In de Scandinavische landen liggen de fiscale en parafiscale lasten nog een stuk hoger dan in het al zwaar geplaagde België. En toch hebben ze een astronomische voorsprong op het vlak van de werkgelegenheid. De arbeidsparticipatiegraad bedraagt in Denemarken 75,1 % en in Zweden 72,9 % (zie tabel: Het Deense wonder).
...

In de Scandinavische landen liggen de fiscale en parafiscale lasten nog een stuk hoger dan in het al zwaar geplaagde België. En toch hebben ze een astronomische voorsprong op het vlak van de werkgelegenheid. De arbeidsparticipatiegraad bedraagt in Denemarken 75,1 % en in Zweden 72,9 % (zie tabel: Het Deense wonder). België hinkt met zijn 59,6 % vijf procentpunten achter op het gemiddelde voor de Europese Unie en blijft ruim tien procentpunten verwijderd van de Lissabon-norm: 70 % werkgelegenheid in 2010. Je kan geen publicatie openslaan zonder een referentie naar 'het Scandinavische model'. Ook in het Verslag 2004 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid zijn de Scandinavische prestaties de rode draad. Het succes van de noordse landen wordt daarin toegewezen aan "de nadruk op toekomstgerichte investeringen in infrastructuur, onderwijs, onderzoek en ontwikkeling", en aan "een arbeidsmarktbeleid dat gericht is op de actieve inschakeling van zoveel mogelijk mensen". Denemarken startte al in de jaren zeventig met een actief arbeidsmarktbeleid. Toenmalig federaal minister van Werk Frank Vandenbroucke ( SP.A) haalde er de mosterd voor zijn 'actieve welvaartsstaat'. Het Deense werkloosheidssysteem voorziet in een uitkeringsperiode van, naargelang van de leeftijd, zes of twaalf maanden en dan een activeringsperiode van achttien tot 36 maanden. Daarna vervalt de uitkering. De uitkeringen zijn wel hoog, to meer dan 1500 euro per maand. België kent nog steeds een onbeperkte duur van de uitkeringen. In de uitkeringsperiode krijgt de werkloze binnen de drie maanden een individueel actieprogramma, dat veel ruimte en vrijheid biedt. Er wordt een waaier aan mogelijkheden geboden: begeleiding, beroepsopleiding, onderwijs, loopbaanonderbreking, een startlening als zelfstandige of een gesubsidieerde werkervaring in de particuliere of publieke sector. In de activeringsperiode wordt de deelname aan een van die arbeids- marktprogram- ma's verplicht: wie weigert, wordt geschorst en bij de tweede weigering permanent geschrapt. Deelname is echter ook een juridisch afdwingbaar recht. Uit onderzoek blijkt dat de meeste programma's een positief effect op de tewerkstellingskansen hebben. Ides Nicaise, projectleider aan het Hoger Instituut voor de Arbeid ( Hiva), maakte ook een rentabiliteitsstudie en kwam tot de slotsom dat de investering in actieve maatregelen vanaf het vierde of vijfde jaar positief is. Nicaise wijst echter ook op de gevaren. "Het eerste gevaar is dat het een puur verplicht systeem wordt, waardoor de kwaliteit van het aanbod daalt. Het wordt dan een instrument om arbeidsschuwe werklozen uit het systeem te zetten. Het tweede gevaar is dat de programma's mikken op de makkelijkst tewerkstelbare groepen onder de werklozen."Ook vallen volgens Nicaise steeds meer werklozen in Denemarken tussen de mazen van het net. "Het is weinig bekend dat in Denemarken de werkloosheidsverzekering een vrijwillig systeem is. Zo'n 20 à 25 % van de actieve bevolking is er niet verzekerd tegen werkloosheid. Mensen die zich de bijdragen niet kunnen veroorloven, sluiten zich vaak niet aan. De toegangsdrempels zijn ook hoog. Jongeren moeten bijvoorbeeld een volledig jaar gewerkt en bijgedragen hebben voordat ze uitkeringen krijgen. Denemarken telt dan ook meer mensen zonder minimuminkomen dan België. Dat is de keerzijde van de medaille."Ook voor de werkgelegenheid van ouderen is Scandinavië een rolmodel. Van de oudere werknemers (55-64 jaar) is in België slechts 28,1 % aan de slag, een Europees dieptepunt. De Stockholm-norm schrijft voor dat we in 2010 50 % moeten halen. Denemarken zit daar nu al ver boven met 60,2 % en Zweden is de kampioen met 68,6 %. Zweden gaan gemiddeld vijf jaar later op pensioen dan Belgen. Er zijn voor die mooie cijfers verschillende verklaringen. Zo heeft vooral Zweden minder demografische schokken gekend en was de activiteitsgraad er al in de jaren zeventig hoog, mede door de hoge participatiegraad van vrouwen. Dat laatste was het gevolg van veel collectieve investeringen in onder andere kinderopvang. Maar erg belangrijk is ook de nadruk die de Scandinavische landen leggen op de opleiding van ouderen. "Er is daar een bereidheid om te investeren in ouderen," zegt Fons Leroy, kabinetschef van Vlaams minister van Werk en Onderwijs Frank Vandenbroucke. "In Zweden krijgt 30 % van de 55-plussers een opleiding, in België is dat slechts 6 %." Ook een goed (maar veel minder geciteerd) voorbeeld is de verstrakking van de stelsels van vervroegde uittreding die de Scandinavische landen hebben doorgevoerd. Ze deden dat al in de jaren negentig. In Denemarken werd de minimumleeftijd voor vervroegde uittreding opgetrokken naar zestig jaar, er zijn premies voor wie langer werkt, er bestaat een maximale uitkering en er werd overgeschakeld op een systeem dat zichzelf bedruipt, zodat vervroegde uittreding en werkloosheidsverzekering van elkaar werden gescheiden. Toch huivert Fons Leroy om het Scandinavische model zomaar transponeerbaar te noemen. De achtergrond van de sociale zekerheid is in Scandinavië - met de nadruk op volksverzekeringen, gefinancierd vanuit de belastingen - heel anders dan bij ons. Onze sociale zekerheid heeft een verzekeringskarakter en de financiering is hoofdzakelijk gebaseerd op bijdragen uit arbeid. "Er zijn veel interessante voorbeelden," zegt Fons Leroy. "Maar je moet ze aanpassen aan je eigen model. Scandinavië heeft ook een minder open economie, België heeft dan weer een ander constitutioneel raamwerk. Scandinaviërs hebben ook een groot vertrouwen in hun overheid, wat niet het geval is in België."Leroy geeft wel toe dat het Deense of Zweedse model aantrekkelijk is. Maar zeker niet zaligmakend. "Ierland is ook een mooi voorbeeld," zegt hij. "De sterkte van het Ierse succes is dat ze naast de investering in opleiding en onderwijs veel sterker en algemener dan in Scandinavië hebben geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Het heeft gezorgd voor een natuurlijke doorstroming vanuit het onderwijs."