Het is een meute die vaak in het wilde weg alle richtingen uitstuift. Gisteren moesten ze massaal internetaandelen hebben, vandaag moeten het weer bakstenen zijn. Gisteren moesten ze bedrijven met een blauw logo hebben, vandaag deugen alleen die met een rood logo. Nu besloot de kudde dat small awful is, en big beautiful.
...

Het is een meute die vaak in het wilde weg alle richtingen uitstuift. Gisteren moesten ze massaal internetaandelen hebben, vandaag moeten het weer bakstenen zijn. Gisteren moesten ze bedrijven met een blauw logo hebben, vandaag deugen alleen die met een rood logo. Nu besloot de kudde dat small awful is, en big beautiful. De kudde professionele institutionele beleggers vertrappelt in haar zoektocht naar grote aandelen het kleine grut van de small caps, de aandelen van de kleinere bedrijven. Zowat alles wat op de Brusselse Euronext-beurs staat genoteerd, kan vanuit Europees perspectief als small cap worden omschreven. De Brusselse beurs presteert dan ook ondermaats. Kijk maar naar het aantal beursintroducties. Bij hoge koersen rennen de bedrijfsleiders naar de beurs om nagenoeg gratis kapitaal op te halen, bij lage koersen blijven ze zoals nu lekker thuis of plukken ze hun aandelen zelfs van de beurs. Belgische small caps noteren intussen tegen een gemiddelde korting van rond de 30%. Institutionele beleggers zijn dus bereid om 30% meer te betalen voor een big cap. Het gejammer van verongelijkte bedrijfsleiders is begrijpelijk, maar geen enkele institutionele investeerder luistert.Voor deze doofheid zijn er verklaringen genoeg voorhanden.Eén: small caps zijn niet verhandelbaar of liquide genoeg. Een pensioenfonds, bijvoorbeeld, wil graag grote pakketten verkopen zonder dat dit de koers van het betreffende aandeel keldert. Bedrijven die dachten een graantje mee te pikken van de beursgekte door een fractie van hun kapitaal naar de beurs te brengen, betalen daar nu de prijs voor.Twee: elke fondsbeheerder stemt zijn koopgedrag af op hét richtpunt van de kudde: de beursindexen, en liefst de Europese indexen nu alles toch in euro is genoteerd. En daarom koopt hij grote Europese aandelen en verkoopt hij kleine Belgische aandelen. Mee zijn met de kudde, daar mag voor menig fondsbeheerder blijkbaar een meerkost van 30% op kleven.Drie: door drama's als Lernout & Hauspie behandelen buitenlandse investeerders het legertje Belgische small caps evenzeer als een kudde vee met fraude- en leugenzeer. Vier: een aantal bedrijven beseft nog niet dat ze door naar de beurs te trekken a different game spelen. Kwartaalrapporteringen, winstvooruitzichten en duidelijke communicatie zijn basisvoorwaarden geworden om gehoor te krijgen bij de belegger. De beurs waardeert op de eerste plaats de toekomst. Wie geen geloofwaardig toekomstscenario kan communiceren, krijgt geen waardering. Aan punt vier kunnen bedrijven werken, punt drie gaat (hopelijk) voorbij, net als punt twee, want buiten- en binnenlandse investeerders kunnen bijna niet nog meer Belgische aandelen buiten gooien. De portefeuilles raken langzaam herschikt. Punt één is een structureel probleem, maar rechtvaardigt geen korting van 30%. Wie klein is, kan immers groot worden - dat vormt net de aantrekkelijkheid van small caps.Diplomaten en handelsattachés kunnen de kudde niet keren. Hier en daar ruikt een kuddelid trouwens al het groene gras van een aantal ondergewaardeerde small caps - voor 2001 biedt Brussel het grootste dividendenrendement in Europa. Als er enkelen van koers veranderen, zal de rest van de meute wellicht snel volgen.Daan Killemaes