De antiwitwasgeving omvat een preventief luik en een repressief luik. Het preventieve luik voorziet in een meldingsplicht voor nagenoeg alle financiële tussenpersonen en financiële raadgevers die weten of vermoeden dat bij bepaalde transacties zwart geld omgaat. Eerst zei de wet dat de meldingsplicht gold als het geld zijn oorsprong vond in de zware criminaliteit of 'ernstige en georganiseerde fiscale fraude'. Nu geldt de meldingsplicht wanneer er sprake is van 'misbruik van vennootschapsgoederen' of 'misbruik van vertrouwen'. In elk geval blijft de meldingsplicht beperkt tot enkele specifieke misdrijven. Op h...

De antiwitwasgeving omvat een preventief luik en een repressief luik. Het preventieve luik voorziet in een meldingsplicht voor nagenoeg alle financiële tussenpersonen en financiële raadgevers die weten of vermoeden dat bij bepaalde transacties zwart geld omgaat. Eerst zei de wet dat de meldingsplicht gold als het geld zijn oorsprong vond in de zware criminaliteit of 'ernstige en georganiseerde fiscale fraude'. Nu geldt de meldingsplicht wanneer er sprake is van 'misbruik van vennootschapsgoederen' of 'misbruik van vertrouwen'. In elk geval blijft de meldingsplicht beperkt tot enkele specifieke misdrijven. Op het niet naleven van de meldingsplicht staat een tuchtsanctie en een administratieve boete die kan oplopen tot 1,25 miljoen euro. Het repressieve luik bestraft het witwassen van illegaal geld. Iedereen die geld bezit, beheert, in bewaring neemt of omzet terwijl hij wist of had moeten weten dat het voortkwam uit een misdrijf - eender welk - is strafbaar. Ook wie geholpen heeft om de illegale herkomst van dat geld te verdoezelen, begaat een overtreding. Het Hof van Cassatie maakte in oktober 2003 duidelijk dat het repressieve luik ook toepasselijk is op 'gewone fiscale fraude'. Het repressieve luik heeft dus een onbeperkte draagwijdte. De straffen kunnen oplopen tot vijf jaar gevangenisstraf en een verbeurdverklaring van de illegaal verkregen vermogensvoordelen. Op strafrechtelijk vlak kan iedereen veroordeeld worden als 'heler' of medeplichtige voor de witwaspraktijken van de hoofddader. Zo kan een makelaar veroordeeld worden wegens witwassen als hij een onroerend goed heeft verkocht waarop een bouwovertreding rust. De makelaar heeft geen meldingsplicht, maar is strafrechtelijk vervolgbaar omdat hij de eigenaar heeft geholpen om de illegale herkomst van dat geld te verdoezelen. De waarde van het onroerend goed waarop de bouwovertreding rust, wordt namelijk omgezet in liquiditeiten. Hetzelfde geldt voor een verzekeringsmakelaar die wist of kon vermoeden dat zijn klant zwarte spaarcentjes uit 'gewone fiscale fraude' via een Tak 23-product probeerde wit te wassen. Ook de bankier die weet dat een rekeninghouder zijn zwarte spaarcentjes in alle stilte uit het buitenland heeft gerepatrieerd, zonder een eenmalige bevrijdende aangifte te doen, is vervolgbaar. En als boekhouders of accountants bijvoorbeeld vermoeden hoeveel zwarte omzet hun klant draait, kunnen zij medeplichtig aan schriftvervalsing zijn bij het opmaken van de jaarrekening. Maar de antiwitwaswet zegt dat geen enkele rechtsvordering kan worden aangespannen en geen enkele straf- of tuchtsanctie kan worden opgelegd aan degene die een melding te goeder trouw heeft verricht. Een melding te goeder trouw van een verdachte transactie verleent dus vrijstelling van strafvervolging op alle vlakken. Bovendien verbiedt de wet aan de meldingsplichtige beroepsbeoefenaar dat hij zou meedelen aan de klant dat hij hem bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking heeft gemeld. Deze bepaling zet in de toekomst de deur wagenwijd open voor een pak meldingen van angstige beroepsbeoefenaars.