Zaterdag 13 januari kiest de liberale vakbond ACLVB een nieuwe voorzitter. Eind oktober stapte - voor de buitenwereld totaal onverwacht - Guy Haaze op, die al twaalf jaar lang voorzitter was (zie blz. 30). Hoogstwaarschijnlijk wordt Jan Vercamst zijn opvolger.
...

Zaterdag 13 januari kiest de liberale vakbond ACLVB een nieuwe voorzitter. Eind oktober stapte - voor de buitenwereld totaal onverwacht - Guy Haaze op, die al twaalf jaar lang voorzitter was (zie blz. 30). Hoogstwaarschijnlijk wordt Jan Vercamst zijn opvolger. De liberale vakbond is het kleine broertje in het Belgische syndicale landschap. Een lilliputter die bij de jongste sociale verkiezingen ongeveer 6 % van de zetels haalde. Quantité négligeable? Of heeft de liberale vakbond meer in zijn mars? Potentieel wel. De lichtvoetige structuur biedt voordelen. Het ACLVB is niet opgebouwd vanuit beroepscentrales, zoals zijn socialistische en christelijke collega's. Het is opgedeeld in gewestelijke zones en heeft een heel directe bedrijfswerking. In sommige bedrijven speelt de liberale vakbond echt wel mee. In die optiek is het ACLVB geschikt om nauwer aan te sluiten bij de toekomst. Het individuele bedrijfsoverleg wordt steeds belangrijker. De industrie wordt ook almaar diverser, bedrijven almaar complexer. Is Agfa-Gevaert een chemisch bedrijf of een computerbedrijf? Is Bekaert bezig met nieuwe technologieën of met klassieke metaalverwerking? Het antwoord op deze vragen is: allebei. Met andere woorden: de klassieke sectorindelingen verliezen steeds meer aan belang. Om beter rekening te houden met deze diversiteit en complexiteit wordt steeds meer gepleit voor een overleg op bedrijfsniveau. Als deze trend zich echt doorzet, beschikt het ACLVB over goede papieren. En misschien is een liberale vakbond in deze toch wel erg sociaalliberale tijden - waarin socialisten liberalen worden en liberalen socialisten - aantrekkelijk voor nieuwe werknemers die de oude knarren van ACV en ABVV met hun strakkere ideologie beu zijn. Er zijn ook beperkingen die blijven. De liberale vakbond heeft een gebrek aan kritische massa om een dienstverlenend apparaat op te zetten zoals dat van ACV en ABVV. Voor werklozen en gepensioneerden hebben die twee vakbonden een professioneel juridisch kader dat kan helpen om hun rechten te vrijwaren. Maar ook in de bedrijfswerking helpt die steviger dienstverlening. Het is een serieuze hypotheek op een doorgroeiscenario. Guy Haaze wist dat alles ook. Hij zocht naar een vakbond die zich distantieerde van de andere en die door een betere interne organisatie professioneler zou worden. Haaze dacht eraan om zijn regio's doelstellingen op te leggen en de resultaten te meten. Een pure managementaanpak. De meer traditionele liberale vakbondskaderleden konden dat niet appreciëren. Haaze heeft ook managementfouten begaan. Hij deed te veel zelf, keek te weinig om en dat leverde hem het verwijt van eigengereidheid op. Zal de nieuwe leiding, die zaterdag verkozen wordt, kiezen voor een toekomstvisie die het potentieel van het ACLVB kan benutten? Zal de waarschijnlijke opvolger Jan Vercamst erin slagen de liberale vakbond beter aansluiting te doen vinden bij de nieuwe economie? Als de twijfels van Guy Haaze bewaarheid worden, zal het ACLVB de lilliputter blijven die het nu is. Guido Muelenaer