rendement van het product belangrijk. Als het weinig of zelfs niets opbrengt, kan het geld beter op een spaarrekening blijven staan, waar het kapitaal tot een bedrag van 100.000 euro valt onder de depositogarantie van de Belgische overheid. In het ruime aanbod van gestructureerde beleggingsproducten bestaan er verscheidene rendementsstructuren. Ze kunnen ruwweg worden ingedeeld in twee grote categorieën: aandelenstructuren en rentestructuren. Bij aandelenstructuren wordt het rendement bepaald door de evolutie van een aandelenkorf, een aandelenindex -- zoals de EuroStoxx50, de index van vijftig grote, beursgenoteerde Europese bedrijven -- of andere beleggingsfondsen. Bij de gestructureerde beleggingsfondsen is de aandelenkorf het populairst, en dan vooral de zogenoemde cappuccinostructuur. De prestaties van de individuele aandelen in de portefeuille worden naar boven en naar beneden afgetopt. De gemiddelde opbrengst bepaalt het rendement van de portefeuille. Vaak wordt gewerkt met jaarlijkse coupons, waarbij elk jaar het gemiddelde rendement wordt uitbetaald. Een andere techniek is een kliksysteem, waarbij het gemiddelde jaarlijkse rendement wordt vastgeklikt. Op de eindvervaldag worden alle kliks in één keer uitgekeerd. Een voorbeeld van de cappuccinostructuur is het gestructureerde beleggingsproduct 6Y EUR Magnet Strategy Notes 04/19 van ING. De basis wordt gevormd door een korf van twintig internationale aandelen, die werden geselecteerd door de instelling. Elk jaar krijgt de belegger het gemiddelde rendement van de korf uitgekeerd als brutocoupon. De jaarlijkse prestatie van elk aandeel wordt afgetopt. Als de koers stabiel is gebleven of is gestegen, wordt automatisch een stijging van 7,75 procent toegekend. Is het aandeel in waarde gedaald, dan wordt de daling afgetopt op -25 procent. Het gemiddelde rendement van de korf is het rekenkundige gemiddelde van de afgetopte rendementen. De brutocoupon bedraagt minimaal 0 procent en dus maximaal 7,75 procent. Deze structuur is zeer courant, maar door de onevenredige aftopping van stijgingen en dalingen is ze niet in het voordeel van de belegger. Een stijging van 75 procent wordt immers afgetopt tot 7,75 procent. Bij rentestructuren hangt het rendement niet af van de prestatie van een aandelenkorf of -index, maar is de coupon gelinkt aan een rentevoet. Dat is bijvoorbeeld het geval bij KBC-Life MI Interest Plus-4, een tak23-beleggingsverzekering. Het rendement van dat product is gekoppeld aan de vijfjarige euroswaprente, een rentevoet die financiële instellingen onder meer gebruiken als referentie voor vijfjarige leningen in euro. De belegger krijgt op de eindvervaldag acht kliks uitbetaald, die jaarlijks worden bepaald. De eerste vier jaar wordt een vast rendement van 3 procent vastgeklikt. Daarna wordt het niveau van de vijfjarige euroswaprente vastgeklikt met een minimum van 1 procent en een maximum van 6,25 procent. Dat alle kliks op de eindvervaldag worden uitbetaald, heeft tot gevolg dat acht jaar inflatie een deel van het rendement verloren heeft doen gaan. Dat maakt het product goedkoper voor de bank, maar duurder voor de klant, temeer omdat ook de kosten zwaar kunnen wegen op het rendement (zie kader Let op de kosten).MATHIAS NUTTINHet systeem van afgetopte stijgingen en dalingen is niet in het voordeel van de belegger.