De pogingen van de fiscus om de vrijstelling ten aanzien van meerwaarden op aandelen strenger te interpreteren, blijven voorlopig zonder succes.In de personenbelasting bestaan vier categorieën van belastbare inkomsten: de onroerende inkomsten, de roerende inkomsten, de beroepsinkomsten en de diverse inkomsten. Tot die laatste categorie behoren onder meer de occasionele winsten en baten. Zij omvatten inkomsten uit allerlei verrichtingen die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid plaatsvinden. Ze worden belast tegen 33 procent.
...

De pogingen van de fiscus om de vrijstelling ten aanzien van meerwaarden op aandelen strenger te interpreteren, blijven voorlopig zonder succes.In de personenbelasting bestaan vier categorieën van belastbare inkomsten: de onroerende inkomsten, de roerende inkomsten, de beroepsinkomsten en de diverse inkomsten. Tot die laatste categorie behoren onder meer de occasionele winsten en baten. Zij omvatten inkomsten uit allerlei verrichtingen die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid plaatsvinden. Ze worden belast tegen 33 procent. Stel dat een particulier af en toe aandelen koopt en verkoopt op de beurs. In de veronderstelling dat hij dit niet beroepsmatig doet, kan de opbrengst daarvan hoogstens belastbaar zijn als een divers inkomen. Maar dit wil niet zeggen dat hij op die opbrengst ook effectief zal worden belast. Sinds jaar en dag geldt dat een particulier niet belastbaar is op de opbrengsten die hij behaalt uit het normale beheer van een privévermogen dat bestaat uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen. Voor men tot belastingvrijstelling kan besluiten, moet men dus om te beginnen nagaan of het wel om de juiste goederen gaat. Onroerende goederen komen in aanmerking (maar bij de snelle verkoop van gronden en gebouwen kan toch weer belasting verschuldigd zijn). Portefeuillewaarden zijn ook bedoeld. Denk aan aandelen en obligaties. En ten slotte kan de belastingvrijstelling ook spelen ten aanzien van roerende voorwerpen, zoals een schilderij of een stuk antiek. Maar stel bijvoorbeeld dat iemand in zijn vrije tijd iets uitgevonden heeft, en de rechten daarop verkoopt. Hij zal zich dan niet op de belastingvrijstelling kunnen beroepen. Wat hij verkoopt, is wel een roerend recht, maar geen roerend voorwerp. Vervolgens is voor de belastingvrijstelling vereist dat de opbrengst gerealiseerd wordt binnen het normale beheer van een privévermogen. Over wat men daar juist onder moet verstaan, is al een halve bibliotheek volgeschreven. Het aantal voorafgaande beslissingen, en vonnissen en arresten is ook al niet meer te tellen. De belastingvrijstelling geeft aanleiding tot talloze grensconflicten. Als belastingplichtige heeft men er belang bij het normale beheer van een privévermogen zo ruim mogelijk te interpreteren. Terwijl de belastingadministratie zich geroepen voelt om het normale beheer eerder beperkt te zien. Dat leidt onvermijdelijk tot conflicten. Doorgaans wordt het normale beheer omschreven onder verwijzing naar het gedrag van een goede huisvader. Wat hij met onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen doet, blijft buiten de belastingheffing. Maar wat is een goede huisvader, of beter gezegd, wat doet hij? Over het feit dat een goede huisvader niet speculeert, is ongeveer iedereen het eens. Een andere vraag is of een goede huisvader zich per definitie passief moet gedragen. Is iemand slechts een goede huisvader als hij met zijn pantoffels aan, in zijn zetel gezeten, af en toe eens de beurskoersen nakijkt? Of mag hij ook wat actiever zijn? Binnen de belastingadministratie woedt al enkele jaren een tweestrijd. Sommigen vinden dat de figuur van een goede huisvader niet rijmt met het idee van iemand die actief is in zijn vennootschap, en door zijn beroepsactiviteit de waarde van de vennootschap omhoog stuwt. Als hij op een bepaald ogenblik zijn aandelen in die vennootschap verkoopt, zou het niet meer gaan om het normale beheer van een privévermogen: een goede huisvader zou per definitie iemand zijn die van buitenaf toekijkt, en zich niet inlaat met de interne keuken van de vennootschap waarin hij aandelen bezit. Enkele testcases zijn inmiddels voor de rechtbank gebracht. De strijdvraag is even essentieel als eenvoudig: vormt het feit dat de verkoper van de aandelen ook zaakvoerder van de vennootschap was, een beletsel voor de belastingvrijstelling? Voor zover men kan zien, is daarop tot nog toe tweemaal ontkennend geantwoord. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.JAN VAN DYCKWat een goede huisvader doet, blijft buiten de belastingheffing.